HUNKERING NAAR ELEKTRONISCH OOG

Bijna wekelijks staan scheids- en grensrechters in het betaalde voetbal ter discussie, omdat de menselijke waarneming tekortschiet. Oud-arbiter John Blankenstein (50) pleit al jaren voor de invoering van een elektronisch oog om een zuivere arbitrage te kunnen waarborgen. ,,Zo kan het niet langer.''

Bedeesd verscheen scheidsrechter Ruud Bossen na afloop van de voetbalwedstrijd Feyenoord-Fortuna Sittard voor de camera's met een pleidooi voor de snelle invoering van elektronische waarneming. Hij had namelijk niet gezien of de bal na een kopbal van Fortuna-verdediger Kevin Hofland de doellijn had gepasseerd. Zijn grensrechter wist het ook niet en zelfs de videobeelden boden geen duidelijkheid. Maar de twijfel blijft bestaan. ,,En dat druist tegen elk rechtsgevoel in'', meent John Blankenstein, hoofd scheidsrechterszaken betaald voetbal.

De oud-arbiter uit Den Haag heeft de oplossing al lang geleden aangedragen. Met behulp van de technologie van TNO uit Delft testte Blankenstein drie jaar geleden een kleine camera in de kruising van het doel, de zogeheten doellijnbewaking. Met een simpel piepje kan worden aangegeven of van een geldig doelpunt sprake is of niet. Ronald Waterreus zou er een moord voor plegen. Nog altijd betwist de keeper van PSV de geldigheid van de treffer van Kaiserslautern, vorig jaar in de Champions League, toen hij de bal na een kopbal vlak voor – of toch achter? – de doellijn had gekeerd. Ook in vermeende buitenspelsituaties kunnen elektronische hulpmiddelen de scheidsrechter in staat stellen het verlossende woord te spreken.

Maar zolang dat niet gebeurt, vinden bijna wekelijks arbitrale blunders plaats met grote gevolgen. De Argentijnse spits Lopez van Valencia maakte een magnifieke goal tegen PSV, maar hij stond wél buitenspel. Fortuna had waarschijnlijk met 1-0 voorgestaan tegen Feyenoord als het elektronisch oog zijn werk had mogen doen. Feit is dat de moderne scheidsrechter onvoldoende voor zijn vak is toegerust. De visie van Blankenstein: ,,De toonaangevende voetbalclubs creëren een commercieel gedrocht als de Champions League, waar miljoenen guldens in omgaan. Maar de scheidsrechter moet zich behelpen met een instrumentarium uit het tijdperk van Vrouw Holle.''

De KNVB behoort tot de fervente voorstanders van het elektronisch oog. ,,Maar bij de wereldvoetbalbond FIFA staan we nog steeds voor een gesloten deur'', vertelt Blankenstein. ,,We kregen voor ons experiment met elektronische waarneming in december 1996 slechts toestemming van de FIFA, omdat het te kort dag was om het nog af te blazen. Maar typerend voor het conservatisme in dat orgaan was de verordening dat geen enkele scheidsrechter voortaan aan dergelijke experimenten mocht meedoen. Dat is triest, omdat we juist in zwart-wit-situaties, zoals een bal op of over de doellijn of een overtreding binnen of buiten het strafschopgebied, voortreffelijke hulpmiddelen hebben ontwikkeld.''

Blankenstein vermoedt dat de FIFA zich louter laat leiden door het financiële aspect. ,,In Europa wordt bijna elke wedstrijd geregistreerd door camera's en in de meeste stadions is een elektronisch oog eenvoudig aan te brengen. In Azië en Afrika ligt dat veel gecompliceerder en dat pleit bijna voor een aparte regelgeving in de Europese voetballanden. Daar hebben we plausibele motieven voor, want in Europa gaat het meeste geld om en zijn de commerciële belangen het grootst. Het wordt tijd dat bonden en clubs een buffer gaan vormen tegen de FIFA, want bij de meeste betrokkenen leeft het idee dat het zo niet langer kan.''

