Mao BV

De Chinese Volkrepubliek viert volgende week haar vijftig- ste verjaardag. Het communisme mag wel kapita- listische trekken hebben gekre- gen, volgens de inwoners van Nanjie is hun dorp terugge- keerd naar het socialisme dat Mao Zedong in 1949 voor ogen stond. Ze verdie- nen er goed aan.

Daar waar de lantarenpalen geen licht meer geven, houdt een wereld van gelijkheid, rechtvaardigheid en vooral gedeeld geluk op te bestaan. Het leven in de duisternis is een doffe ellende. Het is er vies, wetteloos en chaotisch. De mensen zijn er asociaal, lusteloos en ongemotiveerd. Maar onder het licht van Nanjie, zeggen de inwoners, gaat een klein paradijs schuil.

Welkom in het dorp waar Mao Zedong nog invloed heeft. De gemeenschap waar gelijke bedeling hand in hand gaat met rijkdom. De rest van China mag dan in vervoering zijn van het kapitalisme, Nanjie is teruggekeerd naar de revolutionaire idealen van de Grote Roerganger. Hier zijn het land en de bedrijven weer in handen van het collectief en deelt het volk in de welvaart. Maar de inwoners van Nanjie blijken vooral praktisch in de toepassing van de leer. Want de gelijkheid van rijkdom en overvloed is beperkt tot het select gezelschap dorpelingen en zijn niet bestemd voor de grote groep migrantenarbeiders. Dat is nu eenmaal zo, zeggen de uitverkorenen: sommigen zijn nu eenmaal gelijker dan anderen.

Bi Gencheng en zijn vrouw zijn een stralend koppel. Ze zijn bejaard, boer geweest en leiden een leven in ruste. Bi (76) hoort slecht, zijn vrouw schreeuwt hem behulpzaam in het oor. Zijn ogen lichten op wanneer hij zijn gepensioneerd bestaan beschrijft. ,,Kijk eens naar dit huis'', zegt hij. Ruime kamers, een keuken, tegels op de vloer, een airconditioner, een televisie, gemakkelijke stoelen en een bank – het lijkt op een betere stadswoning. Maar Bi bewoont een appartement in de centraal Chinese landbouwprovincie Henan. ,,Wie had dit ooit gedacht. Lang leven het dorpscomité!'' roept Bi. ,,Lang leven voorzitter Mao!''

Bi is niet de enige in Nanjie die zo woont. De meer dan drieduizend inwoners in het dorp delen in de welvaart. Het dorpscollectief heeft iedereen identieke appartementen toegewezen, voorzien van hetzelfde meubilair, dezelfde televisie, een rijstkoker, telefoon, het verzameld werk van Mao Zedong en een witte buste van de roerganger. Niemand verdient meer dan een magere 250 yuan per maand (62 gulden), maar iedereen heeft recht op de veertien gratis voorzieningen, zoals scholing, medische verzorging, electriciteit, een levensverzekering en een voedselpakket met eieren, meel en olie. Het zijn voorzieningen die in het verleden voor veel Chinezen vanzelfsprekend waren, maar die nu, onder invloed van de economische veranderingen, door geen ambtenaar of staatsbedrijf meer kunnen worden gegarandeerd.

In ruil voor alle vrij verstrekte gemakken, dienen de bewoners zich te houden aan een gedragscode die het dorpscomité heeft opgesteld. Oude Maoistische principes zijn van de plank gehaald in het `tien sterrensyteem voor goed gedrag'. Het zijn beloningssterren voor onbaatzuchtige daden, een zuinig bestaan, een correcte omgang met hygiëne en voor het tonen van respect voor de bestuurlijke leiders. Voldoet een dorpeling niet aan een van die eisen, dan verdwijnt er onherroepelijk een ster en verspeelt de ongelukkige een van de gekoesterde privileges. Boer Bi heeft ze alle tien. ,,Natuurlijk!'' roept zijn vrouw in het oor van Bi.

Marmeren standbeeld

Het straatbeeld in Nanjie doet denken aan de Spartaanse leegte van Pyongyang in het ultra-Stalinistische Noord-Korea. In het centrum van het dorp staat een wit marmeren standbeeld van Mao Zedong dat voortdurend wordt bewaakt door een tweekoppige erewacht. Die bestaat uit dorpelingen met partizanenplicht, de militaire training die jarenlang voor iedereen verplicht was, maar op het platteland haast is afgeschaft - maar niet in Nanjie. Het is er in 1993 neergezet, ruim een decennium nadat overal elders in het land zijn beeltenissen als gevolg van een grootschalige ontmythologiseringscampagne zijn weggehaald.

