Cultuurminnaars wordt wakker!

In de vijfde klas begonnen we Vergilius te lezen, na jarenlang Caesar, Livius en andere saaiigheid. De Aeneis. (Laatst las ik dat Ida Gerhardt schreef dat de Aeneis Vergilius was `opgedrongen' door keizer Augustus en dat ze het `een jammerlijke mislukking', een `moetje' vond.) We lazen over hoe Aeneas bij Dido in Carthago aanspoelt met zijn schepen en mannen, en over hoe hij haar betovert met zijn verhalen, hoe Venus maakt dat ze hulpeloos verliefd wordt, hoe ze de winter doorbrengen samen en over Dido's wanhoop als Aeneas vertrekt naar Italië.

Nooit was Latijn zo meeslepend geweest. Natuurlijk was dat `lezen' meer het omzetten van mooi Latijn in houterig Nederlands, natuurlijk hadden we veel toelichtingen en aantekeningen nodig, maar in die vijfde klas, waar we bij Grieks Homerus lazen en bij Latijn over de verliefde Dido, bloeide heel die wereld die ooit bestaan had, waarin deze verhalen gelezen en geschreven waren, voor mij open.

Was dat nuttig? Ik denk het wel. Niet omdat het voor het latere leven zo ontzaglijk belangrijk is om Latijn te kennen. Maar omdat alles waaraan je met aandacht hebt gewerkt de moeite waard is geweest, al was het alleen maar om die aandacht. Omdat het zo ontzaglijk leuk is om te zien hoe een taal in elkaar zit, hoe anders dat kan zijn dan je eigen taal of verwante moderne talen. En omdat met dat Grieks en Latijn een cultuur, een geschiedenis gegeven werd.

Een vriend vertelde eens dat toen hij op het gymnasium zat, eind jaren vijftig, begin jaren zestig, het heel vanzelfsprekend was dat wie kon alfa koos en geen bèta. Alfa vertegenwoordigde de werkelijke klassieke cultuur, dan leerde je wat, wie bèta deed zat al bijna op de HBS. Dat zal ook wel aan dat specifieke gymnasium hebben gelegen, of misschien aan die vriend en zijn vrienden, maar toch zegt het iets over hoe, ooit, het lijkt wel heel ver weg en lang geleden, een bepaald type culturele vorming, traditie, beschaving, gewaardeerd werd.

En nu gaat het gymnasium eraan. Er is al zoveel jaren van alles over te doen geweest, het is al menig maal in zijn voortbestaan bedreigd, maar nu is het dan eindelijk zover, althans vrijwel. Een geruisloze dood gaat het sterven: er zijn geen classici meer. Vorige week berichtte deze krant dat scholen de grootste moeite hebben om iemand te vinden die Grieks of Latijn wil geven. Het is al net als met wiskunde: als de gymnastiekleraar het wil doen, of iemand die als enige handicap heeft dat hij geen Nederlands spreekt zijn ze ook blij. Dan vertalen de tweedeklassers gewoon: The girl wears a beautiful peplos. Zal nog niet meevallen om die vreemde gymnasiumzinnen in het Engels weer te geven: ,,Hij nu, nadat hij de winterkwartieren in gereedheid had gebracht ...'' ,,He now, after making ready the winterquarters...?''

Als redenen wordt opgegeven dat er a. minder mensen klassieke talen gaan studeren (er studeerden in de jaren negentig maar 31 classici per jaar af gemiddeld, tegen in de jaren tachtig 98) en dat b. die paar classici die van de universiteit komen over het algemeen de indruk hebben gekregen dat ze alles beter kunnen gaan doen dan leraar worden. Die indruk heeft iedereen wel zo'n beetje opgedaan de laatste tien jaar. Als er één beroepsgroep is die het leven zuur wordt gemaakt dan zijn dat wel leraren. Al tientallen jaren horen we dat leraren het vaakst van alle beroepskrachten overspannen raken, tegenwoordig hebben ze zelfs meer dan anderen last van het `burn-out' syndroom. Al schijnen de huisartsen wat dat betreft aardig in te lopen. Verpleegkundigen hebben er ook al jaren veel last van. Mensen die iets doen waarbij ze min of meer dienstverlenend te maken hebben met andere mensen kunnen tegenwoordig hun lol wel op. Want andere mensen hebben eisen. Leerlingen ook. En die hoeven bovendien van thuis niet meer beleefd te zijn tegen hun leerkrachten, tegen niemand waarschijnlijk, zodat leraren nogal eens verrot gescholden worden. Natuurlijk zijn er ook leuke scholen en aardige leerlingen, maar de beeldvorming de laatste tien jaar kan onmogelijk iemand erg happig hebben gemaakt om leraar te worden: niets dan agressie in de klas, onhandelbare types, problemen met te veel buitenlandse kinderen, spijbelaars, onaanspreekbare ouders. Neem daarnaast de niet-aflatende stroom onderwijsveranderingen en bestuursmaatregelen die op scholen en leraren worden losgelaten, denk ook nog aan de salarissen die vroeger mooi waren maar die in de jaren tachtig sterk naar beneden zijn geschroefd en aan het volkomen gebrek aan status dat het leraarsberoep tegenwoordig aankleeft en het wordt alleszins begrijpelijk dat studenten niet en masse voor de klas willen na hun studie. Het is eigenlijk een wonder dat voor sommige vakken nog geen `nijpend tekort' bestaat.

Een mooi resultaat van het onderwijsbeleid.

Toch is nog het allerergste dat een hele cultuur op het punt staat te verdwijnen. Als er geen classici meer voor de klas staan, dan zijn er binnenkort helemaal geen classici meer, want hoe zou iemand op het idee moeten komen dat Grieks en Latijn interessant zijn als hij nooit met rode wangen een zin heeft ontward, nooit heeft gedacht dat die mensen die meer dan tweeduizend jaar geleden schreven en leefden opmerkelijk, verrassend veel van ons weg hebben terwijl ze tegelijkertijd al even opmerkelijk vreemd zijn. Zou dat echt kunnen, dat de klassieken helemaal uit ons leven verdwijnen? Niet meteen natuurlijk, er bestaan goede vertalingen, maar die verouderen, en er zullen geen nieuwe classici meer zijn. En dan? Is het mogelijk om zo afgesneden te raken van onze cultuur? Vindt niemand dat meer belangrijk?

Ik kan dat allemaal niet geloven, maar het eigenaardige is dat er op dat bericht in de krant (van 22 september) niets dan stilte is gevolgd. Geen Kamervragen. Geen paniek. Geen plannen voor een groot `Redt het gymnasium'–offensief.

Zou dat nog komen? Het ergste valt te vrezen in een land waar de staatssecretaris van Cultuur uitsluitend over ondernemersschap en publieksaantallen praat, waar de ene na de andere minister van Onderwijs geloofde dat het heel belangrijk was om weer iets nieuws te verzinnen, waar studenten niet breed opgeleid moeten worden maar `op maat', waar leraarschap zo langzamerhand iets is geworden voor mensen die elders niet kunnen slagen. Nog even en we zijn cultuur-vrij. Wat zal dat een opluchting zijn.