Quayle haakt af in race om Witte Huis

De voormalige Amerikaanse vice-president Dan Quayle trekt zich terug uit de strijd om de Republikeinse nominatie voor de presidentsverkiezingen. Quayle slaagde er niet in om voldoende geld in te zamelen en zijn geringe populariteit op te vijzelen.

Quayle (52) is al de vierde Republikein die in een vroeg stadium de handdoek in de ring gooit. De voorverkiezingen beginnen pas eind januari, en de eigenlijke verkiezingen in november 2000. Maar de verrassend sterke uitgangspositie van George W. Bush, de gouverneur van Texas, zet de andere kandidaten zwaar onder druk.

Als eerste gaf senator Bob Smith van New Hampshire de strijd op, gevolgd door Lamar Alexander, oud-gouverneur van Tennessee, en John Kasich, lid van het Huis van Afgevaardigden. De conservatieve commentator Pat Buchanan overweegt om de Republikeinse partij de rug toe te keren en mee te dingen naar de nominatie van de Hervormingspartij van Ross Perot.

Quayle is een voormalige senator voor Indiana. Hij was 41 jaar oud toen de toenmalige vice-president Bush (vader van de huidige kandidaat) hem vroeg zijn running mate te worden. Bush werd president en Quayle vice-president, maar vier jaar later verloor het koppel de verkiezingen tegen Clinton en Gore. Als vice-president heeft Quayle zich nooit kunnen ontworstelen aan het imago van een niet erg intelligente stuntelaar. Regelmatig beging hij blunders die dat beeld bevestigden.

De afgelopen maanden bleek dat oude imago Quayle nog steeds tot last te zijn: alleen al wegens alle grappen die er over hem bestaan, beschouwen veel Republikeinen Quayle als onverkiesbaar. Toen in augustus een informele proefstemming werd gehouden in het plaatsje Ames, in Iowa, eindigde de voormalige vice-president op een vernederende achtste plaats.

Terwijl Quayle tot vorig jaar had gehoopt als een soort politieke pleegzoon van oud-president Bush de top van de Republikeinse partij achter zich te krijgen, moest hij aanzien hoe de echte zoon van Bush zich in de strijd wierp en al snel de steun kreeg van vrijwel de hele partijtop. Ook de Republikeinse geldschieters schaarden zich de afgelopen maanden in groten getale achter de jonge Bush, die al 50 miljoen dollar voor zijn campagne heeft ingezameld.

Nu Quayle is afgevallen en Buchanan op het punt staat om de Republikeinse partij te verlaten, zal Steve Forbes zich duidelijker kunnen profileren als hèt conservatieve alternatief voor Bush. Ook de conservatief-christelijke Gary Bauer maakt aanspraak op die positie, maar hij heeft een veel magerder verkiezingskas dan Forbes, die zo rijk is dat hij zijn hele campagne uit eigen zak kan betalen. Andere kandidaten die nog meedingen naar de Republikeinse nominatie zijn Elizabeth Dole, oud-minister van Transport, senator John McCain, senator Orrin Hatch en de conservatieve dominee Alan Keyes.

Binnen de Republikeinse partij groeien ondertussen de meningsverschillen over Buchanan en diens boek A Republic, Not an Empire. Buchanan stelt in dat boek dat nazi-Duitsland in 1940 geen bedreiging vormde voor de nationale belangen van Amerika. Hij lijkt te suggereren dat de VS zich beter buiten beide Wereldoorlogen had kunnen houden. McCain heeft Buchanan aangespoord om de partij te verlaten. Maar Bush heeft Buchanan juist opgeroepen om de partij niet te verlaten. ,,Ik heb iedere stem die ik kan krijgen nodig'', aldus Bush. Veel Republikeinen vrezen dat Buchanan als kandidaat van de Hervormingspartij zoveel stemmen van Bush kan wegzuigen dat Amerika weer een Democratische president krijgt.