Penseelgesprekken

De Duitse uitgeverij Eugen Diederichs heeft veel Chinese wijsheid in haar fonds. Dat fonds omvat niet alleen vijf verschillende uitgaven van de Yijing (Boek der Veranderingen), maar ook verschillende boeken over leven met de Yijing. Een van de Yijing-vertalingen in haar fonds is de oude vertaling van Richard Wilhelm, en ook diens andere vertalingen zijn nog steeds bij Eugen Diederichs verkrijgbaar. Nu is het genre van wijsheid uit het Oosten niet het soort geschriften dat mij het meeste aanspreekt. Wijsheid lijkt mij niet aan tijd of plaats gebonden, en wijsheid en wetenschap hebben al sinds vele eeuwen weinig meer met elkaar te schaften. Maar er is blijkbaar een publiek voor dit soort publicaties. In Nederland voorziet bijvoorbeeld een uitgeverij als Ankh-Hermes in die behoefte.

Wanneer Eugen Diederichs een boek op de markt brengt onder de titel Pinselunterhaltungen am Traumbach (1997) zou dan ook licht het misverstand kunnen ontstaan dat er in dit boek weliswaar niet met bomen wordt gebabbeld, maar toch met een beekje wordt geboomd, en dan bij voorkeur ook nog eens in de hogere sferen van droom en waan. Wanneer bovendien de ondertitel ook nog Das Gesamte Wissen des alten Chinas belooft aan de lezer, wordt het bange vermoeden alleen maar versterkt dat we weer eens worden vergast op een dampend bordje instant-wijsheid uit het Verre Oosten. Als het boek al ergens in Nederland in een boekhandel zou staan, vrees ik met groten vreze dat het op de schappen met esoterica zal zijn te vinden.

Daar hoort het echter niet thuis. De Droombeek in de titel is de naam van het landgoed buiten Runzhou waar de Chinese ambtenaar Shen Gua (1031-1095; hier in de titel getranscribeerd als Shen Kuo) zich in 1086 terugtrok na een lange en actieve loopbaan in de keizerlijke bureaucratie van de Song-dynastie (960-1276). Shen Gua had de naam van Droombeek aan zijn landgoed gegeven omdat het landschap bij Runzhou hem herinnerde aan een beekje dat hij dertig jaar daarvoor eens in een droom had aanschouwd. De verzameling van meer dan zeshonderd kortere en langere essays die hij in zijn laatste levensjaren op Droombeek schreef en die verscheen onder de titel Mengxi bitan is echter geen encyclopedisch overzicht van de stand van zaken in wetenschap en technologie in het China van de elfde eeuw, laat staan een compendium van oude oosterse wijsheid voor de moderne westerse mens, maar een bundel notities over opmerkelijke zaken uit zijn rijke ambtelijke praktijk.

Nu was Shen Gua niet alleen lange tijd een zeer succesvol ambtenaar, maar ook een universeel geleerde, die ten volle genoot van de zegeningen van de boekdrukkunst, die in de elfde eeuw voor het eerst op grote schaal commercieel werd toegepast en leidde tot een explosie van kennis. Zelf was Shen Gua betrokken bij een aantal grote compilatieprojecten. Hij combineerde zijn grote boekenwijsheid echter met een minstens zo grote aandacht voor ambacht en techniek, een opmerkelijk mathematisch vernuft, een gezonde experimenteerdrift en het genie van de uitvinder. Het genre van de `penseelgesprekken', bundels van kortere en langere notities over alles wat de schrijver interesseerde, was zelf een product van de groei van het commerciële boekenbedrijf, dat op zoek was naar lichte lectuur voor een breed publiek. Die opkomst van het gedrukte boek werd door Shen Gua zelf beschreven in een artikel gewijd aan de techniek van het drukken met losse typen, de uitvinding van een zekere Bi Sheng.

In zijn jeugd had Shen Gua een zwakke gezondheid, wat zijn belangstelling voor de geneeskunde stimuleerde. Die belangstelling zou hij zijn hele leven blijven behouden. Vele artikelen in zijn Mengxi bitan zijn dan ook voetnoten bij de farmacopee: planten worden geïdentificeerd, werkingen en bijwerkingen worden onderscheiden, en voortdurend wordt gewaarschuwd tegen een blind geloof in schriftelijke autoriteit.

