Tien jaar columnist

In veel opzichten is Nederland er beter aan toe dan toen ik in september 1989 mijn eerste column schreef op deze pagina. Een miljoen drie honderdduizend mensen meer hebben een baan, het milieu is schoner, en we hebben gemiddeld zeker een kwart meer te besteden dan in 1989. Genoeg reden tot dankbaarheid dus. Maar in diezelfde tien jaar heb ik Nederland ook in tenminste een opzicht slechter zien worden. Het lijkt er vaak op alsof delen van de Milieubeweging de aansluiting met de werkelijkheid hebben verloren. Wat mij in tien jaar levendige discussie op deze opiniepagina en in de brievenrubriek van NRC Handelsblad opvalt is dat we bijna altijd zoveel van elkaar kunnen leren, maar dat over een onderwerp als het broeikaseffect met Milieudefensie en Greenpeace geen zinvolle uitwisseling van argumenten mogelijk is. Als milieu-goeroe Wouter van Dieren bijvoorbeeld kan schrijven ,,het milieu in Nederland is in een vrije politieke val geraakt'', dan is dat misleidende onzin. Mijn laatste ervaring met Van Dieren was georganiseerd door NWO in Amsterdam. In de sprekerskamer aan het eind van een weinig zinvol debat zei Van Dieren: ,,ach, theater hoort erbij, dat willen ze graag.'' En inderdaad, een paar aanwezigen hadden gelachen om de verbale stunts van de professionele milieu-activist, maar dat is geen excuus voor retorische bombast of – nog kwalijker – onjuiste beweringen.

De feiten zijn dat een opinie-onderzoek onder vierhonderd internationale klimatologen, oceanografen en onderzoekers van de atmosfeer opleverde dat slechts 41 procent van hen `ja' antwoordde op de vraag of er een wetenschappelijke grond was om gewicht toe te kennen aan het broeikaseffect. Geen meerderheid dus onder de professionele deskundigen. Goede redenen voor scepsis over de stelling dat menselijk gedrag significant is voor zo'n mogelijk broeikaseffect zijn bijvoorbeeld het feit dat verschillen tussen het noordelijk halfrond (waar veruit de meeste mensen wonen) en het zuidelijk halfrond in geen enkel klimaatmodel goed een plaats kunnen vinden en ook dat volgens recente berekeningen al een kleine toename in de activiteit van de zon veel belangrijker is dan alle menselijke invloeden op carbon-dioxide. Voorspellingen van de mogelijke stijging van de wereldtemperatuur tussen nu en het jaar 2100 zijn al teruggebracht van 5 graden een paar jaar terug tot 1 graad nu.

Het extremisme van Greenpeace dat zich heeft vastgebeten in het broeikaseffect en dus leden verliest wanneer het enige ruimte laat voor wetenschappelijke nuance, ontmoet gelukkig de laatste tijd meer verzet. Al een paar jaar geleden besloot de Canadese belastingdienst dat giften aan Greenpeace niet meer in aanmerking kwamen voor aftrek van de inkomstenbelasting omdat de activiteiten van Greenpeace niet onder de definitie vallen van een `goed doel'. Onlangs is in hoger beroep dit oordeel van de belastingdienst nog eens bevestigd: nuttige bescherming van het milieu is ook in Canada erkend als een goed doel, maar Greenpeace wordt gezien als te extremistisch om aanspraak te kunnen maken op de giftenaftrek. Hier in Europa is het bedrijfsleven nog heel voorzichtig en defensief jegens de agressieve milieu-organisaties, en speelt zelfs een verantwoordelijke politieke partij als de PvdA met de gedachte van een coalitie met GroenLinks, maar misschien komt ook bij ons een onderscheid tussen nuttige organisaties die zich concreet inspannen om mooie natuur te bewaren en goed en gaaf over te dragen aan volgende generaties, en organisaties als Greenpeace of Milieudefensie, die – zo concludeerde de Canadese belastingdienst – zelf niets doen voor het milieu maar alleen schril propaganda voeren.

