Een late Mahler die siddert en huivert

De serie `Einde van een Eeuw' van NCRV en het Amsterdamse Concertgebouw begon enkele seizoenen geleden met muziek die precies een eeuw geleden was gecomponeerd. Dit seizoen wordt tijdens elf concerten in de Grote en de Kleine Zaal teruggekeken op enkele belangrijke stromingen en hoogtepunten in de muziek van deze eeuw.

Gisteravond opende het Radio Filharmonisch Orkest onder leiding van Edo de Waart met een Mahlerconcert: het Adagio uit de Tiende symfonie en Das Lied von der Erde. Het gaat hier om zinvol geprogrammeerde `late' Mahlermuziek. Das Lied von der Erde, begonnen in 1906, was bij Mahlers dood in 1911 wel klaar, maar nog niet uitgevoerd. De Tiende symfonie bleef onvoltooid, al was het hier uitgevoerde begin-Adagio het verst gevorderd.

Al valt er formeel iets voor te zeggen om dit Adagio te beschouwen als een zelfstandig posthuum werk, toch blijft het beluisterend daarvan in de praktijk onbevredigend, wanneer men het complete werk kent in een van de `voltooide' versies, zoals de `performing version' van Deryck Cooke. Het goed gespeelde begin-Adagio met zijn afwisseling, maar ook samengaan van warmte en kilte kan dan niet meer zonder het slot-Adagio, een stuk met dezelfde opbouw en thematiek, maar veel extremer uitgewerkt. Het slotdeel is kaler, schrijnender, finaler in de uitbeelding van een stervensproces en het verglijden van het menselijk leven in de eeuwige verten.

Dat is ook de thematiek van het slotdeel Der Abschied van Das Lied von der Erde, al gaat het hier ook nog om de eeuwige vernieuwing van het leven op aarde, gesymboliseerd door het opbloeien van de natuur in de lente. De Waart dirigeerde Das lied von der Erde de laatste jaren vaker in ons land: in 1992 met Jessye Norman en Michael Sylvester als solisten bij het Rotterdams Philharmonisch Orkest en in 1995 met Charlotte Hellekant en Gary Lakes als solisten bij een uitvoering, die was op te vatten als het sluitstuk van de Mahlercyclus die hij met het Radio Filharmonisch Orkest uitvoerde.

De uitvoering met Jessye Norman, met haar brede expressie zingend en soms fluisterend sprekend, was hors concours, ondanks het niet erg bevredigende zingen van invaller Sylvester. Maar ten opzichte van de uitvoering met Hellekant en Lakes was deze uitvoering beter. David Rendall zong zijn lastige partij, die door het orkest snel wordt overstemd, in het eerste lied met grote kracht, al hield De Waart op sommige momenten ook iets in. En in Der Trunkene im Frühling kwamen Rendall en De Waart samen tot een bijzonder zoete lyriek in de scène met de lentevogel.

De stem van Lorraine Hunt is wat licht, maar heeft ook voldoende donkere kanten, al kon de expressie soms wat krachtiger en volumineuzer. Der Abschied was het hoogtepunt van het concert: door Hunt prachtig gezongen, soms heel langzaam en verstild, zelfs bijna toonloos zacht in de frase `Die Welt schläft ein!' Ook De Waart, als Mahlerdirigent zich vaak met enige afstandelijkheid bewegend tussen de emotionele opvattingen van Haitink en de analytische brille van Chailly, liet hier zijn tempi effectvol vrijwel tot stilstand komen. Het instrumentale tussendeel realiseerde hij met grote beeldende kracht in huiveringwekkende sidderingen van de natuur.

Concert: Radio Filharmonisch Orkest o.l.v. Edo de Waart. Gehoord: 26/9 Concertgebouw Amsterdam. Radio: 23/12 20.02 uur NCRV Radio 4.