Achter tralies

'Nooit heb ik me zelfs maar een moment onveilig gevoeld. Als je eenmaal in zo'n gevangenis bent, heb je niet het gevoel dat je tussen criminelen zit. Het zijn gewoon vrouwen.' Rebekka Engelhard fotografeerde het leven van vrouwen in gevangenschap. Omdat het verschil tussen mannen- en vrouwengevangenissen zo enorm is. 'In de mannengevangenis hing een grimmige sfeer, (...) in de vrouwengevangenis was ik op mijn gemak', schrijft ze in haar fotoboek 'Ommuurde Dromen'.

In 1992 maakte Engelhard als student aan de Haagse Kunstacademie haar eerste reportage in een gevangenis, in Tsjechië. Tot haar verrassing bleek het leven in de gevangenis 'heel openbaar, zichtbaar en controleerbaar' te zijn. 'Dat maakte me alleen maar nieuwsgieriger. Ik wilde méér weten, méér zien, méér fotograferen.' Tussen 1992 en 1998 bezocht ze veertien gevangenissen in Nederland, Rusland, de Verenigde Staten, Tsjechië, Senegal en Groot-Brittannië.

Om de benauwdheid aan den lijve te voelen bracht ze twee nachten door in een cel.

'Je voelt je beperkt en ook bespied.' Ze volgde het dagelijks leven van opstaan tot slapen gaan, meestal nauwlettend in de gaten gehouden door bewakers. Pas als die hun aandacht lieten verslappen, kon ze de vrouwen zonder toezicht fotograferen.

In elke gevangenis heerst een duidelijke machtsstructuur, schrijft Engelhard. 'De psychisch en fysiek sterkste vrouw is de baas. Er zijn uitbarstingen van geweld, enorme ruzies en hysterische huilbuien.' Maar tussen de uitbarstingen door is de sfeer ontspannen en gemoedelijk, en vinden de vrouwen steun en vriendschap bij elkaar.

Dat wilde ze vastleggen: het onderlinge contact, de omgang met hun kinderen, hoe de gedetineerden met foto's, frutsels en plantjes een huiselijke sfeer proberen te scheppen. Het meest trof haar in deze wereld zonder mannen de aandacht die de vrouwen aan zichzelf besteden. 'Ze tutten zich op, zijn dol op make-up. Ze vinden het belangrijk om mooi te zijn, om vrouw te zijn en vrouw te blijven.'

Toegang krijgen tot de gevangenissen was niet eenvoudig. Eindeloos telefoneren en brieven schrijven aan officiële instanties leidde zelden tot resultaat. Meestal kwam Engelhard binnen via connecties, bevriende fotografen. Soms had ze geluk. Zoals die keer in Baltimore toen de buschauffeur waarschuwde dat ze na de laatste halte nog minstens anderhalf uur moest lopen, waarna hij haar vervolgens zelf rechtstreeks naar de gevangenis reed. 'De directie zag me aankomen, als enige passagier in de bus, en daarmee was mijn entree in de gevangenis meteen geregeld.'

Het fotoboek 'Ommuurde Dromen' verschijnt in oktober. Rebekka Engelhard wilde daarvoor nog fotograferen in gevangenissen in Brazilië en Israel, maar kreeg daarvoor niet de tijd. Ze overleed, dertig jaar oud, op 27 mei van dit jaar.

Dakar, Senegal

1998

Elke dag eten, een bed, een dokter bij ziekte. Geen ruzies met echtgenoten, en de kleine kinderen bij hun moeder in de cel. Het enige wat ontbreekt in de twee kleine vrouwengevangenissen in Dakar is vrijheid. Door een gat in de muur kunnen de vrouwen communiceren met de buitenwereld. Ze zitten er voor diefstal, oplichting, prostitutie (zonder gezondheidsverklaring) of kindermoord. Ongehuwd moederschap is een schande in Senegal, en het doden van de pasgeboren baby is vaak de enige uitweg als de verwekker niet wil trouwen. De vrouwen blijven altijd ontkennen; 'het viel van de tafel, met het hoofdje op de grond.'

Askham Grange, Groot-Brittannië

1998

In het landhuis Askham Grange zijn geen tralies te vinden, iedere gedetineerde heeft de sleutel van haar eigen cel, en de bewakers zijn vooral maatschappelijk werkers. Veel gevangenen komen hier het laatste deel van hun straf uitzitten en alvast wennen aan de vrijheid van het gewone leven. Ze kunnen buitenshuis werken en studeren, en elke middag is er een Engelse thee. Maar het blijft een gevangenis: 's avonds moet iedereen zich weer melden en regelmatig zijn er controles met drugshonden.

Pardubice, Tsjechië

1992

De vier- tot achtpersoonskamers in de gevangenis van Pardubice gaan niet op slot.

De meeste bewoners zitten vast voor kleinere vergrijpen, die in Tsjechië zwaar worden bestraft. Amateuristisch aangebrachte tatoeages verwijzen naar geliefden in de buitenwereld. In de gevangenis kiezen de vrouwen vaak voor elkaar, de enige manier om een beetje warmte te voelen. Moeders moeten gedurende hun straftijd afstand doen van hun kinderen.

Tsjeljabinsk, Rusland

1996-1997

Opstaan, eten, ontspannen, bezoek aan de latrine: in Tsjeljabinsk is het leven van de ruim 2.000 gevangenen tot op de minuut geregeld. Veel vrouwen zitten er voor moord op hun drankzuchtige, agressieve echtgenoot. De vrouwen vervelen zich, werk is er nauwelijks. Er is één recreatiezaal met honderd stoelen en één televisie. Soms staan de gevangenen drie uur in de rij voor hun maal, een homp brood en een kom waterige soep. Moeders kunnen hun kinderen, die mogen blijven tot ze vier jaar zijn, bezoeken in een apart kinderverblijf. De kinderen hangen een paar uur per dag in looptuigjes.

Breda, Nederland

1994

De inrichting in Breda is bestemd voor kortgestraften. De vrouwen werken, volgen cursussen en ze kunnen tennissen of fitnessen. Tussen de bewaarders en de gevangenen is de sfeer ontspannen, ook onderling vinden de vrouwen steun en vriendschap bij elkaar. Soms wordt er samen gekookt: de Surinaamse en Antilliaanse vrouwen maken dan maaltijden die net zo smaken als thuis. Moeders mogen hun kinderen bij zich houden in de cel tot ze vier jaar zijn.

Jessup, Taconic en Bedford Hill in de staat New York

1994

De cellen van de gevangenissen in de staat New York zijn elektronisch beveiligd. Op ieder moment van de dag kunnen de cipiers door het ruitje in de deur kijken. Soms krijgt een gedetineerde een sticker opgeplakt die signalen uitzendt, zodat de bewaarder altijd weet waar ze is. De vrouwen worden regelmatig gefouilleerd. Privacy is er niet, intimiteiten tussen gevangenen zijn niet toegestaan. Het dagelijks leven is gericht op terugkeer in de maatschappij, en er wordt veel gesport.