Schulden armste landen verlicht

Industrielanden en internationale financiële instellingen kunnen hun plannen om meer schulden van de armste landen kwijt te schelden onmiddellijk uitvoeren. Donorlanden hebben hiervoor afgelopen weekeinde in Washington voldoende geld toegezegd.

Dit heeft de voorzitter van het Interim-Comité van het Internationaal Monetair Fonds, de Britse minister van Financiën Brown, bekendgemaakt. ,,De financiële arrangementen zijn zodanig dat we kunnen beginnen zonder maanden of jaren te wachten'', aldus Brown na afloop van de halfjaarlijkse bijeenkomst van het Interim-Comité.

Volgens Brown is de afgelopen dagen zo'n 2 miljard dollar toegezegd voor het multilaterale schuldverlichtingsfonds. Daarmee is het door donorlanden beloofde bedrag op 2,5 miljard dollar gekomen.

Brown had als voorzitter van het Interim-Comité zaterdagnacht nog met verschillende landen overlegd. De Nederlandse minister van Ontwikkelingssamenwerking, Herfkens, sprak van een ,,pokerspel'', waarbij aanvankelijk vooral de grote industrielanden hun kaarten voor de borst hielden.

De leiders van de Groep van zeven industrielanden (G7) besloten afgelopen juni na massale acties van non-gouvernementele groepen, vooral kerken, tot ,,diepere en snellere'' schuldkwijting. Hiervoor komen volgens het IMF nu 36 of meer landen in aanmerking. Het gaat in totaal om een kwijtschelding van zo'n 100 miljard dollar aan multilaterale en bilaterale schulden. Dit komt er volgens minister Brown op neer dat tweederde van de officiële schulden van de armste landen wordt geschrapt.

Een belangrijk onderdeel van de schuldkwijtschelding is dat de arme landen de vrijkomende financiële middelen moeten gebruiken voor armoedebestrijding. Zij zullen hiervoor in nauwe samenwerking met IMF en Wereldbank plannen moeten opstellen. Het uitgebreide schuldverlichtingsplan gaat waarschijnlijk zo'n 27 miljard dollar kosten. Dat is ruim twee keer zoveel als een initiatief van IMF en Wereldbank uit 1996.

Van de 27 miljard dollar moet ongeveer de helft via multilaterale instellingen als IMF en Wereldbank worden opgebracht, omdat het voor een deel om schulden aan de multilaterale instellingen gaat. De kosten voor IMF en Wereldbank belopen respectievelijk 2,3 miljard en 5,1 miljard dollar. Om te voorkomen dat IMF en Wereldbank te veel uit eigen middelen moeten bijdragen, waardoor hun taken in gevaar komen, zijn de stortingen van donorlanden in het schuldenfonds nodig. Wat de kwijtschelding van bilaterale schulden betreft moeten de crediteurenlanden (bijvoorbeeld in de Club van Parijs) zelf voor de kosten opdraaien.

Gisteren vergaderden het Interim-Comité en het zogenoemde Development Committee van de Wereldbank samen over de schuldenkwestie. Het was voor het eerst dat deze beleidsbepalende organen in één gremium bijeenkwamen. Nog tot op het laatste moment werd over financiële bijdragen onderhandeld. Kleinere landen, waaronder Nederland, waren de afgelopen jaren de grootste contribuanten aan het schuldenfonds – het zogenoemde HIPC-fund (HIPC: Highly Indebted Poorest Countries). Volgens minister Herfkens was Nederland in staat de G7-landen onder druk te zetten door toe te zeggen ten minste hetzelfde bedrag bij te dragen als de kleinste G7-landen (Italië en Canada) of de helft van wat Duitsland zou toezeggen. ,,Hierdoor kon minister Brown opnieuw bij de grote landen met de mand rond'', aldus Herfkens.

De druk op de G7 werd verder vergroot door een dreigement van onder andere Nederland en de Scandinavische landen met een veto in het bestuur van de Wereldbank, waarin de G7-landen geen meerderheid hebben. Dat veto zou volgens Herfkens worden uitgesproken, indien de Wereldbank door een te lage financiële bijdrage van de G7 zou worden gedwongen te putten uit haar zogenoemde IDA-fonds voor de armste landen. ,,Ik heb gezegd dat een dergelijke `bankroof' voor ons onaanvaardbaar zou zijn.''

De Nederlandse bijdrage in het multilaterale fonds zal volgens Herfkens waarschijnlijk uitkomen op ongeveer 100 miljoen dollar. De Amerikaanse regering had onlangs al 600 miljoen dollar toegezegd voor het schuldenfonds. Enkele landen zullen hun bijdragen de komende dagen tijdens de jaarvergadering van IMF en Wereldbank bekendmaken. De Europese Unie kwam gisteren met de toezegging ruim een miljard dollar aan ongebruikte gelden uit het Europees Ontwikkelingsfonds ter beschikking te stellen. Dit geld is vooral bedoeld voor de Afrikaanse Ontwikkelingsbank, die nauwelijks over middelen beschikt voor schuldkwijtschelding.

Het Interim-Comité stemde gisteren in met het plan van het IMF zijn eigen bijdrage aan de schuldkwijtschelding deels te financieren via herwaardering van een deel van zijn goudvoorraad.