Kamer is wel erg goedgeefs voor de zorg

De Tweede Kamer toonde zich vorige week ruimhartig jegens de zorg maar lijkt geen oog te hebben voor wat werkelijk moet gebeuren, vindt Quirien van Koolwijk.

De wensen van de lobbyende ziekenhuizen, geestelijke gezondheidszorg en ouderenbonden hebben in de Tweede Kamer een vruchtbare bodem gevonden. Aan de netto 1,4 miljard gulden die het kabinet in 2000 al extra in de zorgsector steekt besloot de Kamer vorige week nog eens 150 miljoen gulden toe te voegen. De waarschuwing van minister Borst (Volksgezondheid) en haar staatsecretaris Vliegenthart (Welzijn) dat op dit moment niet het geld maar vooral het nakende personeelstekort het probleem van de zorgsector is, bleek niet aan de fractieleiders besteed.

Maar ook los van het personeelstekort kunnen kanttekeningen worden geplaatst bij de Kamerbreed gedragen motie waarin de wensen zijn verwoord. Dit is misschien nog het minst het geval bij de constatering in de motie dat `de berekening van het zak- en kleedgeld voor bewoners van inrichtingen, verpleeghuizen en verzorgingshuizen is gebaseerd op een verouderd bestedingspatroon'.

Maar daaruit kan, anders dan in de motie gebeurt, niet zonder meer de conclusie worden getrokken dat het zak- en kleedgeld verhoogd moet worden. Zo is onduidelijk in welke mate dit `moderne bestedingspatroon' in de inrichtingen, verpleeghuizen en verzorgingshuizen is terug te vinden. Bovendien zijn er grote verschillen tussen wat de afzonderlijke instellingen hun patiënten laten betalen voor bijvoorbeeld koffie, taart, kapper en wasserij en wat ze zelf uit hun eigen budget voor hun rekening nemen. Aan die verschillen is in de afgelopen jaren al herhaaldelijk aandacht besteed zonder dat dit heeft geleid tot uniformering van het voorzieningenpakket van de instellingen.

`Naast de bestaande structurele aanpak kan een eenmalige extra investering de wachtlijsten voor behandelingen in ziekenhuizen flink opschonen' heet het in de genoemde motie en de Kamer trekt daar vervolgens 50 miljoen gulden voor uit. Een uitgave die niet direct voor de hand ligt nu de ziekenhuizen melden dat zij het geld dat dit jaar voor de aanpak van wachtlijsten besteden aan zaken als een preventieve aanpak van millenniumproblemen. Dat is iets waarvoor de ziekenhuizen heel goed een greep in hun reserves kunnen doen: die zijn in de jaren negentig meer dan verdubbeld tot zo'n 2,5 miljard gulden op dit moment. Ook voor de wachtlijsten zouden ze daar een beroep op kunnen doen.

Borst heeft bovendien in haar begroting voor 2000 al 130 miljoen gulden voor het terugdringen van de wachtlijsten uitgetrokken met daarbij de toezegging dat de ziekenhuizen in de drie jaren daarna ook op dit bedrag kunnen rekenen. Daarmee komt de minister volledig tegemoet aan de ziekenhuizen, die vorig jaar uitrekenden dat voor de aanpak van de wachtlijsten dit bedrag nodig zou zijn. Daarnaast voldoen de ziekenhuizen al enkele jaren niet aan de belangrijkste voorwaarde die Borst sinds 1997 aan het geven van extra geld (1997: 50 miljoen gulden, 1998: 90 miljoen en 1999: 130 miljoen) voor de aanpak van wachtlijsten verbindt. Het gaat dan om een uniforme registratie van de wachtlijsten en wachttijden zodat behoorlijk kan worden nagegaan wat de effecten van dat extra geld zijn.

`De beschikbaarheid van dagbesteding voor ernstig verstandelijk en meervoudig gehandicapten schiet nog tekort' meldt de motie. De Kamer besloot daarop een deel van de extra 150 miljoen gulden (nog niet bekend is hoeveel) hiervoor beschikbaar te stellen. Nog maar een paar maanden geleden, in mei, meldde Vliegenthart de Kamer dat van de extra 41 miljoen gulden die vorig jaar voor de uitbreiding van de dagbesteding beschikbaar was (de inrichtingen hadden in de maanden daarvoor schande gesproken over het tekort aan geld voor deze activiteit) `nauwelijks heeft geleid tot meer dagbesteding'.

Het geld werd grotendeels gebruikt voor de financiering van de cao. Van de rest is een deel aan de reserves toegevoegd (de sector beschikt over zo'n 450 miljoen gulden aan reserves). Dit jaar is opnieuw extra geld voor uitbreiding van de dagbesteding uitgetrokken (24 miljoen gulden). Maar de inrichtingen moeten het geld dit keer `verdienen' door eerst concreet aan te geven hoe ze het willen besteden. Die pot is eind september nog bij lange na niet leeg.

`Versterking van de eerstelijns psychische zorg en algemeen maatschappelijk werk is van essentieel belang ter bestrijding van de wachtlijsten en uitval op het werk', meent de Kamer en trekt ook daar een (nog niet bekend) deel van de 150 miljoen gulden extra voor de zorgsector voor uit.

Mogelijk ziet de Kamer dit als een adequaat antwoord op het snel groeiende circuit van commerciële bureaus in de geestelijke gezondheidszorg die, vooral, zieke werkenden snel en doeltreffend behandelen. Het is een circuit waar zich ook steeds meer `gewone' instellingen, zoals Riagg's, bij aansluiten. Maar het kan natuurlijk ook zijn dat de Kamer denkt met deze geste het beleid van Borst te ondersteunen die al geruime tijd ervoor pleit met name in de eerste lijn de positie van de geestelijke gezondheidszorg (onder meer door eerstelijnspsychologen) te versterken, om zo niet alleen snel hulp te kunnen bieden bij veel alledaags gedoe maar ook om de instroom in de dure tweede lijn te beperken. Het geld daarvoor kan echter, zo blijkt uit verschillende recente onderzoeksrapporten, heel goed door de sector worden opgebracht.

Die is namelijk weinig doelmatig georganiseerd. Zo loopt de productiviteit van hulpverleners sterk uiteen, is de administratie vaak een chaos, wordt er nauwelijks samengewerkt zodat veel beschikbare capaciteit slecht wordt benut en bestaat er onvoldoende zicht op de effectiviteit van een behandeling.

Het is derhalve allerminst zeker dat de burger die de 150 miljoen gulden moet betalen (naast de 75 miljard gulden die hij volgend jaar al in de zorgsector steekt) waar voor zijn geld krijgt. Daarnaast lijkt de goedgeefsheid van de Kamer het werk van Borst en Vliegenthart om de sector tot meer doelmatigheid te bewegen, te doorkruisen.

Waarom zou je daar immers aan meewerken als je door wat lobbywerk extra geld van de Kamer los kunt krijgen.

Quirien van Koolwijk is redacteur van NRC Handelsblad.