8.000 JAAR OUDE, NOG BESPEELBARE FLUIT GEVONDEN IN CHINA

Bij opgravingen in China (Jiahu, Henan-provincie) zijn zes vrijwel complete benen fluiten van zeven- à negenduizend jaar oud gevonden (Nature, 23 september). Ten minste één fluit bleek nog bespeelbaar te zijn en deze is daarmee het oudste nog bespeelbare muziekinstrument met meer tonen. Bespeling van twee andere fluiten werd onmiddellijk gestopt toen deze instrumenten gevaarlijk begonnen te kraken.

De vondst werd gedaan bij de opgraving van een goed georganiseerd boerendorp uit een voor China uitzonderlijk vroege periode, kort na de invoering van de landbouw. Nog geen vijf procent van de site is opgegraven, maar er zijn al 45 huizen, 370 kelders, ruim 300 graven en duizenden voorwerpen gevonden. De betrokken Chinese en Amerikaanse onderzoekers vermoeden dat het hier gaat om een cultuur die voorafgegaan is aan of verwant is met de bekendere P'ei-li-kang-cultuur uit Noord-Henan (8.000-7.000 jaar geleden). Op grond van kenmerken van de ruim 400 Jiahu-skeletten die tot nu toe onderzocht zijn, concluderen de archeologen dat het om mensen van een Noord-Aziatisch-Mongoolse etniciteit gaat, oftewel directe voorgangers van de huidige Chinezen.

Sommige fluiten hebben zes gaten, maar de best bewaard gebleven en nu weer bespeelde fluit heeft zeven gaten, en een klein gaatje bij het zevende gat. Hij omvat ruim een octaaf. Uitgaande van de stemming A' = 440 Hz, blijken de gaten ongeveer te corresponderen met de tonen A''', Fis''', E''', D''' C''', B'', A''. De volledige fluitbuis (met alle gaten gesloten) geeft een toon van G'' à Fis''. Het kleine gaatje bij het zevende gat is waarschijnlijk geboord ter correctie van het gat dat zonder dat gaatje een te lage toon geeft (meer naar Gis toe in plaats van de toon A'' die het octaaf van het eerste gat vormt). Deze zorgvuldigheid wijst erop dat het bij het bespelen van de fluit waarschijnlijk niet ging om het voortbrengen van losse noten, maar om het spelen van melodieën, muziek dus. In hoeverre de gebruikte toonladders uit Jiahu corresponderen met de veel latere typisch Chinese zestoonsladder Qing Shan of de zeventoonsladder Xia Shi, kan pas na studie van de andere fluiten (en bespeling van exacte replica's daarvan) worden bepaald. Op de NRC Handelsblad-website (www.nrc.nl/Doc) zijn geluidsfragmenten te beluisteren van de stokoude fluit. De fluitist Taoying Xu speelt er onder meer een deel van het volksliedje Xiao Bai Cai (`de kleine Chinese kool') op. (Hendrik Spiering)