Bedrieglijke rust heerst op hooggewaardeerd Damrak

Wat Steve Ballmer donderdag precies bewoog zal misschien altijd wel een raadsel blijven, maar de topman van Microsoft - zelf goed voor een fortuin aan aandelen in het bedrijf - noemde de waardering van technologie-aandelen `absurd'. Dat was schrikken: de Nasdaq-index dook met bijna 4 procent naar beneden, trok een toch al dalende Dow Jones bijna 2 procent met zich mee en veroorzaakte vrijdag een nare beursdag in Azië en Europa.

Gisteravond was Wall Street nog steeds niet bekomen van de schrik. De beurskoersen openden opniew driekwart procent lager.

Geldt Ballmers inschatting ook voor het Damrak? Daar moet de belegger constateren dat hij per saldo al bijna vijftien maanden lang niets is opgeschoten. Op 1 juli 1998 sloot de AEX-index op 554,31 punten. Gisteren kwam de AEX-index af op 554,33 punten. Maar de rust rond de AEX-index is slechts schijn. In de tussentijd heeft zich een geweldige revolutie voorgedaan.

Het monetaire klimaat waarin de Nederlandse aandelenbelegger opereert, is verbluffend gunstig geworden. Niet alleen is de dollar gestegen tot ruim 2,10 gulden. Ook de geldmarktrente van de centrale bank is gezakt van destijds 3 procent naar 2,5 procent. En wat sinds de jaren zeventig niet is vertoond: Nederland kent een negatieve reële rente. Het ECB-rentetarief van 2,5 procent dat ook voor Nederland geldt, was in augustus lager dan de inflatie van 2,6 procent. Intussen raast de economie voort met groeicijfers van tussen de 3 en 4 procent, en loopt de geldgroei flink uit de hand. 9,6 procent bedroeg de groei van de geldhoeveelheid in Nederland op jaarbasis in juli van dit jaar. En dat is meer dan helft hoger dan de geldgroei in het euro-gebied als geheel.

Waarom loopt het Damrak niet bellenblazend rond in deze bankiersversie van luilekkerland? Daar zijn twee redenen voor: de eerste is dat de bedrijfswinsten in de tussentijd niet hebben waargemaakt wat in de koersen besloten lag. De tweede reden is dat de obligatiemarkt het in de tussentijd beroerd heeft gedaan. De langlopende rente is fors gestegen, tot 5,3 procent. Als de rente op obligaties stijgt, moeten aandelen in koers terug om de relatieve waardering ten opzichte van obligaties op het zelfde peil te houden. Dat is niet gebeurd: het Damrak is gelijkgebleven. En dus is de waardering ten opzichte van obligaties sinds juli vorig jaar gestegen. Fors gestegen.

De maatstaf voor die relatieve waardering is de zogenoemde earnings/yield ratio. Het rendement op (in dit geval tienjaars-) obligaties wordt daarbij gedeeld door het winstrendement op aandelen. Dat winstrendement wordt berekend door de winst per aandeel te nemen als percentage van de koers van dat aandeel. De ratio, die in feite het directe rendement op aandelen vergelijkt met het rendement op obligaties, is een van Alan Greenspans favoriete maatstaven voor de waardering van aandelen op de beurs.

Gemiddeld genomen voor alle AEX-fondsen heeft de Nederlandse earnings/yield ratio de afgelopen weken een recordhoogte bereikt. Vergeleken bij deze maand was zelfs de campinghausse van de zomer van 1997 een speelkwartiertje.

De huidige waardering lijkt moeilijk vol te houden. Of de aandelenkoersen moeten naar beneden, óf de bedrijfwinsten moeten fors stijgen, óf de obligatiemarkt moet weer flink herstellen. Met de onderlinge toenadering van de aandelen- en obligatiemarkt is deze week een begin gemaakt. De AEX-index moest 3,2 procent terug, de rente op de obligatiemarkt daalde door koersstijgingen daar van 5,3 procent naar 5,14 procent. Maar dat is nog lang niet genoeg.

Al met al begint er wel erg veel af te hangen van de vraag of de Nieuwe Economie zijn belofte van eeuwige groei en lage inflatie waarmaakt. Samen met D66-voorman Thom de Graaff moeten beleggers daar maar hard op hopen.