IEDEREEN ZIJN EIGEN WEG

De Universiteit van Amsterdam gaat fuseren met een hogeschool én het Angelsaksische diplomasysteem invoeren. Collegevoorzitter Sijbolt Noorda: `Wij doen het zo. Van mij hoeven andere universiteiten het niet over te nemen.'

Als je roept dat jouw universiteit wil gaan fuseren met een hogeschool, valt de halve wereld over je heen. Dat heeft Sijbolt Noorda, bestuursvoorzitter van de Universiteit van Amsterdam (UvA), verbaasd. Als hij er in één adem aan toevoegt dat hij daarnaast het Angelsaksische bachelor/master-model voor zowel de HBO - als de universitaire poot wil invoeren, heeft hij helemáál wat uit te leggen.

De UvA werkt al jaren nauw samen met de Hogeschool van Amsterdam. Beide instellingen doen niet geheimzinnig over hun fusiewens. Maar toen minister Hermans (Onderwijs) onlangs zei het fusieverbod te willen opheffen en beide instellingen lieten weten de daad bij het woord te zullen voegen (Noorda: ``Binnen drie jaar is de fusie rond''), barstte de kritiek los.

Die kritiek is voornamelijk terug te voeren op een heikel punt: bij een fusie tussen een hogeschool en universiteit wordt het onderwijs één pot nat, stellen de sceptici. Zij vrezen dat binnen zo'n mega-instelling de grenzen tussen een beroepsgerichte en universitaire opleiding zullen vervagen en het wetenschappelijk curriculum verloedert tot een onderwijsprogramma voor de middenmoot.

Noorda vindt dat de tegenstanders ``ongelooflijk slordig generaliseren''. Alsof de universiteit haar functie als zelfstandige, academische denktank zou opgeven. Alsof de universiteit opeens geen mensen meer zou opleiden die een kritische geest combineren met academische diepgang. Alsof zij opeens geen hoogwaardig onderzoek meer zou doen. ``Die vooronderstellingen zijn grote onzin'', zegt Noorda.

Hij wordt er een beetje moe van zich te verweren tegen ``mensen die hun mening baseren op sentimenten en niet op argumenten''. Het niveau van het universitaire programma zal na de fusie niet veranderen. Dat past volgens Noorda ook niet bij de aard van de instelling: ``De universiteit is geen pindakaasfabriek met een directeur die de zaak vanachter zijn bureau bestuurt, maar een zeer platte organisatie. Zeker de UvA. De verschillende onderwijs- en onderzoeksinstituten hebben hun eigen professionele bestuurders en zijn tamelijk autonoom. En dat zal na een fusie zo blijven. Anders zouden we er nooit aan beginnen.''

Door een fusie worden de grenzen tussen de verschillende opleidingen alleen maar scherper, verwacht Noorda. ``De onderlinge concurrentie tussen hogeschool en universiteit verdwijnt. Bestuurders, docenten en medewerkers van zowel de hogeschool als van de universiteit hoeven in de slag om de student niet het aanbod van de zusterinstelling te kopiëren, maar kunnen aanvullende programma's ontwikkelen. ``Dat zal de kwaliteit en diversiteit verhogen, daar ben ik heilig van overtuigd.''

Studenten hebben daar voordeel bij, zegt Noorda. Zo zou hij zich kunnen voorstellen dat er een beroepsgerichte en een universitaire rechtenstudie worden ontwikkeld. Een gevangenisdirecteur of een medewerker van een incassobureau hoeven geen meester in de rechten te zijn, maar moeten wel juridisch zijn geschoold. Een dergelijke beroepsgerichte juridische opleiding bestaat nu niet. Noorda: ``Terwijl zo'n opleiding aan een behoefte zou voldoen, want er is een grote vraag naar juridisch geschoolde werknemers.''