Het Maoistisch bastion waar de inspirator van Nanjie over uitkijkt, is een toonbeeld van rigide aandacht. De wegen die het dorp in rechte blokken doorkruisen, zijn strak bestraat. Groenstroken scheiden de fietspaden van de lege rijbanen — want Nanjie beschikt slechts over vijftig auto's, alle in het bezit van het collectief. Lantarenpalen en verchroomde afvalbakken staan strak in het gelid en over de breedte van de straten en aan de gevels van witbetegelde gebouwen hangen rode spandoeken waarop in witte karakters politieke slogans staan. Het zijn leuzen die in de jaren zestig opgang deden, zoals `Ideologie op de eerste plaats' en `Laat het gedachtengoed van voorzitter Mao voor eeuwig stralen'.

Nanjie is een intrigerend fenomeen dat in scherp contrast staat met de wereld die wordt vertegenwoordigd door de politiek in Peking. De Chinese regering draagt een beleid uit dat juist de afschaffing van het kostbare socialistische welvaartssysteem beoogt. In heel China verdwijnt de helpende hand van de staat uit het maatschappijbeeld. Werk is niet langer een garantie, behuizing is voor eigen rekening en scholing moet zelf worden betaald. Bovendien wil Peking af van de onzuivere belangenverstrengeling tussen de staat en het zakenleven.

Maar ook op dat laatste punt is Nanjie een uitzondering. De 26 bedrijven die het dorp telt, zijn in het bezit van het collectief en alle winst verdwijnt in een gemeenschapspot. Het dorp is feitelijk een groot bedrijf en de leden van het dorpscomité hebben allen Nanjie BV op hun naamkaartje staan. En als ware het een bedrijfslogo, dragen alle `werknemers' van de BV een rood speldje op hun borst met daarop Mao's bekende `dienen voor het volk'-leus. Als de woordvoerders van het dorp geloofd mogen worden dan verdient Nanjie handen vol geld. De omzet is er sinds het jaar dat de grond opnieuw werd gecollectiviseerd, gegroeid met een waarde van 700.000 yuan (180.000 gulden) in 1984 tot 1,6 miljard yuan (410 miljoen gulden) in 1997.

Feodalisme

Maar is Nanjie nu een façade van succes, opgetrokken door de behoudende politiek in Peking, of een model dat is voorgekomen uit het collectieve brein en de ijver van onschuldige boerendorpelingen? Het is bekend dat een uitstervende groep Chinese Marxisten zich verzet tegen de kapitalistische markthervormingen die het tijdperk van Deng Xiaoping en president Jiang Zemin zo kenmerken. Maar anders dan in Rusland, waar de economische terugval een communistische nostalgie heeft uitgelokt, bestaat in het veel succesvollere China weinig behoefte aan oplossingen uit het verleden. Volgens de leiders van Nanjie is dan ook geen sprake van een dergelijke steun van links.

Ambtenaren uit het naburige Linying district, waaronder Nanjie valt, haasten zich te zeggen dat het gedachtegoed van Deng Xiaoping niet zonder dat van Mao Zedong kan worden gezien. ,,Zonder Mao had China nooit de welvaart kunnen bereiken die Deng de mensen uiteindelijk heeft bezorgd'', zegt Qi Jingan van het districtsbestuur ongevraagd. ,,In Nanjie zijn Mao en Deng één.''

Maar een precieze blik op de `bedrijfsstructuur' van Nanjie BV leert dat veel in het dorp met Mao niets van doen heeft. Sterker nog, in Nanjie is sprake van een vorm van hedendaags feodalisme. Want behalve de 3.100 dorpelingen die in aanmerking komen voor de vele sociale voorzieningen, is sprake van een selecte groep van 260 technisch geschoolde ereburgers die tot tien keer zoveel verdienen als de dorpelingen. En belangrijker nog zijn de 12.000 migrantenarbeiders die de fabrieken bevolken. Zij zijn de werkpaarden van de economie van Nanjie. Ze verdienen weliswaar twee keer zoveel als de bevoorrechte dorpelingen, maar delen niet in hun privileges. Ze worden gratis behuisd in slaapzalen met acht bedden en eten communaal.

Buiten het blikveld van de lokale bazen klaagt een enkele werknemer dat het dorp hen uitbuit. Maar de meeste, vooral jonge werknemers in de bier-, gedroogde bami-, en verpakkingsfabriek zeggen tevreden te zijn. ,,Het werk is stabiel en de betaling is in orde'', zegt een meisje terwijl een groene flessenstroom op de lopende band voorbijraast. In China is dat vandaag de dag al heel wat. En Nanjie maakt dankbaar gebruik van een overvloed aan werklustig en goedkoop aanbod. ,,Iedereen wil voor ons werken'', zegt de partijvoorzitter van de brouwerij. Nanjie is geliefd onder de migrantenarbeiders, al is het vrijwel uitgesloten om tot de bevoorrechte gemeenschap te worden toegelaten. Arbeiders zouden er allereerst zes jaar, zonder minnen op hun werkrapport gewerkt moeten hebben. Daarna moeten zij voor een ballotagecommissie verschijnen om in aanmerking te komen voor dezelfde privileges als de andere dorpelingen. Over het percentage dat uiteindelijk de test zou hebben doorstaan, bestaat geen duidelijkheid in het dorp.

