Uitlaatkleppen

Wat is er met de hangcontainer van Beverwijk gebeurd? Wat is een hangcontainer, zal de leek vragen. Dat is een ontmoetingscontainer voor volwassen hangers.

In het kort de voorgeschiedenis. Een hanger zoals hier bedoeld is meestal een man die niet werkt omdat hij niet weet hoe dat moet, en dus zijn leven doorbrengt met rondhangen, het liefst bij een supermarkt. Daar is hij niet lastig, hij `zorgt voor overlast' zoals het in het neokweknederlands wordt genoemd.

Maar mens blijft mens. Dit voorjaar hadden de klanten van een supermarkt in Beverwijk veel last van overlast door volwassen hangers. Een raadslid had ergens een container zien staan. Hij dacht: als we daar eens een ontmoetingscontainer voor volwassen hangers van maken. De gemeente zag er iets in. Op voorstel van volwassen hanger Eric zou iemand met een Melkertbaan toezicht komen houden. Daarna is Beverwijk uit het nieuws verdwenen. Ik ben bang dat het experiment is mislukt, want anders hadden bij Albert Heijn achter het Paleis en op het Museumplein naast de supermarkt van het ezelsoor ook al zulke ontmoetingscontainers gestaan.

Misschien had ik er nooit meer aan gedacht, zoals je aan zoveel eieren van Columbus niet meer denkt, als ik niet een foto van een ambtenarendemonstratie had gezien. Ze protesteren tegen de schorsing van hun collega de heer Baarspul. Onder andere dankzij hem weten we dat de provincie Zuid-Holland grootscheeps `gebankierd' heeft. Nevenverschijnsel: zo heeft het woord `bankieren' zich in het spraakgebruik gevestigd, als eerder dit jaar het `onder de pet houden'. Maar daar gaat het niet om. Een van de ambtenaren heeft een mapje of stuk karton onder de arm waarop met grote letters staat: WIJ ZIJN VERONTRUST. Zal het helpen? Schrikken Gedeputeerde Staten bij de aanblik van een paar honderd ambtenaren die een bordje met deze tekst omhoog steken? Laten we het voor de heer Baarspul hopen.

Een paar jaar geleden werden in Duitsland kort na elkaar een paar pensions waar Turken woonden in brand gestoken. Daarover ontstond ook, vooral in de steden waar dat was gebeurd, grote verontwaardiging. Een radiostation in Nederland, ik weet niet meer welk, vond dat niet voldoende en liet ansichten drukken met de woorden WIJ ZIJN WOEDEND en het adres van bondskanselier Kohl. Het werd een rage. Kohl heeft er misschien wel honderdduizend gekregen en daarna hoorde je er niets meer van. Toen, nog niet zo lang geleden, werd men in Utrecht verontrust door zinloos geweld. Er werden ansichten met lieveheersbeestjes in omloop gebracht, en ook speldjes die door agenten werden gedragen. Een Nederlandse actie van werknemers (staking, of een soort staking) kan niet zonder de actiepetjes en een ludieke vondst, liefst rijmend.

Toen kreeg Amsterdam als eerste stad ter wereld een `geweldloze zone', afgebakend door grenspalen met bordjes waarop een kameleon staat. Die buurt is uitgezocht omdat daar een aardige jongen door een paar lamzakken is doodgeslagen. Om de hoek in een huis aan het Spui is een jaar of vijftien geleden al een verloofd paar hetzelfde overkomen. Toen heette het nog niet zinloos geweld maar gewoon: gruwelijke misdaad.

Het onderwerp is te ernstig om er grapjes over te maken. Maar dit lag zo voor de hand dat menigeen de verleiding niet kon weerstaan. Dat komt dan niet doordat de grappenmakers de ernst niet beseffen maar door de wanverhouding tussen misdaad en maatregel, als je het zo kunt noemen. Het planten van zo'n bordje is geen maatregel, maar wat genoemd wordt een `signaal' en een signaal is er om door de beoogde ontvanger aan zijn laars te worden gelapt. Waarom, dacht ik, toen de minister van grote stedenbeleid de eerste kameleon in gebruik nam, niet een paar van die bordjes aan de Damstraat en de Oude Hoogstraat, waar de sfeer van geweld te snijden is? Daar heb je bijvoorbeeld een messenwinkel, voor iedere Landru om te watertanden. Zo kan de kameleon misschien op nog meer plaatsen een preventieve werking hebben.

Het lijkt misschien alsof dit stukje over een paar samengeraapt kleine en grote incidenten gaat. Maar ze hebben een gemeenschappelijke noemer. Dat is de wanverhouding tussen de maatregel als je het zo kunt noemen, de actie, de daad en het gewenste resultaat. Het is begonnen in het verkeer, de poëzie langs de weg, waarmee je een bundeltje kunt vullen, van `Heer in 't verkeer', tot het grimmige `Ik rij honderd als Den Uyl opdondert'. Achteraf bezien hoort dat nog tot de periode van de Rederijkers.

Bijna ongemerkt zijn de Nederlanders `emotioneler' geworden. Ze kwamen in situaties terecht waarin ze `een uitlaatklep voor hun emoties' moesten hebben. Emoties en uitlaatkleppen werden talrijker, het volk van preuts en gesloten tot in bewustwordingsprocessen alles eruit gooiend. Dat ging en gaat natuurlijk vaak over ongewenste toestanden. En terwijl dit aan de gang was, gebeurde er nog iets eigenaardigs. Men begon het gebruik van de uitlaatklep te verwarren met het nemen van de maatregel. Scherpe lijnen vallen niet te trekken. Honderd rijmpjes, steeds ludieker, hebben niet voorkomen dat je in het verkeer het best je rechter middelvinger kunt opsteken als je iets duidelijk wilt maken. Dat is, zullen we zeggen, de essentie van de ontwikkeling. En eigenlijk, denk ik, kan het ons niks bommen, nu we via het poldermodel de nieuwe Gouden Eeuw hebben bereikt.

    • S. Montag