Glaspaleis

,,We waren rond 1950 bevlogen van het idee Europa'', vertelde de Nederlandse oud-parlementarier jhr.mr. Marinus van der Goes van Naters (99) me in januari. ,,In 1952 stemde onze Tweede Kamer voor de vorming van één Europese legermacht. De Franse premier Mendès-France wilde daarmee nog tien jaar wachten. We zouden dan in 1962 zo'n leger gehad hebben, maar we waren woedend. Zo'n haast hadden we.''

In die idealistische jaren vlak na de oorlog bedachten de Franse staatslieden Jean Monnet en Robert Schuman het plan om de Franse en Duitse kolen- en staalproductie onder één gezag te brengen, een internationale autoriteit waarbij ook andere Europese landen zich konden aansluiten. Het was vooral een soort vredesplan. Maar het was ook de kiem waaruit anno 1999 het immense glazen Europaleis zou voortkomen, dat nu over het 19de-eeuwse Brusselse Luxemburgplein torent.

,,Monnet dacht niet in instituties, dat was zijn tekort', zei Van der Goes. ,,Hij zag bewegingen, veranderingen, en idealen. Hij voorzag niet die onbehoorlijke bureaucratie waarop het nu is uitgelopen.''

Voor het brandnieuwe Europese Parlement zie ik het schilferige stationnetje Leopoldwijk liggen, als een slachtkoe op de veemarkt. En ik weet zeker: het voorhof van dat glaspaleis wil verder, wil doorrollen, de stad in. En binnenkort zal ook dit stukje gewone-mensenstad door het nieuwe Europa zijn weggevaagd, net zoals de kaas van rauwe melk, het echte stokbrood en de gewone boer. De oude bruine wachtkamer, de snoepstal, de vriendelijke mevrouw met één tand, het wordt staal en glas.