LEERLINGEN DIE NIEMAND WIL HEBBEN

Spijt heeft ze er van. Veel spijt. Maar nu is het te laat. Wilma (15) mag niet meer terugkomen op de VMBO-school (het VMBO is het vroegere VBO en Mavo). Vorig jaar was ze voorwaardelijk op die school aangenomen, nadat ze weg moest van een andere VMBO-school, omdat ze daar in de eerste klas was blijven zitten. ``Voor mij was het lang leve de lol. Ik zette me niet in. Ik deed lekker mee met de meiden, lachen en praten enzo. Maar nu zitten zij nog daar en ik zit hier.'' `Hier' is Het Kompas in Breda. Op de deur staat: `School voor individueel voortgezet onderwijs'. Het is een school voor leerlingen die niet speciaal genoeg zijn voor het speciaal onderwijs, maar te bijzonder voor een gewone school. Een school voor leerlingen die niemand wil hebben.

Het Kompas is een vangnet voor leerlingen met sociaal-emotionele problemen. Intelligentie en leerachterstand spelen geen rol. Het zijn vooral hun maatschappelijk problematische achtergrond en hun geringe motivatie die hen buitenspel plaatsen. ``Het zijn leerlingen die nooit hebben willen leren'', is de typering van Kompas-directeur Paul van den Elshout. ``Ze hebben niet leren doorzetten, nooit iets af hoeven te maken, nooit iets hoeven te verwerven. Het zijn kinderen die al werden beloond voordat zij hun taak afhadden. Een voorbeeld? Een meisje van veertien dat met de brommer naar school komt, wordt met die brommer de toegang ontzegd. Vader belt daar vervolgens gevaarlijk boos over op, want die brommer had ze van hem gekregen. Hij is er niet van te overtuigen dat je pas met zestien jaar brommer mag rijden.''

Het Kompas is met vijfenveertig leerlingen een klein schooltje en dat wil Van den Elshout ook zo houden. Maar hij heeft wel zo zijn zorgen. ``Het zou me niet verbazen als de Kompaspopulatie gaat toenemen als gevolg van de huidige ontwikkelingen in het VMBO. Ik ben bang dat leerlingen elders vaker geweigerd gaan worden en dan bij ons terechtkomen.'' Van den Elshout doelt in de eerste plaats op de huidige strenge toelatingscriteria voor het speciaal onderwijs en voor extra ondersteuning in het gewone VMBO.

Daarnaast leidt de invoering van de kwaliteitskaart (waarin de resultaten en de efficiency van een school openbaar worden gemaakt) tot een strenger aannamebeleid van de scholen. Dat is althans de ervaring van Fons van Casteren, directeur van Scholengemeenschap Markenhage voor Mavo, Havo, en VWO in Breda en voorzitter van het Bredase samenwerkingsverband voor het VMBO. ``Wat wij zien is dat iedere leerweg de toelatingslat iets hoger legt, waardoor het gevaar dreigt dat een bepaalde groep zorgleerlingen nergens terechtkan'', zegt hij.

Omdat scholen verantwoording moeten afleggen over hoeveel leerlingen zij tot de eindstreep brengen, worden risicoleerlingen er zo al zoveel mogelijk aan de poort uitgeselecteerd. VMBO-scholen worden bovendien strenger omdat het binnen de vier leerwegen niet meer mogelijk is om vakken op verschillende niveaus te volgen. Een Mavo-diploma met vakken op B-, C- en D-niveau behoort tot het verleden. Dit verkleint de flexibiliteit binnen een leerweg. De lat hoger leggen betekent concreet dat Markenhage nu een hogere Cito-score vereist dan vorig jaar en op grond daarvan al dertig leerlingen heeft afgewezen.

De onderwijsinspectie, die de kwaliteitskaart publiceert, heeft nog geen aanwijzingen dat scholen wegens die kaart hun toelatingseisen gaan aanpassen. ``Het aanscherpen van de toelatingseisen heeft ook een contraproductief effect'', aldus de voorlichter. ``Het rendement van de onderbouw zal daardoor lager uitvallen. Scholen krijgen immers een positieve beoordeling op de kwaliteitskaart als zij in staat blijken leerlingen onderwijs te laten volgen hoger dan het advies van de basisschool.''