Zondag zat hij op de tribune bij FC Utrecht-De Graafschap. Vanaf zijn positie had Blankenstein een beter zicht op bepaalde spelsituaties dan de man die daarvoor was aangesteld. ,,Bijna elke toeschouwer in een stadion kan van bovenaf buitenspelsituaties beter beoordelen dan de assistent-scheidsrechter. Toch staat hij al sinds 1860 langs de zijlijn en wordt van hem verwacht dat hij ogen in zijn rug heeft. Dat is toch niet meer van deze tijd? Nu kan de assistent zijn vlag laten piepen om sneller contact te hebben met de arbiter, die in dat geval een trilling of een geluid waarneemt. Maar al piept dat ding tien keer, dan nog schiet de menselijke waarneming in sommige gevallen tekort.''

In de Engelse Premier League wordt momenteel geëxperimenteerd met radiografisch contact tussen de scheidsrechter en zijn assistenten. Maar ook met een koptelefoon op zijn hoofd zag de Britse arbiter Harris niet hoe vorige week in het duel tussen Leicester City en Liverpool de jonge international Michel Owen met een elleboogstoot werd gevloerd. De hulpmiddelen blijven lapmiddelen die volgens Blankenstein voorbijgaan aan de essentie van het probleem. ,,De FIFA zoekt oplossingen voor het detail, maar negeert de hoofdoorzaak van foutieve waarnemingen'', meent Blankenstein. ,,Die los je ook niet op door twee scheidsrechters aan te stellen, zoals de FIFA wil.''

In Italië wordt dit seizoen vanaf de achtste finales in het nationale bekertoernooi geëxperimenteerd met twee arbiters. Volgens Blankenstein is die proef tot mislukken gedoemd bij ervaren scheidsrechters die al jarenlang alleen aan de top staan. ,,Al zet je zes scheidsrechters neer, zonder elektronische doellijnbewaking zien ook zes paar ogen in veel gevallen te weinig.'' Maar Blankenstein voorziet bij het instellen van een `duo-baan' dat ,,diverse stijlen van fluiten met elkaar zullen botsen''.

Een extreem voorbeeld: ,,Stel dat Jaap Uilenberg en Roelof Luinge samen moeten fluiten, twee goede scheidsrechters met uiteenlopende stijlen. Dan vrees ik dat de arbiter op de rechterhelft van het veld niet meer weet wat zijn collega aan de linkerkant aan het doen is. Ik ga zeker kijken bij het experiment in Italië. Italiaanse scheidsrechters zijn mannetjes, hoor! Ik ben benieuwd hoe zij de eer gaan delen op een voetbalveld. Maar de kernvraag blijft toch: wat lossen we op met twee scheidsrechters?''

Tot verbijstering van Blankenstein toonde trainer Foppe de Haan van Heerenveen zich tijdens een symposium van het platform Coaches Betaald Voetbal (CBV) een hartstochtelijk tegenstander van elektronische waarneming. ,,Onder het mom dat omstreden doelpunten juist tot de charme van de sport behoorden. Foppe verwees daarbij naar de goal van Geoff Hurst in de WK-finale in 1966 tegen West-Duitsland. Dat is gemakkelijk gezegd. Ik wil De Haan nog wel eens horen als een doelpunt van Heerenveen ten onrechte is afgekeurd, omdat de assistent-scheidsrechter niet heeft gezien dat de bal de doellijn had gepasseerd. Noemt Foppe dat dan ook de charme van de sport? Als we die argumentatie hanteren, mag niemand meer kritiek hebben op de arbitrage.''

