De handschoenen van Pfaff

Jean-Marie heeft altijd hele grote handen gehad. Waarschijnlijk groeide hij daarom uit tot een van de beste keepers die de wereld in de jaren tachtig heeft gekend. Een man die zijn handen uit de mouwen stak en daarmee de ballen die op hem werden afgeschoten als appeltjes uit de lucht plukte. Soms balde hij zijn handen tot vuisten, waardoor hij de ballen ver van zich weg kon stompen. Jean-Marie Pfaff was zo'n stoere doelman van de oude stijl. Hij had eigenlijk niet als de keepers van vandaag handschoenen nodig om schoten te keren. Maar Jean-Marie vond dat hij met zijn tijd mee moest gaan. Dus schafte hij handschoenen aan en liet er zijn eigen naam op drukken. Met zijn eigen handschoenen over zijn grote handen werd Jean-Marie een nog betere keeper. Een nog betere dan hij al was. Bijna iedereen vond dat hij een van de beste keepers was, behalve zijn landgenoten uit België. Zij schaamden zich een beetje voor de manier waarop hij met zijn keeperstalenten koketteerde. Een keeper hoort bescheiden te zijn. Die roept niet voortdurend dat hij goed is. Zij begrepen niet dat Jean-Marie in werkelijkheid eenzaam was. Hij wist zich niet goed raad met de grootte van zijn handen. Hij had liever kleine handen gehad. Handen van een kind. Want eigenlijk wilde hij zijn hele leven een kind blijven. Een kind dat voortdurend tegen zijn moeder roept: `Kijk es mama, weer een bal gevangen.'

Aflevering 38 in de serie over helden van deze eeuw.