Moby heropent de oude Melkwegzaal

Vier jaar na de opening van The Max, heeft de Melkweg opnieuw een verandering ondergaan. De oude zaal, met zijn hinderlijke pilaren en lage plafond, is verbouwd. De pilaren zijn verplaatst, er is een ijzeren balkon en een ruimere opzet. Zo is de `nieuwe oude zaal' een mooie mini-Max geworden, al haperde de ventilatie.

Op deze openingsavond bood de Melkweg optredens van onder meer Headrillaz, Schoolly D en Moby (in de Max) en was uitverkocht. De Amerikaan Moby bleek de grootste publiekstrekker. Toen hij speelde ging je wensen dat de Melkweg nog een grotere zaal tot zijn beschikking kreeg.

Het was vol en warm. Maar anders dan veel andere popsterren, stortte Moby niet direct zijn eigen watervoorraad over de voorste rijen uit. Hij reikte ze beschaafd een blikje drinken. En vervolgens sprong hij weer van links naar rechts over het podium - zo houterig dat je niet zou vermoeden dat het hier ging om een van de vernuftigste techno-muzikanten van het moment. Moby verraste al in 1991 met de single Go (opgebouwd rond de soundtrack van Twin Peaks, en de manier waarop hij op zijn laatste cd Play (1999) antieke gospel- en bluesopnames combineerde met afgemeten electronische ritmes was fantastisch. Niet alleen kregen de vergeten zangers een tweede leven, hun doorleefde stemmen bleken ook het juiste tegengif voor Moby's hang naar sentimentele pianoloopjes.

Hoe goed die werkwijze ook was voor de cd, bij een live-optreden rijst toch de vraag `Waar zit die katoenplukker'. We zijn als publiek zo langzamerhand wel gewend geraakt aan afwezige, want gesampelde, zangers. Maar te meer omdat Moby optreedt met een groep muzikanten in plaats van computers, geeft hij de indruk dat alles ter plekke wordt gecreëerd. Grappig waren de momenten waarop hij meezong met de gesampelde blueszanger, zoals in Natural Blues: een idolate tiener voor de spiegel.

Moby heeft een afwisselend oeuvre. Een aantal van de zaterdag gespeelde nummers kwam uit zijn electro-punk-periode, uit andere sprak zijn talent als house-muzikant. Anders dan in 1995 in Paradiso, toen hij zich badend in licht liet aanbidden op een verhoging, was Moby nu geen zelfkicker meer. Maar hij is ook geen bezielende bandleider. De bassiste, drummer en parcussionist leken weinig binding te hebben met Moby en zijn nummers. Moby's grootste talent ligt toch in de studio.

Concert: Moby. Gehoord: 25/9 Melkweg/Max, Amsterdam.