VN komen niet tot doorbraak in kwestie-Irak

De vijf permanente leden van de VN-Veiligheidsraad zijn er gisteren in New York niet in geslaagd een doorbraak te forceren in de kwestie-Irak. Ze konden het niet eens worden over de mate van verlichting van economische sancties tegen Irak en over de koppeling daaraan van nieuwe controles van massavernietigingswapen. De ministers van Buitenlandse Zaken van de Verenigde Staten, Rusland, China, Groot-Brittannië en Frankrijk gaven na hun overleg een verklaring uit waarin zij afspreken verder te werken om ,,resterende verschillen op te lossen''.

De Britse minister van Buitenlandse Zaken, Cook, sprak ondanks het uitblijven van een doorbraak van ,,constante vooruitgang'' na een week van intensief beraad op hoog niveau. De Britse VN-ambassadeur Greenstock zei dat de vijf permanente leden ,,millimeter na millimeter'' vooruitgingen. Volgens Amerikaanse en Britse regeringsfunctionarissen waren zij op verzet gestuit van Frankrijk, China en vooral Rusland.

De Britse regering hoopt nu dat de Veiligheidsraad volgende maand een resolutie over Irak kan aannemen. De VS en Groot-Brittannië dachten aanvankelijk dat dit deze maand al kon gebeuren. In het algemeen zijn de vijf permanente leden het eens over de noodzaak om de wapencontroles in Irak te hervatten, en om de levensomstandigheden van de 22 miljoen Iraakse burgers te verbeteren, die gebukt gaan onder de VN-sancties. Maar een geschilpunt blijft wat Bagdad precies moet doen voordat de V-raad de sancties versoepelt, die zijn opgelegd na de Iraakse invasie van Koeweit in 1990. Een ander geschilpunt is in welke mate de sancties moeten worden verlicht.

De vijf permanente leden werken al negen maanden aan een nieuw Irak-beleid. Sinds de Amerikaans-Britse luchtaanvallen van vorig jaar december op Bagdad, gelanceerd na nieuwe Iraakse tegenwerking van de VN-wapeninspecteurs, zijn er geen VN-wapeninspecties meer in Irak geweest. Irak weigerde elke verdere medewerking, waarop de inspecteurs van UNSCOM het land verlieten.

China, Frankrijk en Rusland, de nauwste bondgenoot van Irak in de Veiligheidsraad, hebben nadien een ontwerpresolutie ingediend, die uitgaat van schorsing van alle sancties als Irak meewerkt met een nieuw wapeninspectieteam, als opvolger van UNSCOM. Groot-Brittannië en Nederland hebben een andere resolutie ingediend, met steun van de VS, die alleen het olie-embargo tegen Irak opheft als het belangrijke vragen over zijn wapensprogramma beantwoordt.

Londen en Washington hebben de afgelopen dagen aangegeven dat ze verder willen gaan en ook sancties op civiele importen willen opschorten als Rusland, Frankrijk en China accepteren dat Irak eerst een paar maanden meewerkt met een nieuw wapencontrolesysteem. Volgens Amerikaanse functionarissen raakt Rusland langzaam geïsoleerd, en zijn de meningsverschillen met Frankrijk verkleind.

De Iraakse minister van Buitenlandse Zaken, Saeed al-Sahhaf, herhaalde afgelopen woensdag dat ,,er geen vooruitgang zal zijn zonder opheffing van sancties''. Bagdad had tot dan toe al maanden een onvoorwaardelijk einde aan de sancties geëist. Maar de Iraakse vice-premier, Aziz, suggereerde een dag later dat verlichting van sancties alleen ook een mogelijkheid is, als meer niet haalbaar is. ,,Wat wij nodig hebben, is een serieuze verlichting van sancties of een volledige opheffing van sancties'', zei Aziz.