Atlantis, maar dan met bergen

Mijn vader las op zijn vijftiende Dostojevski in het Frans. Ik geloof dat hij had gehoopt dat ik hem daarin zou volgen, maar ik kon het niet. Omdat het moest, zette ik me op mijn dertiende zuchtend aan Kontiki van Thor Heijerdal, maar ik miste ze: Marjoleintje van het pleintje, Kathinka van de huishoudschool, Pitty in de vierde.

`Meisjesboekenkind', hoonde vader.

Het is waar. Van de meeste literaire werken die ik, veel te jong om ze te kunnen begrijpen, heb gelezen herinner ik me niets. Maar dat de Opa van Heidi geitenmelk in een kom schonk met een stuk brood erbij en hoe Clara opstond uit haar rolstoel en weer kon lopen, doordat de frisse berglucht haar had genezen, dat weet ik nog precies.

Zondag zendt de AVRO in Close-up een documentaire uit over Heidi, de heldin uit het boek dat Johanna Spyri in 1880 schreef, het alpenmeisje dat zo beroemd werd, dat ze tot godin is verheven.

De documentaire opent met een lange rij Japanners die op weg is naar het foeilelijke beeldje dat voor Heidi is opgericht in de Alpen. De stem van de commentator legt uit: ,,Japanners zijn in de wereld op zoek naar geesten, aanwezigheden voor wie een monument of een tempel is opgericht. Daar laten ze zich fotograferen, zodat ze een blijvende herinnering hebben aan de bezielde plek.''

Heidi als heilige, zo had ik het nog niet bekeken, maar de makers van de documentaire laten zien hoe Heidi in de wereld wordt vereerd als symbool van zuiverheid en vergeet ook die berglucht niet.

Vooral Amerikanen zijn gek op Heidi. Ze is een kind van de natuur, ze is gezond, goedhartig en vrolijk, de erfzonde is aan haar voorbijgegaan. Ze is de verpersoonlijking van Zwitserland, een land dat ook niet echt bestaat in de ogen van Amerikanen. Ze hebben er nooit oorlog gevoerd, er staat geen Amerikaanse luchtmachtbasis. Zwitserland is een droom, Atlantis maar dan met bergen.

Er zijn verscheidene Heidifilms gemaakt, met steeds andere betoverende kleine meisjes. Denise Gilliand en Chantal Bernheim, de makers van deze documentaire, voeren ons mee langs de inmiddels volwassen Heidi's en andere vrouwen die naar het filmmeisje zijn genoemd. Langzamerhand ontdek je de reikwijdte van wat eens een eenvoudig kinderboek was. Dat de mensen aan twee delen niet genoeg zouden hebben was duidelijk. Charles Tritten schreef er op eigen houtje vijf bij, Heidi's toekomst, Heidi's kinderen, Heidi als grootmoeder; maar de echte vlucht kwam later: Heidi in de reclame voor Zwitserse chocola, Heidi als Tirolershow, Heidi in pornoland.

Maar de echte perversie hebben Gilliand en Bernheim tot het laatst bewaard: Heidi als middel om de toeristen naar Zwitserland te lokken. In Maienfeld, in Graubunden, het kanton waar Johanna Spyri's verhaal speelt, hebben ze de Heidiweg aangelegd, dat naar het Heidimuseum voert, waar de toeristen de oorspronkelijke Heidihut kunnen zien en Opa, Geitenpeter en Clara versteend in hun papier maché pose aan tafel zitten, achter de kom met melk en het stuk brood, dat wij allemaal nog zo goed kennen uit de overleveringen.

Heidi is een gedeponeerd merk geworden, een ware rage. Een reisagent heeft zich de naam `Heidiland' aangemeten en organiseert reizen naar de onbedorven berglucht, de roomblanke geiten en het oogverblindende uitzicht van de Zwitserse Alpen.

Maar het is nog niet genoeg. Wacht maar tot er een Disneyfilm van Heidi wordt gemaakt of een nieuwe speelfilm, belooft de reisorganisator van Heidiland. Hij wrijft zich vergenoegd in de handen. Hoog in de Alpen is de lucht zuiver, beneden staat de Zwitserse bank.

Close-up: De Legende van Heidi, zondag, Ned.1, 18.31-19.29u.

    • Yvonne Kroonenberg