`De veiligste plek op aarde'

Het leven gaat door, zeiden mensen vanochtend in Londen. Maar velen gingen liever lopen naar hun werk.

Een paar mannen rennen op Paddington Station de trappen af naar de metro, maar bewakers houden hen tegen. Closed. De mannen – in pak, met aktetas – vragen niets en zeggen niets. Ze rennen terug naar boven, naar de bussen. Het is vijf voor zeven vanochtend, het verkeer in Londen komt weer langzaam op gang.

Op het bovendek van bus 205 naar King's Cross zit Terry Worrall, railway consultant. Hij woont in de buurt van Swindon, zegt hij, vijftig kilometer buiten Londen. Hij is om tien voor vijf opgestaan om vandaag op tijd op zijn werk te zijn. Tot Victoria Station ging alles goed zegt hij. Daarna begon het: metro's die niet rijden, ook al stond er op internet dat ze het wel weer zouden doen, gesloten stations.

Maar Terry Worrall vindt het niet erg. Hij werkt al dertig jaar bij het openbaar vervoer in Londen, zegt hij. Hij kent alle bus- en metrolijnen, alle overstapmogelijkheden. Hij vindt het spannend – hoe snel zal hij vandaag in Orchard Close zijn? Bij Euston Station wijst hij naar rechts, naar de hoek van Tavistock Square, waar de weg is afgesloten met plastic schermen. ,,Daar is gisteren die bus opgeblazen.''

Hij denkt niet dat er vandaag weer bommen zullen ontploffen. En hij denkt ook niet dat veel andere mensen daar in Londen nu bang voor zijn. ,,Vandaag is het hier de veiligste plek op aarde. Kijk om je heen: overal politie.'' Dat het zo rustig is in de bus komt volgens hem doordat veel mensen vandaag vrij hebben genomen. ,,Ze hebben gisteren uren door de regen moeten lopen om thuis te komen.'' Hoe voelt Terry Worrall zich na de aanslagen? Hij haalt zijn schouders op. ,,Sad, maar we zijn er nog, het leven gaat door.''

Om kwart voor acht is bus 205 bij King's Cross. Drie kwartier voor nog geen vier kilometer, maar volgens Terry Worrall toch sneller dan normaal. Bij King's Cross ontplofte gisteren om vier minuten voor negen de tweede bom. Alle ingangen naar de metro zijn afgesloten. Een man met een rugzak, die aarzelend rondkijkt, wordt meteen aangesproken door een bewaker. Are you ok?

Op Liverpool Street station, waar gisteren om negen voor negen de eerste bom ontplofte, zijn de ingangen wel open. Twee metrolijnen rijden weer. Brent Coulson, verkoopleider in een interieurwinkel, neemt de Central line naar Oxford Circus. Hij gaat zitten op een van de vele lege banken en doet zijn boek open, een boek van Annie Proulx. Het is half negen.

Is hij zonder zenuwen ingestapt? ,,Ik vind het doodeng'', zegt hij. ,,Ik dacht: zal ik gaan lopen? Het is maar twintig minuten. Toen dacht ik: wat doe ik dan morgen? En overmorgen?'' Drie kinderen heeft hij. Ze konden vannacht niet slapen. Ze hadden de hele avond televisie gekeken.

,,Vanochtend bij het ontbijt zeiden ze: papa je gaat toch niet met de metro vandaag? Ik zei: jawel, ik ga gewoon met de metro. Het is geen oorlog, zei ik. Jullie moeten er aan wennen dat dit kan gebeuren. Het leven gaat door.''

Op Oxford Circus loopt een jonge vrouw van de Central line naar de Baker Loo line. Maar als ze op het perron komt, draait ze zich om, en springt ze op de roltrap naar de uitgang. Ze kijkt op haar horloge, het is tien voor negen. Zoe McGown heet ze, ze werkt bij Marks & Spencer. Als ze boven is draait ze zich om en neemt de roltrap weer naar beneden.

,,Het is zo stom'', zegt ze. ,,Waarom zou er nu weer wat gebeuren? Ik ga gewoon met de metro.'' En dan loopt ze snel door.

Maar Scot Gray, die net de Regent's Street oversteekt moet er niet aan denken om nu met de metro te gaan. Hij loopt vandaag naar zijn werk, vier haltes, Waterloo – normaal zou hij er in vijf minuten zijn. En Cindy Phillips, receptioniste bij een bank, loopt vandaag ook.

Het zweet staat op haar voorhoofd. Ze is er niet aan gewend, zegt ze. Ze woont aan de andere kant van de Theems, ze is al bijna een uur onderweg. ,,Maar ik heb geen zin om thuis te blijven zitten. Mijn man zei wel: blijf thuis. Maar ik zei het leven moet doorgaan. En morgen durf ik wel weer met de metro. Of anders overmorgen.''

In Baker Loo line – tussen Edgware Road en Paddington station – staat de metro ineens stil. Er zitten zeven mensen in de wagon, ze kijken om zich heen. Wat gebeurt er? ,,Dit maken we wel vaker mee'', zegt een jongeman in zwart pak en wit overhemd. Het is tien over negen. ,,Kan wel wezen'', zegt een meisje met zwart haar. ,,Maar ik vind het niet leuk.'' Het duurt een minuut, en nog een minuut. Iedereen zwijgt en kijkt om zich heen. Dan begint de metro weer te rijden. Op Paddington station stappen alle passagiers uit en lopen snel naar de trappen, naar buiten.