Gergjev Festival uitgeluid met Zorro en Eroica

Na de desolate aanblik van een halflege zaal tijdens enige concerten in de afgelopen week, eindigde het vierde Rotterdam Philharmonic Gergiev Festival met een feestelijker toeloop op de twee laatste avondconcerten. Tijdens de Zesde Symfonie `Pathétique' van Tsjaikovski donderdagavond was de zaal voor ongeveer tachtig procent bezet, het slotconcert met de Derde Symfonie `Eroica' van Beethoven bleek gisteravond zelfs uitverkocht. Daardoor kon het Gergjev Festival zonder al te zure bijsmaak worden uitgeluid met een groots gemaskerd bal (met optredens van Hans Kazan en Zorro), en zal ook gemiddelde zaalbezetting op een minder dramatisch laag peil eindigen dan aanvankelijk dreigde.

Gergjev is chef-dirigent van zowel het Rotterdams Philharmonisch Orkest als de Kirov Opera, en beide orkesten bogen zich op de laatste twee concerten over romantisch symfonisch repertoire. Zo ontstond een helder beeld van de verschillen in klankcultuur en openbaarde zich ook de manier waarop Gergjev zijn musici van Oost en West benaderde.

De grootse Zesde Symfonie van Tsjaikovski door het Kirov Orkest werd voorafgegaan door een uitvoering van Skrjabins Prometheus, verrijkt met drie-dimensionale maar niettemin gedateerd ogende kleurvisualisaties van Peter Struycken. Beklijvend klonk evenmin de Suite uit de toneelmuziek bij Elektra van Diepenbrock, waarin te lage strijkersintonatie de bedoelde sferen vertroebelde.

De Slavische theatraliteit waar het orkest van de Kirov Opera ruimschoots over beschikt, kwam beter van pas in de Symfonie 'Pathétique'. Subtiel opgebouwde contrasten werden afgewisseld met verzadigde lyriek en rake klappen. Na het uitklinken van de laatste maat rekte Gergjev de stilte voor het slotapplaus tientallen seconden lang - een zindering die uitsluitend mogelijk is wanneer zij wordt afgedwongen na muziek van een zelfde intensiteit.

Met de Eroica van Beethoven legde het Rotterdams Philharmonisch Orkest de allerlaatste hand aan het festival. Gergjev ging de Rotterdammers voor in een robuuste, rauw uit één lijn gehouwen visie op Beethovens meesterwerk, vol gecontroleerde ruigheid en met prachtig uitgelichte tegenstemmen. De roffelende beginmaten van het Scherzo zou het Kirov Orkest niet zó virtuoos hebben kunnen verwezenlijken, maar in het treffen van warmbloedig drama was de Russische totaalklank verkiesbaar - hoe voorspelbaar ook. Gergjev kent de krachten en zwaktes van zijn beide orkesten, en wist deze met zekere hand in te zetten of te verduisteren in twee evenzeer gloedvolle uitvoeringen.

Concerten: Koor en Orkest van de Kirov Opera o.l.v. Valery Gergjev (Diepenbrock, Skrjabin en Tsjaikovski). Rotterdams Philharmonisch Orkest o.l.v. Gergjev. (Beethoven en Strauss). Gehoord: 23 en 24/9, De Doelen, Rotterdam.