Er zijn te weinig spuiters

De Centrale Commissie Behandeling Heroïne-verslaafden (CCBH) slaagt er niet in voldoende heroïne-spuiters te vinden voor het experiment met de gratis verstrekking van heroïne. De commissie heeft daarom het onderzoeksprotocol moeten aanpassen. Het experiment loopt bovendien vertraging op omdat buurtbewoners in de steden die meedoen aan het experiment hebben geprotesteerd tegen de komst van een heroïnepost. Alleen in Heerlen gaat er dit jaar nog een open. In Groningen, Utrecht en Den Haag zal dat pas volgend jaar zijn.

Alleen in Amsterdam en Rotterdam is het de commissie gelukt om voldoende spuiters voor het experiment te vinden. ,,In tegenstelling tot de rest van de wereld is spuiten in Nederland een zeldzame aangelegenheid geworden'', zegt voorzitter van de commissie W. van den Brink. Bij aanvang van het experiment ging de commissie er van uit dat veertig procent van de heroïneverslaafden rookt en zestig procent spuit. Nu blijkt volgens Van den Brink dat nog maar vijftien procent spuit, en 85 procent rookt. Dat heeft volgens Van den Brink verschillende oorzaken. ,,Zo is in Nederland de heroïne redelijk zuiver, wat een voorwaarde is voor effectief roken. Ook zijn spuiters afgeschrikt door aids. Verder heeft Nederland veel oude gebruikers, na vijftien tot twintig spuiten hebben zij moeite om nog geschikte aders te vinden. Zij zijn overgestapt op het roken.''

Het tekort aan spuiters heeft volgens Van den Brink geen grote gevolgen voor het experiment. ,,De primaire onderzoeksvraag blijft gehandhaafd: Wat is het resultaat van twaalf maanden verstrekking?'' De commissie zou medio 2001 haar bevindingen rapporteren; dat wordt door de vertragingen volgens Van den Brink nu een maand of drie later later.