Company: goed begin van Sondheim-cyclus

,,Je wikt en je weegt en je sluit compromissen / en geeft dan de ander de schuld'', krijgt de hoofdpersoon in de musical Company te horen van één van de echtparen met wie hij bevriend is. Hij is single en wordt vandaag 35. Al zijn vrienden zijn getrouwd; de mannen zijn jaloers op zijn vrijgezelle status, de vrouwen zijn verliefd op hem en hij, hij twijfelt: zijn wisselende contacten zijn niet ideaal, maar de huwelijken van zijn vrienden evenmin.

Stephen Sondheim, de interessantste musical-auteur van de laatste dertig jaar, beschreef in Company (1970) een ambivalente levenshouding. In fragmentarische sketches komen de scheurtjes bloot achter de harmonieuze façades van de vijf vriendenstellen, en in de songs, die het cement van de voorstelling vormen, worden de mitsen en maren verhevigd. Een reguliere plot ontbreekt: wat we te zien krijgen, zijn de voors en tegens die Bobby door het hoofd spoken. Het is zelfs zeer waarschijnlijk dat de hele handeling zich uitsluitend in zijn hoofd afspeelt, en dat de vijf stellen en de drie losse vriendinnen de illustraties vormen van zijn grillige gedachten.

Dat maakt Company tot een musical die het genre openbrak voor vernieuwingen. Terwijl kassuccessen als Les Misérables, The Phantom of the Opera en Miss Saigon teruggrijpen op het behaagzieke melodrama met zijn eenduidige sentimenten, poogt Sondheim juist te bewijzen dat de musical ook ruimte biedt aan een intelligenter soort amusement. Maar zijn werk is geen massavermaak en vergt bovendien uiterste precisie van spelers en musici, om alle nuanceringen tot hun recht te laten komen. Te meer valt de musical-afdeling van het Koninklijk Ballet van Vlaanderen te prijzen voor het initiatief om de komende jaren een Sondheim-cyclus op het repertoire te zetten. Company, niet eerder professioneel in Nederland gespeeld, opent deze reeks.

In de superstrak gestileerde enscenering van de debuterende Caroline Frerichs – goed om nieuw regietalent te zien in een genre dat zijn regisseurs vaak uit het buitenland betrekt – gaat de meeste aandacht vanzelfsprekend uit naar Jan Schepens in de veeleisende centrale rol. Hij is enerzijds de charmante vriend en versierder, anderzijds de man die geen knoop kan doorhakken, en steeds op zijn plaats. Net als de dertien spelers om hem heen trouwens – stuk voor stuk acteurs die hun personages spelend en zingend geloofwaardig maken. En daarbij zet een fijnzinnig orkest, vooral bestaande uit riet en strijkers, op alle grillig rondgestrooide nootjes het juiste accent.

De overtuigingskracht van zo'n show als Company staat of valt echter met de vertaling van de cabareteske conversatietoon die Sondheim in zijn zangteksten aanslaat. Een hondsmoeilijke taak moet dat zijn, waar Allard Blom niet in alle songs goed uit kwam. Zo blijft een glansnummer als The ladies who lunch (hier gezongen als De dame van stand) steken in veel te cryptische bewoordingen die de tragikomische betekenis te niet doen. Bobby's laatste solo, een samenvatting van alle voors en tegens, is zelfs vrijwel onbegrijpelijk geworden. Dat zijn handicaps waardoor deze Company toch net iets minder indruk maakt dan het Koninklijk Ballet van Vlaanderen zou verdienen. Want een veelbelovend begin voor een Sondheim-cyclus is dit wel.

Voorstelling: Company, musical van Stephen Sondheim en George Furth, door het Koninklijk Ballet van Vlaanderen. Vertaling: Allard Blom. Choreografie: Martin Michel. Orkest o.l.v. Max Smeets. Regie: Caroline Frerichs. Gezien: 23/9 in het Theater aan de Parade, Den Bosch. Nederlandse tournee t/m 28/12. Inl. (0900) 9203.