Saïda is bijna vijftien. Ze zit sinds het begin van dit jaar op Het Kompas. Vorig jaar is ze een half jaar niet naar school geweest. ``De leerplichtambtenaar kon voor mij geen school vinden.'' Ze schokschoudert onverschillig op de vraag waarom ze nergens welkom was. ``Ik moest van school af voor verzuim. Ik had geen zin om naar school te gaan, want die leraren speelden de baas over mij. Ze gaven mij altijd de schuld als er iets gebeurd was.'' Saïda wil een jaar op Het Kompas blijven en dan een administratieve beroepsopleiding volgen. Dat gaat wel lukken, zegt ze. ``Ik moet gewoon mijn best doen.'' Gewoon? Voor het eerst breekt er een lach door op haar gesloten gezicht. ``Ja, gewoon.''

Spijbelopvang heette het vroeger, maar vandaag de dag wil directeur Van den Elshout Het Kompas in de eerste plaats afficheren als school. ``We proberen zo dicht mogelijk bij het regulier onderwijs te blijven met daarin veel individuele aandacht voor de leerling. Voor veel leerlingen is hun verblijf hier een soort time-out. Ze blijven hier gemiddeld minder dan een jaar en vervolgen dan hun weg.'' Leerlingen werken op hun eigen niveau, dat bij de intake wordt getest. Iedere klas heeft één docent, die alle vakken geeft en zaken individueel uitlegt. Samen met duidelijke omgangsregels en een vaste roosterstructuur moet dit de leerlingen voldoende houvast geven om ze te stimuleren weer naar school te gaan.

``Het Kompas is mijn laatste kans'', zegt Wilma, terwijl ze haar vracht rode krullen naar achteren zwaait. Een gewoon diploma zit er voor haar niet meer in. Ze wil volgend jaar instromen op het laagste niveau van het MBO, waar ze zonder diploma terecht kan. ``Ik wil later iets met baby's gaan doen'', zegt ze met een glimlach, ``en alles wat daarvoor nodig is, moet dan maar.'' Zelf heeft Wilma er wel vertrouwen in. ``Er zijn hier duidelijke regels. Op mijn vorige school had ik veel verschillende leraren en iedereen had zijn eigen regels. Daar maak je gewoon gebruik van. Als je weet dat een leraar drie waarschuwingen geeft, dan ga je door tot die derde waarschuwing.''

Op het Kompas worden leerlingen geen seconde alleen gelaten. Leraren en leerlingen eten samen in dezelfde kantine. In het klein draagt Het Kompas zo uit waar het eigenlijk om draait: ``Dit zijn leerlingen die je eigenlijk vanaf de basisschool aan het handje zou moeten houden tot ze een plekje op de arbeidsmarkt hebben veroverd. Als je ze even loslaat gaan ze zwerven'', zegt docente Suzanne Dol. Als ze oud-leerlingen tegenkomt die het goed hebben gedaan is ze altijd verheugd. Zoals een meisje dat nu caissière is bij V&D. ``Een heel triest geval, ze heeft door ziekte veel gemist. Haar moeder zat in de bijstand en kon de schoolboeken niet in één keer betalen. Geen boeken betekent niet meedoen, dus zat het meisje de eerste dag al in de aula. Ook dat soort kinderen krijgen wij. Wij hebben hier boeken staan, kopiëren veel dingen en daardoor kost het hier bijna niks.''

Wat zij het moeilijkste vindt zijn de teleurstellingen. ``Je steekt veel tijd in een leerling, maar door de thuissituatie loopt het dan toch fout. Turkse meisjes die willen en kunnen, maar van hun ouders niet verder mogen leren. Of kinderen uit crisisopvang met wie je in korte tijd een hechte band opbouwt, maar die dan toch weer zonder jou verder moeten.''