De architect van Nanjie, partijsecretaris Wang Hongbin (49), geeft toe dat de rijkdom in zijn dorp zonder de hulp van de migrantenarbeiders niet mogelijk was geweest. ,,Maar we geven hen werk. Een stabiele baan'', zegt hij haast verontschuldigend. ,,Ze willen allemaal in Nanjie werken, de mensen staan ervoor in de rij.'' De man die van `samen rijk' zijn motto heeft gemaakt, wil zelfs wel kwijt dat de ogenschijnlijke ongelijkheid die er in zijn dorp bestaat, een belangrijke stimulans is voor de migrantenarbeiders om hard te werken. ,,Die ongelijkheid is geoorloofd.'' Zonder het aanlokkelijke vooruitzicht om ooit toe te kunnen treden tot het Paradijs Nanjie, aldus Wang, zouden de migrantenarbeiders niet hard genoeg werken.

Stimulans of exploitatie

Het is duidelijk dat partijsecretaris Wang, die door de dorpelingen ban zhang, of klassehoofd wordt genoemd, geen moeite heeft met denkbeelden die volledig in strijd zijn met het Mao Zedong-denken. Wat Wang de `stimulans' noemt, zou volgens de Marxistische ideeën van Mao een zuivere vorm van exploitatie zijn. Maar Wang is dan ook meer pragmatisch dan rechtlijnig in de leer. Hij leent vrijelijk van Mao, voorzover hij het bruikbaar acht. De rest laat hij gemakshalve voor wat het is. De bevolking van Nanjie lijkt hem daarin te volgen. Voor de meeste inwoners zijn de politieke lessen, het roepen van slogans en het zingen van Maoistische liederen maar een kleine prijs voor een stabiel inkomen en een gratis dak boven het hoofd. Want dat zijn garanties die nergens in China meer zeker zijn. Bovendien, alles wat hen in Nanjie ontbreekt, vinden zij alsnog in het naburige districtscentrum, een paar straten verderop.

De stap terug naar het collectief is volgens Wang dan ook vooral een praktische zet geweest. Wang stond al aan het hoofd van het dorp toen in 1978 het communale land en de bedrijven werden verpacht aan individuele boeren. Het verhaal gaat dat die hervormingen geen succes waren. De boeren verwaarloosden het land, in de fabrieken werden de bazen rijker en de werknemers armer. Om die reden werd op voorstel van Wang gezamenlijk besloten de bedrijven weer onder de curatele te stellen van het dorpsbestuur. Dat was in 1984. Drie jaar later gebeurde hetzelde met het land. ,,Sinds die tijd worden we samen rijk'', aldus Wang.

Of het Nanjie-model past in het beleid dat de Chinese regering voor ogen heeft? Aan die vraag wenst Wang niet te veel aandacht te besteden. ,,Wij zijn boeren'', zegt hij diplomatiek, ,,we praten niet over politiek.'' Maar verschillende politieke leiders hebben het dorp al aangedaan, en dat zegt volgens de partijvoorzitter voldoende. In een brochure worden trots de foto's gepresenteerd van Wang naast de Chinese premier Zhu Rongji en in gesprek met de voormalige voorzitter van het Chinese parlement, Qiao Shi. De beslissingen van het vijftiende partijcongres, twee jaar geleden, ziet Wang evenmin als een bedreiging. Integendeel, het besluit van de communistische partij toentertijd om verschillende vormen van eigendom toe te staan – in een poging een oplossing te vinden voor de verlieslijdende staatsindustrie – was een hart onder de riem van Nanjie. ,,Sindsdien weten we dat wat we doen volgens de lijn van de regering is'', zegt Wang. Dat hij daarmee de waarheid enigszins op zijn kop zet, deert hem klaarblijkelijk niet. Want als de partij destijds iets niet had bedoeld, dan was het wel het opnieuw in leven roepen van collectieven zoals in Nanjie.

Het motto waaronder Nanjie zijn plaats in de Chinese wereld rechtvaardigt, luidt `wai yuan, nei fang' – rond van buiten, vierkant van binnen. Rond staat voor de flexibele markteconomie zoals Deng die had bedoeld, vierkant voor de Maoistische discipline. Wang en zijn dorpscomité hebben ontdekt dat de combinatie van de symbolen gelijk staan aan de vorm van een oude Chinese munt. ,,Dit is de formule voor gedeelde welvaart'', zegt Wang triomfantelijk. Maar het is een gedeelde welvaart die niet verder reikt dan de grenzen van Nanjie. De mensen in de cirkel daarbuiten blijven het slachtoffer van een ongenadige concurrentie. Maar dat is niet het probleem van Wang. ,,Wij kunnen niet de problemen voor heel China oplossen'', zegt Wang. ,,Iedereen moet opzoek naar zijn eigen oplossingen.''