`Het engagement is nu meer verstopt'

In zijn meer dan dertig jaar is Willem Breuker uitgegroeid van voorhoedevechter van de Europese free jazz tot alom gerespecteerd alleskunner. Het Willem Breuker Kollektief bestaat dit jaar 25 jaar en viert dat vanavond in de Stadsschouwburg van Amsterdam.

Ischa Meijer noemde hem `een norse nootjesboer', de jury van de Boy Edgar-Prijs betitelde hem als `muzikale allesvreter' en beheerders van subsidiepotjes vonden hem vaak een `kankeraar en dwarsligger'. Maar wat je ook van Willem Breuker vindt of zegt, niemand met interesse voor Nederlandse jazz kan om de Amsterdamse rietblazer en bandleider heen. ,,Ik vind het maar onzin'', zegt hij zelf over de viering van het 25-jarig jubileum van zijn Willem Breuker Kollektief, vanavond in de Amsterdamse Stadsschouwburg. ,,Of het nou 10, 20 of 30 jaar is, je doet gewoon je werk tot je er bij neervalt.''

In 1966 maakte Breuker als 21-jarige zijn entree als beroepsmuzikant in de bigband van wijlen Boy Edgar. In datzelfde jaar zorgde hij meteen voor opschudding door op het keurige jazzconcours van Loosdrecht zijn Lithany for the 14th of June, 1966 op te voeren, een compositie waarin hij sympathie betuigde aan de Amsterdamse bouwvakkersopstand. Samen met drummer Han Bennink en pianist Misha Mengelberg richtte hij vervolgens de nog steeds invloedrijke Instant Composers Pool op. En in 1968 speelde hij mee op Peter Brötzmanns inmiddels klassieke free jazz-lp Machinegun. Breuker had zich in zeer korte tijd een plaats verworven binnen wat oude `boppers' neerbuigend het `piep-piep-knor-genre' noemden.

Nadat hij de ICP had verlaten, begon Breuker in 1974 zijn eigen Willem Breuker Kollektief, dat snel uitgroeide tot een van de bekendste vertegenwoordigers van de Europese free jazz . Het tien man sterke orkest paarde ongekende geluidsexplosies aan maatschappelijk engagement.

,,De Nederlandse jazz was tot het eind van de jaren zestig altijd a-politiek geweest. Wij wilden mensen pesten en shockeren, en commentaar leveren op de gebeurtenissen om ons heen. En dat deden we door veel pokkeherrie te maken. Dat stempel van herriemaker wordt me nog steeds opgedrukt door de oude garde, terwijl ik ondertussen toch veel andere dingen doe. Maar het is een aangenaam misverstand; het houdt de zaken levendig.''

Hoewel voor hem jazz nog steeds direct is verbonden met maatschappelijk commentaar, is Breukers engagement tegenwoordig minder uitgesproken dan twee decennia geleden. ,,Dat trappen was toen nodig, nu is het er de tijd niet voor. Bovendien kan je niet je hele leven lang Don Quichotte spelen. Mijn eigen kijk op de wereld om me heen speelt nog steeds een grote rol, maar is meer verstopt in de muziek. Als je muziek schrijft ben je verplicht steeds het waarom van muziek te onderzoeken. Je kunt legio redenen bedenken waarom je musiceert: om het geld, om mensen te plezieren, om jezelf te ontplooien. Maar dat zijn slechts alibi's. Het werkelijke bestaansrecht van muziek zit `m in het commentaar op de dag en de omgeving. En dat kan abstract, brutaal of smakeloos, zolang het maar actueel is. Ik maak ook geen muziek voor de eeuwigheid. Muziek moet zijn werk doen op het moment dat hij gemaakt wordt.''

Na zich te hebben losgeweekt van `het monomane van de free jazz', ontwikkelde het Willem Breuker Kollektief een geheel eigen stijl, door de bandleider zelf `mensenmuziek voor open oren' genoemd. Dit burleske mengsel van vaudeville, fanfare, volksmuziek, muziektheater, tango's, walsjes en bigband-muziek is uitgegroeid tot een eigen muzikale taal, het Breukeriaans.

,,Wat de meeste Europese jazzmuzikanten toen speelden was een rechtstreekse imitatie van Amerikaanse muziek. Maar ik ben geboren in Amsterdam en niet in een of andere goot in New York. Ik hoef niet te beantwoorden aan Charlie Parker of John Coltrane. Europeanen als Schönberg, Strawinsky, Weill en Eisler maken deel uit van mijn traditie.'' En het belangrijkste element van die Europese traditie is volgens Breuker de vrijheid van muzikale dogma's. ,,Wat zou ik me ervan aantrekken dat een blues twaalf maten duurt. Ik wil een noot zo lang, zo hoog of zo vals spelen als ik dat wil.''

In de leden van het Kollektief vond Breuker gelijkgestemde non-conformisten. Overeenkomstig zijn sociale idealen krijgen de leden allemaal dezelfde gage en staat het iedereen vrij ideeën en composities in te brengen. De samenwerking is zo succesvol gebleken dat vijf van de originele leden nog steeds deel uitmaken van het orkest. ,,We klaren de klus met z'n allen en we hebben een gedeelde verantwoordelijkheid. Dat mijn naam is verbonden aan het orkest is eigenlijk een contradictie. Maar ja, op ieder pakketje hoort een postzegel en ik ben nou eenmaal die postzegel.'' Anderzijds geeft Breuker toe `de kapitein' van het gezelschap te zijn. ,,Ik geloof niet in een democratie van stemmen; dat levert alleen maar een slap gemiddelde op. Dingen moeten ook snel gebeuren. Als je dagen gaat zitten kletsmeieren over iets dan is de lol er snel vanaf.''

Om zijn eigen smaak en voorkeur onder het publiek te brengen – `de radio zendt mijn muziek alleen uit op tijden dat mensen werken of slapen' – heeft de bandleider zijn eigen podia gecreëerd. Zo speelt hij steevast op 5 december in de Stadsschouwburg met gasten, uiteenlopend van Adriaan van Dis tot Theo Olof. Zijn vijfdaagse festival Klap op de vuurpijl luidt al 25 jaar lang het jaar uit. Hij schrijft muziek voor theater, film, tv en theater. Daarnaast runt Breuker zijn eigen platenlabel BV Haast, dat jaarlijks zo'n vijftien cd's uitbrengt. Hij is bestuurslid van het Nederlandse Jazz Archief.

Ondertussen blijft Breuker als componist onverminderd productief. Een muzikaal rebel is de inmiddels geridderde en met jazz-prijzen overladen bandleider niet meer te noemen, maar nieuwe wegen bewandelt hij met een nog even groot enthousiasme als 25 jaar geleden. Zo nam hij onlangs samen met zangeres Loes Luca muziek van Kurt Weill op, presenteerde hij op het Maastrichtse Musica Sacra zijn versie van Psalm 122 en zijn er plannen voor samenwerking met een Turkse zangeres en een Hindoestaanse muzikant. Na een kwart eeuw musiceren, componeren en agiteren blijft Breukers blik gericht op de toekomst. ,,De onrust blijft, ik moet nog steeds heel nodig van alles. Het wordt niet minder, alleen maar meer.''

Het Willem Breuker Kollektief: 27/9 Stadsschouwburg Amsterdam, tevens presentatie van het fotoboek `Celebrating 25 years on the road' en een dubbel-cd met een anthologie van het Kollektief.

    • Edo Dijksterhuis