Najade

Er zijn planten waar je ternauwernood naar kijkt, ze vormen een soort achtergrond, zoals het gras op Wimbledon, dat er gewoon is. Maar zelfs die planten kunnen hun dag hebben. Het is een van de dingen die me het sterkst herinneren aan toen ik met tuinieren begon, die opwinding wanneer een nieuwe plant voor het eerst bloeit. Je loopt een plant voorbij die al een hele poos in de tuin staat, die je zo vaak hebt gezien dat hij haast onzichtbaar is geworden, en plotseling valt je op dat hij bloeit. De bloemen werden verwacht, je wist hoe ze eruit zouden moeten zien, het ligt in de aard der dingen dat de plant bloeit. En toch is het net zo'n verrassing als wanneer het gras op de tennisbaan was gaan bloeien, hoewel gelukkig niet zo uitzonderlijk.

Meer dan een jaar geleden plantte ik een aantal Liriope muscari voorin een border, en tot een week of twee terug was er hoegenaamd niets aan veranderd. Ze stonden er en ik raakte eraan gewend; ze leken niet te groeien maar gingen ook niet dood. Ze deden me denken aan Ophiopogon planiscapus `Nigrescens', het zogenaamde zwarte gras, dat er ook, onveranderd, al een jaar of wat staat. Interessant genoeg zijn ze verwant, allebei leden van de leliefamilie, Liliaceae; als je Ophiopogon `gras' noemt, zul je hem niet gauw als lelieachtig zien. Nog een bewijs dat het geen grassen zijn is dat katten de blaadjes niet eten, en katten kennen plantenfamilies beter dan mensen, zoals je kunt zien aan een van de onze, die van komkommer, courgette en pompoen houdt - allemaal Cucurbitaceae.

Liriope muscari is erg populair in Amerika en daar heet het `lilyturf' (`leliegras'), een prachtige naam die beide karakteristieken in zich verenigt. De Latijnse naam is ontleend aan Liriope, een bosnimf, of najade, die de moeder van Narcissus was. Liriope heeft kleine maar dikkige groenblijvende, grasvormige blaadjes en de plant zelf oogt stoer, helemaal niet nimfachtig, zonder iets ieligs of wuivends eraan. Onkruid zou er geen schijn van kans onder hebben, de bladeren bedekken de bodem als een paraplu. Hij bloeit in september en oktober, een tijd waarin er weinig andere bloemen zijn, met vrij hoog opschietende lilakleurige bloemtrossen, die sterk op blauwe druifjes lijken. Het woord muscari in de naam is een verwijzing naar de druifhyacint, muscari.

De liriope houdt van humusrijke grond en kan heel wat schaduw hebben. Een beetje droogte in de zomer vindt hij ook niet erg. Bosplanten die tegen schaduw kunnen hebben vaak weinig opvallende bloemen maar de bloemtrossen van de liriope zijn frappant. In een van mijn planten is de bloeiende stengel zeker dertig centimeter hoog en zo te zien groeit hij nog steeds. De bloemen lijken op min of meer willekeurig om de steel geschikte klokjes. Een ander voordeel van de liriope op de doorsnee bosplant is dat de bloemen rechtop staan, in plaats van te lijden aan de bekende omvalziekte, wat zo vaak gebeurt als er niet genoeg zon is.

Het loof kan een beetje vermoeid aandoen tegen de tijd dat de plant bloeit; dit is te voorkomen door in het voorjaar terug te snoeien, zodat de bloemen vergezeld gaan van bladeren van hun eigen jaargang. Hier in Nederland is dat misschien niet zo'n goed idee; de plant is winterhard tot ongeveer -10° en het is raadzaam hem in strenge winters te beschermen. Al met al is het een aantrekkelijke, opzienbarende plant, waarvan je weinig hoort en die je niet vaak ziet.

Zou dit kunnen komen doordat hij te veel lijkt op de druifhyacint? Een druifhyacint die in de verkeerde tijd bloeit (de echte bloeit in de lente), zodat hij in het hersenvakje `druifhyacint' past en het niet in je opkomt te vragen hoe hij heet. Er zijn een paar andere planten die aan dit syndroom lijden, die op een andere plant lijken en steevast daarvoor worden aangezien. Margery Fish beschrijft haar Olearia gunniana, een heester die in de voorzomer bloeit: `Jarenlang had ik een grote struik O. gunniana in een schaduwrijk hoekje en bezoekers slaakten kreten van verbazing over de prachtige herfstasters in juni, en ik heb ze nooit durven verbeteren.'

Dan heb je de valse wilde aardbei, Duchesnea indica, de natuurlijke variant op het nep-Rolexhorloge, een plant die sprekend lijkt op Fragaria vesca, de echte wilde aardbei, met aardbeibladeren, de kruipende groei van de aardbei en bendes verrukkelijk uitziende vruchten die absoluut geen smaak hebben. Mensen die ermee zijn opgescheept en niet weten wat het is denken dan al gauw dat het op de een of andere manier hun schuld is dat hun wilde aardbeien nergens naar smaken, maar vertellen dat het helemaal geen aardbeien zijn is net zo tactloos als de aandacht vestigen op hun horloges.

Een andere plant die me onlangs verraste was niet van mij maar van een buurvrouw, wier planten ik de laatste paar weken heb begoten, allemaal in potten en in de recente hitte met een grote behoefte aan water. Je kijkt heel anders naar andermans planten, zelfs in de intieme situatie van het water geven. Nadat ik er twee weken lang water op had geplenst zag ik aan een plant opeens een zachtblauwe bloem en nam die - in plaats van de pot - toen pas goed op. Ik geloofde mijn ogen niet, het was een kleine plumbago, Plumbago auriculata, die vermoedelijk voor het eerst bloeide. Twee jaar geleden hebben we er een geplant in een tuin in Zuid-Frankrijk. We zijn er nooit weer geweest en hebben geen idee of hij het heeft gered. En nu hier, tussen anoniem gebladerte, staat er een, met blauwe herfstige bloemen.