Boos-blij-boos-blij-boos-blij

Hoewel Steve Martin er naar eigen zeggen het meeste van houdt om zichzelf te verbazen (`The greatest thing you can do is surprise yourself') slaagt hij er van tijd tot tijd ook in om datzelfde met zijn toeschouwers te doen. Bijvoorbeeld door naast alle oerflauwe hit-and-run komedies waarin hij speelt opeens een bijna ontroerende rol te vertolken in Planes, Trains & Automobiles (John Hughes, 1987).

Maar het verbazingwekkendste nieuwtje dat ik (dankzij de geruchtenmachine van het internet) onlangs over de voormalige stand up commedian las, is dat Stanley Kubrick hem naar aanleiding van zijn rol in The Jerk (1979) serieus heeft willen casten voor Eyes Wide Shut.

Het is natuurlijk een zinloze zaak om te speculeren over het soort film dat Kubricks zwanenzang dán zou zijn geworden. De film zou een hele andere zijn geweest. Want het is bijna niet voor te stellen wat de steevast als `vroegtijdig grijs' omschreven Martin (1945) had gedaan met de rol van New-Yorkse society-arts die dwaalt door het droomlandschap van zijn seksuele fantasieën. Of wat Kubrick hem ermee had willen laten doen.

Martin is immers de man van de beurtelings manische overacting, afgewisseld met op de lach spelende sombere en introverte momenten. Martin is de mannelijke tegenhanger van Goldie Hawn, maar dan godzijdank niet zo hysterisch. Samen vormen ze in iedere geval een piekfijn komisch duo, zoals ook weer wordt uitgebuit in het begin volgende maand in Nederland uit te brengen The Out-of-Towners.

Martin begon zijn loopbaan als goochelende banjospeler voor de poorten van Disneyland, een anekdote die vanavond in de documentaire Seriously Funny op BBC1 ongetwijfeld nog eens zal worden gememoreerd. Evenals zijn kortstondige vrijage met de academische filosofiebeoefening (Martin hoopte dat hij door een studie in de wijsbegeerte wat `ernstiger` zou worden). Na de gebruikelijke loftuitingen van onder meer Robin Williams, John Cleese en Michael Caine zendt de BBC tevens de komedie Leap of Faith uit. Geen Parenthood of Father of the Bride dus; lach-of-ik-schiet komedies over het Amerikaanse gezinsleven (`Help mijn dochter gaat trouwen`), waarin een bekkentrekkende en hevig schmierende Martin zó vaak van emotionele kleur verschiet, dat je in hem een `Dr. Jekyll/Mr. Hyde on acid' vermoed: boos-blij-boos-blij-boos-blij.

Leap of Faith is het welbekende buitenbeentje in zijn oeuvre, niet in de laatste plaats door het onderwerp (de oplichterspraktijken van een gebedsgenezer), dat in smalltown America stukken gevoeliger ligt dan aanvallen op die andere hoeksteen van gezond verstand en fatsoenlijk burgerschap. De critici kwamen er destijds niet uit. De een roemde Martin om het afbreken van het beeld een Amerkaanse tv-dominee, anderen vielen meer voor de criminele inborst van zijn partner in crime Debra Winger, die achter de schermen aan de touwtjes van zijn rondreizende godshuis trok. Leap of Faith is dan ook wel erg bitter: ,,Als God niet zou willen dat ik de mensen bezwendelde, had hij niet zoveel stomkoppen gemaakt.''

Amen.

Omnibus: Steve Martin – Seriously Funny, BBC1 23.40-0.40; en Leap of Faith (Richard Pearce, 1992, VS), BBC1, 1.20-3.10u.