Het vredesgevoel van de Palestijnse markt

Israeliërs komen in groten getale naar de markt in het Palestijnse dorp Masha. ,,Op de markt vinden we elkaar'', zegt een Israeliër.

Met zwaailichten en loeiende sirenes raast een ambulance uit het nog door Israel bezette deel van de Westelijke Jordaanoever naar Tel Aviv. De kilometerslange file in omgekeerde richting wekt het vermoeden dat ergens op de weg een ongeluk is gebeurd. Na een uurtje file blijkt dat het autoverkeer niet op een ongeluk strandt maar op de grote markt aan weerszijden van de smalle weg in het Palestijnse dorp Masha. Bij duizenden komen Israeliërs deze zaterdag weer op de koopjes af. ,,Het is iedere zaterdag zo'', zegt een Palestijn die een goede boterham moet verdienen aan zijn netjes aangelegde parkeerplaats.

Masha, vlak bij de villa-nederzetting Elkana, staat nog onder Israelische controle. Israelische militairen, gehuld in kogelvesten, met automatische geweren in de aanslag, patrouilleren aan weerszijden van de weg die door het dorp kronkelt. ,,Dat geeft me een veilig gevoel'', zegt Yael uit Tel Aviv. ,,Het vredesgevoel is belangrijker'', vindt Yair Madon, een slotenmaker uit dezelfde stad. Volgens hem stimuleert zo'n markt, waar Israeliërs en Palestijnen elkaar ontmoeten en zaken doen de verstandhouding tussen beide volken. ,,We moeten met beide voeten op de grond staan. Wij, Israeliërs en Palestijnen, willen gewoon leven. Het liefst zo goed mogelijk. Op zo'n markt vinden we elkaar. Wij kopen goedkoop en zij verdienen. Als de Palestijnen hun portefeuille kunnen vullen, hebben ze minder motivatie om ons te vermoorden. Zo eenvoudig is het, naar mijn idee.''

Driemaal per week opent een Palestijn uit het dorpje Halbe nabij de Palestijnse stad Kalkilya zijn meubelstal in Masha. Uit Rishon Lezion zijn twee Israelische echtparen gekomen met een kleine vrachtauto om bij hem hun slag te slaan. Ze kopen een bed voor 525 gulden. ,,In Israel betaal ik voor zo'n bed bijna het drievoudige'', zegt een van de kopers. ,,De moeite waard, niet? En het is ook goed voor de vrede''.

Als ze weg zijn zegt de meubelhandelaar dat ,,tachtig procent van de Israeliërs goede mensen zijn''. Een oordeel over de overige twintig procent wil hij niet uitspreken.

Palestijnse handelaren zitten op de grond aan beide kanten van de weg achter hun koopwaar: boren, waterpijpen, messen, glazen, horloges, schroevendraaiers, plastic bloemen, tapijten en zomaar prullen, alles keurig in dozen verpakt. Wat verder van de weg wordt marmer verwerkt tot tegels, tuinbanken en tuintafels. Veel in gips gegoten tuinkabouters, kraanvogels, kikkers en andere beesten wachten geduldig op de Israelische kopers die met handen vol planten uit de kwekerijen komen en hun tuin willen opvrolijken. Veel Palestijnen hebben hun bedrijfjes voor de Israelische bezoekers Hebreeuwse vredesnamen gegeven: `De kwekerij van de vrede', `vredesrestaurant'.

Stapels keurig ingelijste afdrukken van Picasso en andere beroemdheden staan in de zon te branden. Avi Furjan uit Tel Aviv, komt handen tekort. ,,Mijn baas besloot dat ik maar eens met deze spullen op de markt in Masha moest gaan staan'', zegt hij. Er zijn meer Israelische handelaren die op zaterdag de `grens' overkomen en uit het zicht van de Israelische belasting hun waar te slijten. De Picasso's blijken een groot succesnummer te zijn. Ze zijn snel uitverkocht.

,,Voor de joodse feestdagen was het hier een gekkenhuis'', zegt Said. Vroeger werkte hij, zoals tienduizenden Palestijnen, in de bouw in Israel. Twee jaar geleden zag hij de ontspanning tussen de Palestijnen en Israel aankomen. Met een goed gevoel voor de Israelische mentaliteit huurde hij een stuk land langs de weg en zette er en een winkelachtige schuur op. Daar staan zijn meubels, met monsters van stof in allerlei kwaliteiten en kleuren. Een bankstel wordt voor 1200 gulden verkocht. ,,Van die kwaliteit kost dat in een Israelische meubelzaak 4200 gulden'', zegt Said. Een Israeliër strijkt op een van de banken neer. ,,Ik lever de stoffen'', vertelt hij. Uit de samenspraak tussen hem en meubelhandelaar Said blijkt dat de houten onderbouw van de meubels in Masha en in Palestijnse werkplaatsen in dorpen in de omgeving wordt gemaakt. Als de Palestijnen even niet opletten fluistert de Israelische stoffenhandelaar dat ,,ze rotzooi maken. Na een paar jaar valt zo'n bankstel uit elkaar. Maar dat kan de Israeliërs niet zoveel schelen. Als ze maar voor het joodse feest een nieuw bankstel in huis hebben. Voor de prijs van een bankstel in Tel Aviv kunnen ze er hier drie kopen. Dat is het geheim van het Palestijnse commerciële succes hier''.