Als jong ambtenaar in de provincie toonde Shen Gua een grote belangstelling voor waterwerken en dijkbouw, en alle daarmee gepaard gaande praktische berekeningen. De rekenkunde die daarbij nodig was, zou hij later ook gebruiken in zijn muziektheoretische verhandelingen, in zijn fiscale beschouwingen en in zijn astronomische studies. Zijn deskundigheid op het terrein van de archieven en van de kartografie maakte hem in 1075 de ideale gezant die met het rijk van de Qidan Liao-dynastie moest onderhandelen over de afbakening van de grens tussen het domein van dit rijk en dat van de Chinese keizer.

Aansluitend was Shen Gua van 1080 tot 1082 een van de belangrijkste Chinese commandanten in het noordwesten van het rijk, waar de Chinese Song-dynastie werd belaagd door het rijk van de Tibetaanse Tanguten, zodat hij uitvoerig te maken kreeg met alle aspecten van de militaire technologie. Zijn belangstelling strekte zich daarbij uit tot alle hoedanigheden van de wapenindustrie en vestingbouw. In de Mengxi bitan vindt men geen berekeningen over het aantal engelen dat plaats kan nemen op de punt van een naald, maar wel over hoe groot een slagveld moet zijn om een leger van driehonderdduizend man effectief op te kunnen stellen. Uit hout en was maakte Shen Gua een reliëfkaart van zijn ambtsgebied. Nadat hij in 1086 de ambtelijke dienst had verlaten, voltooide hij in 1087 zijn kaart van de gehele Chinese wereld.

De Mengxi bitan wordt uitvoerig geciteerd in iedere geschiedenis van de Chinese wetenschap en technologie (in Needhams Science and Civilization in China verschijnt hij onder de naam Shen Kua en wordt Mengxi bitan getranscribeerd als Meng Chhi Phi Tan). Maar dat betekent helemaal niet dat Shen Gua zich in deze herinneringen aan bijzondere gebeurtenissen en ervaringen in zijn ambtelijke loopbaan beperkte tot de natuurwetenschappen. Konrad Herrmann, de vertaler van de Pinselunterhaltungen am Traumbach, heeft in zijn uitvoerig biografische nawoord een overzicht opgenomen van de aard van de inhoud van de afzonderlijke essays en notities volgens de Chinese geleerde Hu Daojing. Van de 609 artikelen zijn er volgens deze laatste 189 gewijd aan onderdelen van de natuurwetenschap, terwijl 420 artikelen gewijd zijn aan onderwerpen uit de maatschappij- en geesteswetenschappen. Er is inderdaad vrijwel geen aspect van het Chinese weten waar Shen Gua niet iets kritisch over op te merken had. De aantrekkelijkheid van Herrmanns vertaling van ruim tweederde van de Mengxi bitan is dat nu eens niet de wetenschapshistorische krenten uit de pap worden gezeefd, maar dat een algemeen overzicht wordt geboden van de gehele belangstellingswereld van een zeer ontwikkeld en scherpzinnig geleerde en ambtenaar uit de elfde eeuw.

Dankzij de opmerkingsgave van Shen Gua zijn vele Chinese uitvindigen voor het eerst beschreven. Hij beschrijft de vervaardiging en het gebruik van kompasnaalden, sluizen en droogdokken. Hij concludeerde uit het voorkomen van fossiele schelpen in berggesteenten dat deze gesteenten op een zeebodem gevormd moesten zijn en stelde vast dat de Noord-Chinese laagvlakte gevormd was uit het slib van de grote rivieren. Tot zijn eigen uitvindingen behoren niet alleen de reliëfkaart, maar ook de fabricage van inkt van de roet van aardolie in plaats van de roet van pijnboomhout. Shen Gua stelde vast dat grote gedeelten van China al volledig ontbost waren om aan de behoefte aan roet te voldoen en voorspelde aardolie een grote toekomst door de blijvende vraag naar inkt.

Over het privé-leven van de meeste Chinese geleerden weten we niets. Nu weten we over het privé-leven van Shen Gua ook niet zoveel, behalve dat zijn tweede huwelijk ongelukkig was. Zijn vrouw, die uit een zeer vooraanstaande familie stamde, zou ontevreden zijn geweest, en dat ook zeer luidruchtig en publiekelijk hebben laten blijken, omdat Shen Gua zijn hoge ambten niet, zoals de overgrote meerderheid van zijn collega's, benutte om een groot vermogen te vergaren. Of zou hij haar soms gewoon verwaarloosd hebben ten gunste van zijn wetenschappelijk werk?

    • Wilt Idema