Intussen bereidt Greenpeace zich al voor op de volgende grote milieu-campagne, deze keer tegen genetisch bewerkte zaden, landbouwproducten en voedingsmiddelen. De contribuanten van Greenpeace betalen de salarissen van professionele fulltime actievoerders die zich moeten verplichten om actie te voeren tegen alle bestaande voorbeelden van genetische modificatie. Net als bij de vorige campagne voor het broeikaseffect heeft Greenpeace dus geen interesse in gemeenschappelijk zoeken naar beter inzicht, maar wordt met weinig interesse in de feiten direct een extreem standpunt ingenomen (zo herinner ik me nog een debat met de vorige directeur van Greenpeace – Nederland, Tukker, die moest toegeven dat hij de bekende IPCC-rapporten over het klimaat niet had gelezen). Jammer, want ook in het debat over genetische modificaties in de landbouw is een wetenschappelijk, genuanceerd standpunt aangewezen. Vaak kan een genetische modificatie heel gunstig uitwerken op de benodigde hoeveelheid verdelgingsmiddelen in de commerciële landbouw, en dat is alleen maar goed voor het milieu, maar helaas is Greenpeace bang dat wie de nuance zoekt, leden verliest. Greenpeace – en GroenLinks – zien ook niet dat traditionele landbouw zonder bestrijdingsmiddelen en zonder genetische technologie veel meer grond nodig heeft om de wereldbevolking te voeden. Hoe meer ondoordachte acties voor onbespoten, traditionele landbouw, des te meer bos moet worden gekapt om in de behoefte aan voedsel te voorzien. Wie groen èn slim is, zou juist pleiten voor verbeterde gewassen en moderne landbouw, omdat dan meer ruimte overblijft voor de natuur.

Een recent boek `Environmental cancer – a political disease?' van Yale Univerversity Press biedt een gedeeltelijke verklaring voor het milieu-extremisme. Uit een Amerikaans onderzoek bleek dat milieu-activisten acht keer zo vaak als de gemiddelde burger `nee' antwoorden op de vraag: ,,bent u godsdienstig?'' Misschien appelleren extreme organisaties als Milieudefensie en Greenpeace wel extra aan mensen die op zoek zijn naar een samenhangende levensbeschouwing maar die helaas niet kunnen vinden in de kerk. Dan maar geloven dat economische groei slecht is, het bedrijfsleven geen enkele interesse heeft in het algemeen belang maar uitsluitend winst wil maken, en dat de belasting onbeperkt verder omhoog kan voor het milieu. (allemaal karakteristieken die blijken uit opinieonderzoek onder milieu-activisten).

Toen ik studeerde waren in Nijmegen en aan de VU in Amsterdam nogal wat medestudenten die het geloof van de vaderen verlieten en in plaats daarvan de trotskist Mandel en zijn marxisme omhelsden. Ik herinner mij nog de afgeladen aula aan een van onze universiteiten waarin de studenten wild applaudisseerden voor Mandels idee dat in de winkels ieder gratis moest kunnen ophalen waar hij of zij behoefte aan had. Verleidelijke, extremistische onzin. In plaats van Ernest Mandel hebben wij nu Wouter van Dieren die helaas een nog grotere groep weet aan te spreken met zijn tirades tegen economische groei en de markt. Trotskist Mandel verdween uiteindelijk vanzelf van het toneel. Als wat meer wetenschapsjournalisten de moed hebben van Simon Rozendaal (Elsevier) en als Schiphol eerlijk kan toegeven dat praten met Greenpeace of Milieudefensie zonde van de tijd is, dan komt in de media ook weer een kritische toon over milieu-politiek. Dan worden de milieuzorgen van ons allemaal tenminste niet meer vertekend door ergerlijk fanatisme.