Studenten zelf verzekerd

Studenten moeten zich tegenwoordig tegen ziektekosten verzekeren bij een particuliere verzekeraar. Dat hoeft niet duur te zijn. Maar let wel op de bepalingen en voorkom een dubbele verzekering.

Tot voor kort hoefden studenten zich niet druk te maken om een ziektekostenverzekering. De student met ouders die via het ziekenfonds verzekerd waren, kon gratis meeliften op de polis van pa en ma. Studenten waarvan de ouders een particuliere ziektekostenverzekering hadden, moesten zich weliswaar wel zelf verzekeren, maar in de praktijk regelden hun ouders dit. Het studerende kind bleef, net als in de achttien voorgaande jaren, bijgeschreven staan op de ouderlijke polis.

Tegenwoordig kunnen studenten – zonder vaste bijbaan – zich niet meer via het ziekenfonds verzekeren en moeten ze een particuliere verzekering afsluiten. Dat geldt althans voor bíjna alle studenten – het studiefinancieringsstelsel is ingewikkeld en schijnt geen regels zonder uitzonderingen te kennen, dus ook in dit geval zijn er studenten die wel via het ziekenfonds verzekerd mogen zijn. Dat zijn degenen die onder een overgangsregeling vallen omdat ze in juli 1997 al studiefinanciering ontvingen, degenen met ouders die publiekrechtelijk verzekerd zijn via IZA, IZR of DGVP, en degenen die samenwonen of getrouwd zijn met een partner die zelf ook via het ziekenfonds verzekerd is. Alle anderen moeten met een particuliere verzekeraar in zee.

Dat klinkt kostbaarder dan het is. Normaal gesproken betaalt een 18-jarige zo'n 115 gulden premie per maand voor een particuliere verzekering. Dat is dan nog de meest sobere verzekering, die bijvoorbeeld de kosten van een huisarts, van alternatieve geneeswijzen en van kraamzorg niet dekt. Over die laatste kostenpost zal de doorsnee student zich geen zorgen maken, maar wie de huisartskosten wel wil meeverzekeren, is al snel zo'n 140 gulden per maand kwijt. Omdat dit een enorme aanslag betekent op het toch al karige studentenbudget, bestaat voor iedereen vanaf 18 jaar die studiefinanciering ontvangt, de mogelijkheid een Studenten Standaardpakketpolis af te sluiten. De meeste verzekeringsmaatschappijen bieden zo'n polis aan. Voor nog geen 70 gulden per maand heeft de student een prima verzekering en voor 19 gulden per maand extra is bovendien de tandheelkundige hulp meeverzekerd. De Standaardpakketpolissen van de verschillende verzekeringsmaatschappijen hanteren ongeveer dezelfde vergoedingscriteria als het ziekenfonds en lijken daardoor sterk op elkaar. Toch zijn er een paar verschillen, bijvoorbeeld als het om buitenlandse stages gaat. In veel gevallen kan de verzekering in principe voortgezet worden, maar wie langer dan een half jaar wegblijft, moet verlenging aanvragen en bij veel verzekeraars ongeveer 1,50 gulden per dag extra gaan betalen. Daarmee stijgt de maandelijkse premie opeens met bijna 65 procent, dus degenen met internationale plannen doen er slim aan hiermee al rekening te houden op het moment dat ze een verzekeraar kiezen.

Voor studenten die toch al via hun ouders particulier verzekerd waren, biedt de Standaardpakketpolis bijna altijd een financieel voordeel. Een verzekering die normaliter meestal 140 gulden per maand zou kosten, kost nu immers 70 gulden. Voor studenten die anders gratis op de polis van hun ouders via het ziekenfonds verzekerd zouden zijn, pakt de verplichting om een particuliere verzekering af te sluiten, kostenneutraal uit. In de aanvullende studiefinanciering – het bedrag dat studenten afhankelijk van het inkomen van hun ouders ontvangen bovenop de basisbeurs – is namelijk 70 gulden per maand gereserveerd voor de premie. Dit bedrag wordt automatisch meegenomen in de aanvullende beurs zodra een student op het aanvraagformulier voor de beurs aangeeft dat hij particulier verzekerd is. Overigens mogen studenten die zo lang studeren dat ze hun recht op studiefinanciering verspeeld hebben, geen gebruik maken van de Standaardpakketpolis. Wie in zo'n geval de verzekering gewoon laat doorlopen, loopt het risico de kosten van medische hulp zelf te moeten betalen.

Inmiddels is het gros van de studenten particulier verzekerd. De 180.000 studenten die in juli 1997 nog op de ouderlijke ziekenfondspolis waren bijgeschreven, zijn langzaam maar zeker aan het afstuderen en de andere groep die de overstap niet hoefde te maken (vanwege publiekrechtelijk verzekerde ouders of een partner in het ziekenfonds) is klein. Desondanks zijn veel studenten een deel van het jaar toch nog verzekerd via het ziekenfonds, vaak zonder het zelf te weten. Ze werken namelijk bijna allemaal – als het niet wekelijks is, dan toch wel in de vakanties. En werkenden komen immers – zolang ze minder verdienen dan 62.000 gulden per jaar – in bijna alle gevallen verplicht bij het ziekenfonds terecht. Het gevolg hiervan is dat veel studenten dubbel verzekerd zijn en dus dubbel premie betalen. Dat is te voorkomen. De ziekenfondspremie die de werkgever inhoudt op het loon kan niet teruggevorderd worden, maar men kan wel de premie van de particuliere ziektekostenverzekeraar terug vragen bij het ziekenfonds. Daarvoor is een verklaring nodig van de werkgever en een kopietje van de particuliere polis. Bovendien is het voor premierestitutie nodig dat de student volgens de wet een vakantiewerker is: jonger dan 27, het grootste deel van de tijd bezig met een opleiding en een dienstverband van korte duur achter de rug.

Een paar simpele administratieve handelingen kunnen dus geld opleveren. En kunnen bovendien voorkomen dat studenten voor dure verrassingen komen te staan. Wie namelijk vergeet zich bij het ziekenfonds af te melden aan het einde van een werkperiode, krijgt een rekening van het fonds en moet de premies die niet afgedragen zijn, alsnog zelf betalen.