Serviërs hebben geen fut en geen energie meer

Met dagelijkse betogingen wil de Servische oppositie Miloševic ten val brengen. Maar al na drie dagen moet ze constateren dat er bij de demonstraties niemand meer komt opdagen.

Svetlana's weckflessen blijven leeg dit jaar. Normaal gesproken is het eind van de zomer de tijd dat de Belgradose ingenieur bergen tomaten, aubergines, paprika's en ui koopt voor de inmaak om de winter in te gaan met een geruststellende voorraad weckflessen in de kast. Dit jaar kan ze voor het eerst niet de benodigde paar tientjes vrijmaken om de groente in te kopen. De overheid heeft haar salaris met dertig procent gekort. Bovendien is wat ze nog verdient ook minder waard geworden omdat de overheid geld is gaan bijdrukken en de inflatie terug is.

In de omgeving van Svetlana maakt niemand in dit jaar. Misschien is het geld morgen al nodig om de stroomrekening te betalen. Als er tenminste stroom zal zijn. Nu al valt het licht om de haverklap uit. Hoe het straks moet als het echt koud wordt – veel Serviërs stoken elektrisch – weet niemand.

Het totaal verouderde elektriciteitsnet kreeg dit voorjaar rake klapen van de NAVO. Hier en daar is wat hersteld, maar er is geen garantie dat er stroom zal zijn, deze winter. Met de terugkeer van de inflatie is ook het spook van de hyperinflatie terug. In 1993 raakte de geldontwaarding in Joegoslavië in een duizelingwekkende spiraal. Begin 1994 beliep de inflatie driehonderd miljoen procent. Het ligt de Serviërs, die toen in één klap hun spaargeld kwijtraakten, nog vers in het geheugen.

De angst voor de winter werkt verlammend. Het is één van de redenen waarom veel Serviërs zeggen geen energie meer te hebben, geen fut en geen zin om nog eens te straat op de gaan voor `ludieke' acties tegen Miloševic. Dinsdag had het begin moet zijn voor de eindstrijd tussen Miloševic en het Servische volk dat volstrekt genoeg van hem heeft. Opiniepeilingen in het weekblad Nedeljni Telegraf gaven aan dat meer dan zestig procent van de bevolking het vertrek van de dictator wil. Het was dan ook de bedoeling van dat deel van de Servische oppositie dat zich onder leiding van Zoran Djindjic verzameld heeft in de SZP (Alliantie voor Verandering) om de onvrede te mobiliseren. Honderdduizenden mensen zouden op de been gebracht worden. Ze moesten het vertrek eisen van Miloševic, de benoeming van een overgangsregering en de uitschrijving van verkiezingen. Het zou het begin worden van een nationaal protest dat met de dag zou groeien zodat Miloševic uiteindelijk gedwongen zou zijn het veld te ruimen.

Maar de eerste dag werden het er al geen honderdduizenden en de daarop volgende dagen slonken de aantallen nog verder. Djindjic die in augustus nog overmoedig had geroepen dat hij zeker twee miljoen Serviërs door het hele land op de been zou kunnen brengen, moest op dag drie van het protest al toegeven dat het misschien niets zou worden. ,,Als er geen steun komt, geen energie, dan moeten we de conclusie trekken dat de Serviërs niet de straat op willen, dat wij niet de leiders zijn die het volk wil.'' Toch geeft Djindjic het nog niet op en wil in ieder geval nog tot midden oktober proberen het volksprotest vlot te trekken. ,,Midden oktober moet het duidelijk zijn.''

Terwijl Djindjic een verloren strijd lijkt te voeren, zit zijn grote tegenspeler binnen de Servische oppositie Vuk Draškovic – de leider van de Servische Vernieuwingsbeweging SPO – rustig te wachten op de dingen die gaan komen. Zijn laatste optreden op de demonstratie van 19 augustus, waarin hij openlijk Djindjic en de zijnen afviel, was niet bepaald gelukkig. Maar toen waren er wel ruim 150.000 mensen op straat. Het verschil tussen demonstraties met en zonder Draškovic blijft nog altijd tienduizenden betogers.

De Servische oppositie is op dit moment geen echt probleem voor Miloševic. Hij heeft de heren precies waar hij ze wil hebben: verdeeld en machteloos. Toch is de positie van de man die Joegoslavië al meer dan tien jaar lang in een ijzeren greep houdt, niet onbedreigd. In zijn directe omgeving groeit de onvrede over het isolement van Joegoslavië. Meer dan driehonderd mensen uit zijn entourage staan op een zwarte lijst van de EU. Zij mogen niet reizen en hun buitenlandse tegoeden zijn bevroren. De echte uitdager zou uit deze hoek moeten komen, al hebben ook waarnemers nog geen idee wie het machtsblok van Miloševic gaat breken. Dat het gaat gebeuren, staat in Belgrado echter vast.