En die kritiek is er juist volop, waarbij vooral Luinge in negatieve zin opviel. Blankenstein heeft hem al op de vingers getikt na zijn optreden in het duel tussen De Graafschap en PSV. Luinge gaf een vrije trap voor PSV en belemmerde vervolgens verdediger Fränkel van De Graafschap aan het spel deel te nemen, omdat de arbiter een conflict meende te moeten bezweren. Prompt maakte Luc Nilis het winnende doelpunt voor PSV. ,,Zo had Luinge die vrije trap nooit mogen laten uitvoeren'', luidt het oordeel van Blankenstein. ,,In dit geval werd de reeds bestrafte partij dubbel benadeeld en dat kan natuurlijk niet.''

Een week later werd Luinge gehoond door trainer Co Adriaanse van Willem II. De scheidsrechter had middenvelder Galasek van Willem II een gele kaart gegeven vanwege een vermeende schwalbe, hoewel de Tsjechische speler duidelijk zichtbaar was gevloerd in het strafschopgebied. In dit geval wenst Blankenstein de omstreden nummer één van het Nederlandse arbitragekorps wel in bescherming te nemen. ,,Omdat het om de interpretatie van een waarneming gaat, al vind ik dat arbiters moeten waken voor een heksenjacht op vermeende buitelingen in het zestienmetergebied.''

De regelgeving in het voetbal moet volgens Blankenstein nog meer worden verfijnd. ,,Zo wordt een zuivere rechtspraak belemmerd als we een ploeg met elf man laten doorgaan, terwijl bij de tegenstander zojuist iemand na een doodschop tijdelijk is afgevoerd. Ik vind dat in zo'n geval de speler die zijn tegenstander uit de wedstrijd heeft geschopt, ook het veld moet verlaten tot de opponent weer is opgelapt.'' Om meer zuivere speeltijd te creëren wil Blankenstein ook het eeuwige gezeur bij het opstellen van de muur aanpakken. ,,Ik stel een tijdslimiet van tien seconden voor. Als de spelers dan nog niet op de gewenste negen meter en vijftien centimeter staan, geven we de vrije trap gewoon op de plaats waar ze zich op dat moment bevinden. Moet je eens kijken hoe snel die muur dan in beweging komt!''

Zulke progressieve denkbeelden hanteert Blankenstein niet in de gevoelige kwestie van de leeftijdsgrens voor scheidsrechters. Hoewel de KNVB onlangs in het gelijk werd gesteld in het kort geding dat onder anderen door Jaap Uilenberg en de belangenvereniging van de arbiters was aangespannen, staat de voetbalbond zelfs onder druk van de regering. Bij de Raad van State ligt een wetsvoorstel klaar dat discriminatie op grond van leeftijd verbiedt. En wie bepaalt dat Uilenberg te oud is om wedstrijden in het betaalde voetbal te fluiten, terwijl internationaal geen uniforme regels gelden? Blankenstein omzeilt de principiële discussie door te refereren aan reeds bestaande afspraken in de KNVB.

Twee keer kan een arbiter na zijn 47ste dispensatie krijgen – zoals bij Uilenberg is gebeurd – en daarna is zijn carrière voorbij. Blankenstein: ,,Wij zitten met die grens van 47 jaar al aan de hoge kant, want het is niet zo dat scheidsrechters in de Engelse Premier League tot hun 52ste mogen fluiten. De FIFA-grens van 45 jaar is niet willekeurig vastgesteld. Er is wel degelijk een diepgaand, medisch onderzoek verricht. Daarnaast bevordert de leeftijdsregel ook de doorstroming in het arbitrale korps. Dat wil niet zeggen dat we per se aan die grens willen vasthouden. Daar wordt bij de KNVB kritisch naar gekeken.''

Kritisch kijkt Blankenstein ook naar de verrichtingen van zijn eigen korps. Maar zolang de invoering van elektronische waarneming een illusie is, zien voetballers en coaches als Adriaanse weinig redenen ook zichzelf ter discussie te stellen. Blankenstein, lachend: ,,Arbiters moeten soms op hun lippen bijten om niet te zeggen wat zij vinden van het gedrag van spelers en trainers.''