Utrechts festival verdrinkt in enorme hoeveelheid prijzen

De na afloop van de 19de editie aantredende nieuwe directeur van het Nederlands Filmfestival, Michiel Berkel, krijgt een hele klus aan het ordenen van de warrige erfenis van zijn voorganger Jacques van Heijningen. Zelfs voor de professionele festivalbezoeker is het soms heel ingewikkeld de stroom aan informatie over prijzen, nominaties en jury's te volgen. Elke dag worden er andere prijzen uitgedeeld, in de hoop dat het nieuws daarover steeds opnieuw tot publiciteit leidt. Alleen de eerste dag gaat het slechts om nominaties, voor prijzen in alle categorieën behalve de lange speelfilm. De jury onder voorzitterschap van Ad 's-Gravesande berispte de directie gisteren voor de overdaad aan films die zij moest beoordelen, en vroeg om een strengere voorselectie. Maar ook zegt zij dat sommige films ten onrechte niet aan haar zijn voorgelegd. Zo zegt de jury dat er slechts twee van de zes zogeheten telefilms aan de competitie deel bleken te nemen, Maten van Pieter Verhoeff en Suzy Q van Martin Koolhoven. Laatstgenoemde titel kreeg drie nominaties, voor beste tv-drama, acteur Jack Wouterse en actrice Carice van Houten. Volgens de festivalcatalogus doen alle zes mee aan de competitie, maar programmeur Herman de Wit geeft desgevraagd toe dat de catalogus niet helemaal klopt.

Op de eerste dag werden nominaties bekendgemaakt voor korte films en televisiedrama's die nog geen enkele festivalbezoeker heeft kunnen zien, zoals Gerrard Verhage's Dichter op de Zeedijk, naast Kees Vlaanderens al eerder dit jaar uitgezonden verfilming van Jan Wolkers' novelle Wet op het kleinbedrijf en Suzy Q. De korte films die genomineerd werden zijn Jazzimation (Oerd van Cuijlenborg), Metro (Eric Steegstra) en Moët et Chandon (Marc de Cloe). Een dag eerder won Suzy Q de Filmprijs van de Stad Utrecht, een aanmoedigingsprijs die zich onderscheidt doordat de aparte jury uitsluitend uit inwoners van de stad Utrecht bestaat.

Maar het wel degelijk nationale, zo niet internationale ambities koesterende festival kent nog mysterieuzer prijzen, zoals de Boy Trip Award/Eadweard Muybridge Award. Die heeft (of hebben, het is onduidelijk of het een of twee prijzen betreft) iets met wetenschappelijke films te maken, en er werden zeven televisieprogramma's voor genomineerd.

Te midden van al deze glamour straalde de ster van de Oostenrijkse acteur Helmut Berger uit de openingsfilm Unter den Palmen gisteren naar zijn eigen smaak iets te bleek. Hij nam wraak in de dagelijkse talkshow van interviewer Philip Freriks, door deze te verwijten dat hij zijn naam verkeerd uitsprak (`ik ben geen hamburger').

Het festival dat meer prijzen telt dan enig ander Nederlands cultureel evenement zal in de toekomst toch echt eens een keuze moeten maken. Wil het een sterrenfestijn worden, met een Walk of Fame, drie verschillende publieksprijzen (van een biermerk, een automerk en van de publieke omroep) of een conventie voor het film- en televisiebedrijf, waar tegen middernacht een publiek van betrokkenen ademloos wacht op de bekendmaking van achtentwintig prijsnominaties van vier vakjury's? Ik zou voor het laatste kiezen, en voor de bekendmaking advertentieruimte kopen in de landelijke dagbladen.

    • Hans Beerekamp