`Koppelingswet gevaarlijk'

De gezondheid van illegale vreemdelingen loopt gevaar door invoering van de Koppelingswet, zo waarschuwen juristen.

Als de overheid niet snel ingrijpt in de medische zorg voor illegale vreemdelingen, komen er straks wellicht mensen te overlijden, terwijl dat met adequaat medisch handelen te voorkomen was geweest. Dat stelt het jongste NJCM Bulletin (Nederlands Tijdschrift voor de Mensenrechten) in een commentaar.

De redactie meent dat de problemen op het terrein van de gezondheidszorg voor illegalen zo ernstig zijn dat de betrokken ministeries de gevolgen van de Koppelingswet eerder moeten evalueren dan na de afgesproken drie jaar, volgend op de inwerkingtreding in juli 1998.

Het tijdschrift verwijst naar een recente brandbrief van een groep Haagse huisartsen, psychiaters en psychosociale hulpverleners aan het comité van burgemeesters over de gezondheid van `witte illegalen', Deze illegalen krijgen steeds meer last van depressies, angst, isolement, agressie, vervreemding, persoonlijkheidsveranderingen en lichamelijke klachten.

Daarbij stellen de artsen dat dergelijke symptomen voorkomen bij mensen die hebben blootgestaan aan `psychologische marteling'. Dat is volgens hen mede een gevolg van de invoering van de Koppelingswet, die beoogt illegaal verblijf tegen te gaan door vreemdelingen uit te sluiten van toegang tot collectief gefinancierde voorzieningen en uitkeringen, zoals de gezondheidszorg. Achterliggende gedachte daarbij is dat het honoreren van dergelijke aanspraken suggereert, dat hun verblijf wordt gedoogd. De Koppelingswet waarborgt wel de toegang tot `medisch noodzakelijke zorg', maar minder noodzakelijke zorg is voorbehouden aan illegalen die dat zelf kunnen betalen.

Een jaar na inwerkingtreding van de wet blijkt dat hulpverleners en zorginstellingen met onbetaalde rekeningen blijven zitten. De wet dwingt artsen en hulpverleners ertoe keer op keer de verblijfsrechtelijke positie van vreemdelingen te controleren.

Het systeem is volgens het Bulletin bovendien moeilijk verenigbaar met de plicht tot hulpverlening van artsen, zoals die is verankerd in het Wetboek van Strafrecht en in andere wetten en beroepscodes.

Wel stort de overheid geld in een zogenoemd `illegalenfonds', maar dat keert pas uit als vaststaat dat het om `medisch noodzakelijke zorg' ging. Bovendien moet de arts dan duidelijk maken dat de kosten niet ergens anders kunnen worden verhaald.

,,Dit systeem riekt naar onbehoorlijk bestuur en staat op gespannen voet met het recht op eigendom, zoals neergelegd in het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens'', aldus het Bulletin, dat vreest dat artsen aldus illegale patiënten ,,als hete aardappels naar elkaar gaan doorschuiven om financiële risico's te ontlopen''.

Naast de brandbrief van de Haagse artsen, zijn er volgens het Bulletin signalen die er op wijzen dat verscheidene hulpverleners – zowel in de eerste als in de tweede lijn – patiënten zonder geldige verblijfstitel ,,categorisch trachten te weren''. Ook zijn er gevallen bekend dat een noodzakelijke behandeling werd geweigerd.

De cruciale vraag is wanneer minder noodzakelijke zorg overgaat in noodzakelijke zorg en hoe dit criterium moet worden uitgelegd bij kinderen, chronisch zieken en mensen met psychische of psychiatrische stoornissen, meent het Bulletin. ,,En wat te denken van vrouwen en meisjes die seksueel worden mishandeld?''