Schandpaal

ER WAS EEN tijd dat computers iets technisch waren. Jongensspeelgoed. Maar dat was lang geleden, voordat de computer zijn invloed op de maatschappij serieus liet gelden. Sinds de PC bijna twintig jaar geleden gewone mensenkantoren binnenmarcheerde, en vooral sinds een jaar of acht geleden het Internet openging, bemoeit Jan en alleman zich ermee, en zijn de sociale, economische en juridische verwikkelingen veel belangrijker en nieuwswaardiger dan het plastic, het ijzer en het silicium van de apparaten zelf. Zelfs belangrijker en wonderbaarlijker dan de software.

Neem nou het Electronic-highway Platform Nederland, onder voorzitterschap van ex-minister en burgervader Wim Deetman. Dat platform is een serieuze zaak, dat zie je wel aan de mooie krom-Engelse naam die het draagt (dat streepje!), en het doet ook hoogst serieuze, of op zijn minst toch curieuze en malicieuze aanbevelingen. Wetsovertreders moeten, zo vindt het platform, gestraft kunnen worden door hun privacy aan te tasten. Men denke daarbij bijvoorbeeld aan een openbaar register van verkeersovertreders. Of aan onverbeterlijke oplichters, die voor straf mét hun financiële handel en wandel te kijk gesteld kunnen worden. Onder onverbeterlijke oplichters verstaat het platform onder meer het geboefte dat achterloopt bij het terugbetalen van hun studieschuld. Die Deet was niet voor niets jarenlang minister van onderwijs!

Waarom zou het Platform eigenlijk met zulke aanbevelingen komen? Want welbeschouwd gaat het toch om niets meer of minder dan de terugkeer van de schandpaal, een instrument dat in verlichter tijden terecht als mensonwaardig is afgeschaft. Bovendien is het maar helemaal de vraag of zo'n openbaar Internet-register op den duur wel het gewenste effect heeft. Je kunt je voorstellen dat na verloop van tijd de gemiddelde BWM-3-rijder binnen zijn 'peergroup' niet meer meetelt als hij niet minstens voor 180 kilometer per uur op het register van sportieve snelheidsduivels voorkomt. Of dat studentenactivisten de lengte van de lijst studieschuldenaren gaan gebruiken als bewijs voor het studentonterende beleid van Groningen en Zoetermeer. Robin Hood is niet dood, hij leeft elke keer op als er weer een nieuwe Prins Jan op het pluche ploft.

Bovendien, stel dat Wim Deetman eens wat laat is voor een vergadering van zijn Platform en de chauffeur opdraagt de dienstauto eens flink op zijn staart te trappen. En stel dat die auto geflitst wordt. Wie komt er dan op die schandlijst te staan? Het anonieme Platform? De arme chauffeur? Toch zeker niet Deetman zelf! Die reed immers niet, en het was ook niet zijn auto.

Toegegeven, de gedachten van het platform passen helemaal in deze steeds benauwender tijden vol camera's en 'schund'-afficheplakkers waar de politie niet eens commentaar op heeft. Maar 'van deze tijd' is altijd een beroerde rechtvaardiging. Het is het argument van diegenen die geen argumenten hebben. Immers, is het potlood typisch van deze tijd? De paperclip, het gezin, de stofzuiger, floppy's, seks, opera? Waarom zo'n openbaar register dan wel?

De echte reden voor die aanbevelingen ligt vermoedelijk dan ook ergens anders. Als je in zo'n platform gaat zitten, dan zit je daar niet voor niks. Je zit daar om de informatie- en communicatietechnologie (ICT) te bevorderen. Om kilometers elektronische snelweg te leggen. En dat zal dus gebeuren, kan niet bommen waar die kilometers heen leiden. Het platform is gewoon een soort elektronische asfaltlobby.

Dat valt trouwens nog helemaal niet mee, want de mogelijkheden zijn beperkt. Je kunt met de hele ICT nog geen deuk in een pakje boter slaan. Wat wel ongelimiteerd kan, is gegevens registreren en openbaar maken. Dus stelt het platform dat voor. Het criterium is, net als bij soortgelijke ideetjes als elektronisch stemmen, niet of het goed is voor u, maar of het goed is voor de ICT.

Verbazend genoeg geniet het platform prominente steun, onder meer van Kamerleden van allerlei partijen die ons welzijn en de mensenrechten hoog in het vaandel zeggen te hebben. VVD, PvdA, D66, ze zijn er allemaal. FNV-voorzitter De Waal heeft zijn zegen gegeven en ook werkgeversbaas Blankert ondersteunt het platform.

Blankert is niet alleen officieel ondersteuner maar ook vice-voorzitter van het Platform. Een rare combinatie die wellicht verklaard wordt door het enthousiasme waarmee Blankert aan het afbreken van uw privacy werkt. Minister Korthals heeft het er maar moeilijk mee. Zo moeilijk, dat hij onlangs op de opiniepagina in het openbaar zijn nood klaagde. Korthals probeert een bescheiden maar fatsoenlijke wet ter bescherming van de privacy van burgers tegen commerciële haaien door de Kamer te loodsen, maar vindt Blankert op zijn weg. Mordicus tegen zijn de verzamelde werkgevers – lees gegevensverzamelaars, want de voorgestelde waarborgen geven maar rompslomp en zijn te duur. Juist dat gegeven, dat het bedrijfsleven wel in uw persoonlijk leven wil wroeten en daaraan verdienen, maar geen cent over heeft voor alleszins redelijke minimale bescherming van zijn klanten tegen misbruik, bewijst Korthals' gelijk en de bittere noodzaak van zijn wetgeving.

Die wetgeving is minimaal. Het gaat om het recht om op aanvraag te horen welke gegevens over u zijn opgeslagen, en eventuele onjuistheden recht te doen zetten. Gegevens laten verwijderen is er, voor zover ik weet, niet bij. En dat zou ook moeten kunnen, zeker in de private sector. Want weten dát er ergens gegevens over u worden bewaard, hoe juist ook, zegt nog niets over hoe ermee omgesprongen wordt. Of ze aan anderen verstrekt worden, bijvoorbeeld. En hoe ze beveiligd worden. Dat behoort u ook niet verteld te worden. Immers, een van de hoekstenen van beveiliging is dat je niet aan de grote klok hangt wat voor beveiligingsmaatregelen je neemt.

Daarmee zijn we, als het om de veiligheid van onze gegevens in allerlei bestanden gaat, overgeleverd aan blind vertrouwen op de oprechte en zorgvuldige bewaking door de beheerder. Blankert maakt keer op keer duidelijk dat de betrouwbaarheid van het bedrijfsleven in dezen in elk geval ophoudt bij de portemonnee. Dat is een beklemmende gedachte.