Jagen op jagers in Toscane

We kenden Mattia wel. Een jonge man die altijd rondscharrelde rondom een boerderij langs een onverharde weg in Umbrië. Geestelijk niet helemaal in orde en daarom hielden zijn ouders hem in de buurt. Maar met het huis, de akkers en de ruïne beneden bij de beek was zijn wereld goed te overzien.

Op een dag liep hij opeens met een geweer. Op veilige afstand volgden wij zijn tocht door de velden met de ogen. Hij kwam bij een boom, legde aan en schoot. Doffe knallen. Het was niet te zien of hij iets had geraakt.

Is dat niet gevaarlijk, iemand met geestelijke problemen die met een geweer loopt, vroeg ik later aan zijn vader. Welnee, antwoordde die. Er zaten geen echte patronen in, maar hagel. Dat was veel minder gevaarlijk. Bovendien was zo de kans groter dat Mattia toch nog een vogeltje zou schieten. Dat vond hij zo leuk.

Jagen is voor veel Italianen een ritueel dat ze koesteren. Zeker in het groene Umbrië. Dat heeft van alle regio's de grootste concentratie jagers. Maar ook in gebieden als Toscane, Lombardije, Campanie en Sicilië is de jacht bijzonder populair. In september gaan de laarzen in het vet, komen de geweren uit het foudraal en begint 's ochtends om een uur of zes het geknal. Later vind je dan op wandelingen de grote rode en groene patroonhulzen.

Jagers zijn natuurvrienden, roepen de zes associaties van jagers in koor. Ze genieten van de schoonheid van de bossen en velden en zorgen voor een evenwicht door dieren waarvan er teveel zijn dood te schieten. Bovendien dragen ze bij aan de economische ontwikkeling van het platteland. Ze moeten immers ergens eten en slapen. Ook betalen ze bedrijven die dieren fokken waarop kan worden gejaagd: het schieten van een fazant op zo'n jachtboerderij kost ruim 45 gulden.

Maar een aantal milieu-organisaties heeft nu de jacht geopend op de jagers. Zij vinden dat de regels veel verder moeten worden aangescherpt. Zo protesteert Grazia Francescato, de coördinatrice van de Groenen, dat de regio's veel te soepel zijn met vergunningen. ,,De regio's hebben toestemming gegeven voor de moord op in totaal 2,1 miljard dieren, terwijl er in heel Italië veel minder zijn'', zegt zij. Overigens zegt de Liga voor de afschaffing van de jacht (Lac), waarin de milieugroepen samenwerken, dat er vorig jaar 150 miljoen dieren zijn gedood bij de jacht.

Veel jachtpraktijken zijn een Europees land onwaardig, zegt de Lac. Steeds meer jagers veranderen in stropers en gebruiken daarbij steeds geavanceerdere middelen. Op ongeveer zeventig procent van het Italiaanse grondgebied mag je jagen, maar toch worden jachtverboden vaak genegeerd, vooral in natuurparken. Jagers mogen nog steeds, ondanks een jarenlange tegencampagne, levende dieren als lokaas gebruiken.

Vooral in Toscane en Umbrië gebruiken jagers volgens de Lac gif. Ze leggen kippenkoppen of vleesbrokjes neer die zijn bewerkt met levensgevaarlijke pesticiden of het rattengif strychnine. Die zijn bedoeld voor vossen, adelaars en andere roofdieren, concurrenten van de jagers in de jacht op fazanten en patrijzen. De Lac waarschuwt dat datzelfde gif makkelijk kan terechtkomen in de paddestoelen die in de bossen worden verzameld.

Het Groene Kamerlid Anna Procacci vertelt dat sommige jagers hun eigen werk scheppen. ,,Om ervoor te zorgen dat ook in de beschermde parken geweren worden toegelaten, worden er clandestien everzwijnen uitgezet'', zegt ze. ,,Dan wordt er geklaagd over schade aan de landbouw en wordt er campagne opgezet om die beesten uit te roeien.'' Die praktijken vormen een bedreiging voor de steeds schaarser wordende inheemse everzwijnen, die vrij klein zijn en zich niet snel voortplanten. De clandestien uitgezette dieren worden volgens Procacci uit Oost-Europa gehaald. Ze zijn veel groter en planten zich veel sneller voort.

Het aantal jagers is de afgelopen tien jaar bijna gehalveerd, tot ruim 800.000. Maar nog altijd gaat er veel geld mee om. Alles bij elkaar, van geweren en honden tot reis- en verblijfkosten, is met de jacht volgens de Lac zeven miljard gulden gemoeid. Zo zijn er alleen al 1430 jachtboerderijen en betaalt iedere jager ongeveer 600 gulden belasting per jaar.

De Lac moet het opnemen tegen een machtige lobby. Jongeren die afgelopen zondag, bij de officiële opening van het vijf maanden durende seizoen handtekeningen ophaalden, erkenden dat afschaffing van de jacht, gezien alle tradities eromheen, voorlopig onhaalbaar is. Maar, zeiden ze, laat het in ieder geval wat menswaardiger gebeuren.