Spaanse burgeroorlog.

In het artikel `Burgeroorlog blijft de Spanjaarden verdelen' (15 september) komen een aantal klassieke misverstanden over de burgeroorlog voor. Ten eerste was generaal Franco niet de leider van de opstand. Wanneer de staatsgreep van 17 juli 1936 snel was gelukt, was generaal Sanjurjo aan het hoofd van het nieuwe regime komen te staan. De tweede man van de opstand was generaal Mola, die de organisatie in handen had. Franco sloot zich pas laat bij de opstand aan en werd pas in september 1936 de leider van de nationalisten. Verder bleef ongeveer de helft van het leger in Spanje loyaal aan de Republiek. Alleen het `Afrikaanse' leger uit Spaans-Marokko koos bijna in zijn geheel voor de opstand.

Ten tweede was de opstand niet puur fascistisch. De opstandelingen bestonden uit een bonte coalitie van katholieken, conservatieven, monarchisten (Alfonsisten en Carlisten) en inderdaad fascisten (de Falange). De motieven om mee te doen aan de opstand tegen de wettig gekozen republikeinse regering waren dus vrij divers. De hulp van Hitler en Mussolini aan de nationalisten kwam pas een paar weken na het begin van de opstand op gang. De nationalisten hadden het liever zonder buitenlandse inmenging opgelost, maar door de slechte organisatie van de coup en de hevige tegenstand van de republikeinen duurde het allemaal een stuk langer dan ze gedacht hadden. Door de Duitse en Italiaanse hulp werd het karakter van de opstand later een stuk fascistischer.

Ten derde waren de republikeinen niet zo democratisch. De Republiek werd gesteund door een nog bontere coalitie dan de nationalisten, waaronder een aantal groeperingen die weinig waarde hechten aan de parlementaire democratie. De anarchisten, een deel van de socialisten en de communisten hadden zo hun eigen doelstellingen tijdens de burgeroorlog, waar de vestiging van een burgerlijke democratische republiek niet onder viel. Tenslotte is de Spaanse burgeroorlog een bijzonder gecompliceerd en ingewikkeld conflict, dat niet zo eenvoudig in een parlementaire resolutie te verwerken valt. Zowel de republikeinen als de nationalisten hadden te veel bloed aan hun handen. Ik vermoed dat daar vooral een belangrijk motief voor het `pact van het vergeten' ligt.

    • J. Smeets