Drama in kille atoomreactor

Kopenhagen van de Engelse schrijver Michael Frayn werd vorig jaar uitgeroepen tot `Best Play of the Year'. Er komt geen god of mythologie aan te pas en toch is het een klassiek noodlotstuk. Het gaat over de tot op heden onduidelijke rol die de atoomgeleerde Werner Heisenberg heeft gespeeld in de gestrande pogingen van de nazi's een atoombom te ontwikkelen. Heisenberg, in 1932 Nobelprijs-winnaar vanwege zijn formulering van het `onzekerheidsprincipe', was samen met Otto Hahn verantwoordelijk voor het nucleaire programma van het Derde Rijk. Het is nog altijd de vraag of hij het atoomproject, dat de geschiedenis een fatale andere wending had kunnen geven, bewust saboteerde of dat hij eenvoudigweg niet briljant genoeg was om het succesvol te maken.

Een tien minuten durende wandeling in 1941 van Heisenberg met zijn vroegere mentor, de Deense atoomgeleerde Niels Bohr, eveneens Nobelprijswinnaar, is de kern van Frayns stuk. Wat hebben beide mannen toen besproken, buiten het bereik van de afluisterapparatuur in het huis van Bohr, die later betrokken was bij de ontwikkeling van de Amerikaanse atoombom? Ging het gesprek uitsluitend over hun vak, of ook over politiek en ethiek? Niemand weet het.

Frayn situeert zijn raadselachtige reconstructie in het hiernamaals, waar Bohr (Bram van der Vlugt), zijn vrouw Margrethe (Liz Snoijink) en Heisenberg (Rudolf Lucieer) zonder acht te slaan op chronologie hun gemeenschappelijke geschiedenis verwoorden, naspelen, becommentariëren en uiteindelijk vergeefs trachten te achterhalen. Het is een spel van wisselende perspectieven, interpretaties, wroeging en verwijten en soms moeilijk te doorgronden natuurkundige uiteenzettingen. Margrethe, zelf geen natuurkundige maar volwaardig gesprekspartner van haar man, is het geweten, dat de kritische vragen stelt en niet schroomt oordelen uit te spreken.

De gewild-kille enscenering van Peter Tuinman bij het Noord Nederlands Toneel speelt zich af in een wit laboratorium-achtig decor van Mechtild Schwienhorst. Het publiek heeft van alle kanten zicht op een rond speelvlak met drie simpele stoelen. Een reusachtige paraplu hangt erboven, als een lamp boven de operatietafel, waarop de autopsie van de geschiedenis plaats heeft. Heisenberg – symbool van zijn eigen onzekerheidstheorie – wordt door Rudolf Lucieer gespeeld als een emotioneel figuur. De voorname Bohr van Bram van der Vlugt is de kalme wetenschapper, die met emoties niet goed raad weet. Snoijink als zijn vrouw is streng en stijfjes. Gedrieën gaan zij als het ware een chemische verbinding aan, die niet direct zindert van dramatiek maar die wel intrigeert.

De voorstelling oogt als een steriele atoomreactor die elk moment ontploffen kan. Uiteindelijk volgt een implosie, als de paraplu over het speelvlak zakt. De drie personages staan terzijde, klinische observators van hun eigen leven, maar toch bewogen. Het is een mooi evenwicht.

Voorstelling: Kopenhagen van Michael Frayn door Noord Nederlands Toneel. Regie: Peter Tuinman. Spel: Bram van der Vlugt, Liz Snoijink, Rudolf Lucieer. Gezien: 25/9, Machinefabriek, Groningen. Aldaar: t/m 15/10, elders t/m 25/11. Inl. (050) 311 33 88.