Maar er zijn meer voordelen voor studenten, stelt Noorda. Zo kan een student die bij nader inzien een universitaire opleiding geen gelukkige keuze vindt, binnen een instelling makkelijk overstappen naar een HBO-studie en vice versa. Faciliteiten zoals sport, huisvesting, mensa en hulpverlening kunnen minder versnipperd en dus efficiënter worden aangeboden. Universiteiten zijn in vergelijking met hogescholen sterker op het buitenland georiënteerd. Van die voorsprong kunnen HBO-studenten profiteren. Noorda is er een groot voorstander van om gaandeweg zowel voor de hogeschool als de universiteit een bachelors/master-systeem in te voeren. Ook hierbij speelde de minister onlangs een voortrekkersrol door samen met zijn Europese collega's de zogenoemde Bologna-verklaring te ondertekenen. Daarin zegde hij toe binnen tien jaar dit Angelsaksische tweefasenmodel in het Nederlands hoger onderwijs in te voeren.

Ook bij dit onderwerp lopen de gemoederen hoog op. Weer zijn vervaging en verloedering van het academisch niveau sleutelbegrippen in de discussie. Want hoe is een bachelorsdiploma op het HBO te onderscheiden van een universitair bachelorsdiploma? Zeker als hogescholen net als universiteiten masteropleidingen mogen aanbieden, blijft er van het onderscheid niets meer over.

Noorda: ``Natuurlijk wordt niet rücksichtslos op alle opleidingen hetzelfde etiket geplakt.''Hij wil een duidelijk onderscheid maken tussen academische en beroepsgerichte bachelor- en masterdiploma's. ``Zo haalt een HBO-student een professional bachelor of master en een universitair student een academic bachelor of master. Wel zouden de beide instellingen dezelfde structuur moeten krijgen: een brede basisopleiding van drie jaar die leidt tot een bachelorstitel en een masteropleiding van een of twee jaar waarbij de studenten zich specialiseren.

Het is de bedoeling dat de studenten de verschillende opleidingen kunnen combineren, zegt Noorda. Dus een student die een academisch bachelor geschiedenis afrondt, kan daarna besluiten een beroepsgericht master journalistiek te volgen of bijvoorbeeld een wetenschappelijk master dat specifiek voorbereidt op een carrière als onderzoeker. En een student die een beroepsgerichte bachelor op de HEAO haalt, moet daarna in een wetenschappelijk masterprogramma econometrie verder kunnen studeren. ``Nu is de overstap met een hogeschooldiploma naar de universiteit veel lastiger.'' Eventuele kennislacunes moeten worden opgevuld met een aanvullend programma, zegt hij. ``Maar dat is niets nieuws, dat gebeurt nu ook al.''

Universiteiten en hogescholen kunnen met de masteropleidingen goed aansluiten bij de vraag van de markt en de wensen van de studenten, waardoor de `wildgroei' van met name post-HBO-opleidingen vanzelf wordt ingeperkt, meent Noorda. ``Die vallen nu buiten het onderwijssysteem waardoor er nauwelijks toezicht is op de kwaliteit. Bovendien is de status vaak onduidelijk.'' Noorda verwacht dat studenten steeds vaker na het bachelordiploma eerst gaan werken en pas later een masterdiploma halen, ``net als in andere landen al veel gebeurt.'' Anderen zullen de voorkeur geven aan een masteropleiding waarbinnen ze werk en studie kunnen combineren.

Bijkomend voordeel, vindt Noorda, is dat de tweefasenstructuur de internationale vergelijkbaarheid van de studies vergroot. ``Het provincialisme voorbij.'' Studenten kunnen makkelijker met een bachelor op zak in het buitenland verder studeren, buitenlandse studenten kunnen op een Nederlandse universiteit een masterprogramma volgen. De opbouw van de opleidingen evenals de bijbehorende diploma's zijn internationaal vergelijkbaar. Ook voor minister Hermans was dat een belangrijke reden om de Bologna-verklaring te tekenen.

Dat niet alle universiteiten staan te trappelen om met hogescholen te fuseren en de tweefasenstuctuur in te voeren, zal hem `worst wezen'. ``Ik heb de waarheid niet in pacht, maar in Amsterdam doen we het op deze manier. Van mij hoeven anderen dat niet over te nemen, maar laat ze dan zeggen: `O, jullie doen dat zo, nou veel succes.' Laat iedereen zijn eigen weg kiezen.''