Aan het werk

ZO BREED ALS de steun voor het paarse kabinetsbeleid vorige week nog was bij de presentatie van de rijksbegroting, zo breed is nu het verzet tegen het voornemen van hetzelfde kabinet alleenstaande ouders met jonge kinderen en een bijstanduitkering een arbeidsplicht op te leggen. Van de Tweede-Kamerfracties heeft alleen de VVD zich positief uitgelaten over het plan. Dat de arbeidsplicht voor jonge ouders in de bijstandswet zal worden verankerd lijkt, getuige de eerste reacties, dan ook uitgesloten.

Toch verdient het voornemen van het kabinet serieuzere aandacht dan alleen massale afwijzing. Het gaat er daarbij allereerst om, dat doel en praktijk niet met elkaar worden verward. Doel is het vergroten van de in Nederland nog steeds achterblijvende arbeidsparticipatie. Hierbij kan het kabinet niet heen om de harde kern van de werkloosheid, die zich voor een belangrijk deel in de bijstand bevindt. Voor een deel gebeurt dat al, althans in theorie. Werklozen met een bijstandsuitkering zijn aan stringente regelgeving onderworpen. Ze moeten zich beschikbaar houden voor de arbeidsmarkt en kunnen zelfs verplicht worden zich te scholen. Een bijstandsuitkering is immers geen vorm van basisinkomen.

In de praktijk wil het nog wel eens anders uitpakken. Langdurig werklozen in de bijstand zijn veelal ook moeilijk bemiddelbare werklozen. Scholing lijkt in die gevallen een voor de hand liggende oplossing. De ervaring leert echter dat een jarenlang gegroeide cultuur van werkloosheid niet even met een cursus kan worden weggewerkt. Daar is aanzienlijk meer voor nodig. Sociale diensten hebben zich de afgelopen jaren niet voor niets ontwikkeld in de richting van `persoonlijke begeleidingsinstituten'.

EEN GEGEVEN staat vast: hoe langer iemand in de bijstand verkeert, hoe groter de afstand tot de arbeidsmarkt wordt. Anders gezegd: voor het vinden van een reguliere baan is een zo kort mogelijk verblijf in de bijstand gewenst. De vrijstelling van arbeidsplicht in de bijstand die alleenstaande ouders met kinderen tot vijf jaar genieten, staat hiermee op gespannen voet. De vrijgestelde werklozen van nu worden op deze manier de onbemiddelbare werklozen van de toekomst. Om die reden is er dus veel voor te zeggen de arbeidsplicht ook te laten gelden voor de categorie met jonge kinderen.

Een voorwaarde is wel dat er geen valse verwachtingen worden gewekt. Een adequate kinderopvang is een eerste vereiste. Maar ook van belang is dat de betrokkenen gemotiveerd worden. Het is bij voorbeeld niet bevorderlijk voor de motivatie als werklozen zich in een bepaalde richting (om)scholen, maar er vervolgens geen baan te vinden is.

IN HET KABINETSPLAN wordt gesproken over `maatwerk'. Het betekent dat gemeenten, de uitvoerders van de bijstandswet, in individuele gevallen moeten kunnen afwijken van de arbeidsplicht. Met deze benadering valt of staat de regeling. De arbeidsplicht mag niet leiden tot een `jacht' op werkloze moeders met jonge kinderen. Waar het om gaat is dat werklozen, als het maar enigszins kan, worden voorbereid op een bestaan zonder uitkering. Dat vraagt inderdaad om maatwerk waarbij persoonlijke omstandigheden een belangrijke rol dienen te spelen.