Politiek correct vertellersvernuft

Hoeveel moraal kan een verhaal verdragen? Ik had nooit gedacht deze vraag nog eens te moeten stellen naar aanleiding van een verhaal van Maarten Asscher. In zijn bundel Strindbergs dood (1995) en zijn novelle Julia en het balkon (1997) presenteerde hij zich als een elegant en vernuftig verteller, een maker van literaire raadsels waarin de verbeelding op speelse wijze het onwaarschijnlijke een moment werkelijkheid laat worden – zonder dat daarbij van morele bekommernis veel te bespeuren viel.

In zijn nieuwe novelle De verstekeling is dat anders. Vernuftig en elegant schrijft Asscher nog steeds. Zijn novelle, verteld in veertien korte hoofdstukjes die elk voorzien zijn van een rijmende titel, wijkt op het eerste gezicht nauwelijks af van zijn voorgangers. Opnieuw heeft Asscher, met toeval, misverstand, astrologie en liefde als de belangrijkste ingrediënten, een literair raadsel geconstrueerd. Maar vraag je je af wat het betekent, dan springt de morele boodschap in het oog.

Het raadsel dient zich aan als een noodlottige persoonsverwisseling. In de wc's van Schiphol wordt de 29-jarige computerspecialist David Melba neergeslagen door de even oude illegale Marokkaan Moustafa Chalaf. Beiden lijken als twee druppels water op elkaar en gedurende een week nemen ze elkaars plaats in. Moustafa gaat per vliegtuig naar een zonnig eiland ten noorden van Sicilië; David wordt, weer bij kennis gekomen, in de boeien geslagen door de luchthavenpolitie en mag aan den lijve ondervinden wat het betekent in Nederland een illegale buitenlander te zijn. Beschuldigd van diefstal en poging tot aanranding, ook dat nog.

Het valt uiteraard niet mee. De politie negeert zijn – door de verwarring zwakke – protesten, de advocaat aan wie hij na een paar dagen zijn verhaal kan vertellen blijkt een formalist te zijn, die tijdens zijn rechtenstudie wel heeft geleerd hoe je moet denken, maar niet wat, met als gevolg dat adequate actie achterwege blijft. Ziedaar in een notendop het probleem van een rechtsstaat die er niet in slaagt zijn wetten en regels met medemenselijkheid (of zoals het in deze novelle onomwonden wordt genoemd: liefde) te bezielen.

David komt onschuldig in de hel terecht, Moustafa schuldig in het paradijs. Maar schuld en onschuld zijn hier relatieve begrippen. Moustafa's schuld verdampt in het licht van zijn treurige levensverhaal, dat hij per fax naar Davids lege appartement verstuurt. En is David echt zo onschuldig? Formeel gezien wel, in morele zin niet. Want ook hem ontbreekt het aan liefde, zoals blijkt uit zijn weifelmoedige houding jegens de stewardess Jetta Bordein met wie hij vlak voor zijn vertrek naar Schiphol het bed heeft gedeeld.

In De verstekeling doet Asscher wederom een krachtig beroep op de verbeelding om het onwaarschijnlijke een moment werkelijkheid te laten worden. Maar ditmaal is dat vooral de verbeelding van de lezer, die zich de nodige moeite moet getroosten om te kunnen geloven in de persoonsverwisseling en de daaruit voor David voortvloeiende metamorfose. Want de verwijzing naar het gelijknamige verhaal van Kafka (de in de wc liggende David wordt vergeleken met `een kever') en de toespelingen op Einstein en diens relativiteitstheorie zijn nauwelijks toereikend om de vereiste `suspension of disbelief' af te dwingen.

Aan dezelfde Einstein (van wie we in het vliegtuig een glimp mogen opvangen, gezeten naast Moustafa als een `oude man met wit uitstaand haar die eruit zag als een professor') is het motto bij de novelle ontleend: `A person first starts to live, when he can live outside himself'. En wanneer kan iemand dat? Wanneer hij in staat is lief te hebben, zoals de ontknoping op ogenschijnlijk raadselachtige wijze demonstreert.

Ogenschijnlijk, want het raadsel dat Asscher in het laatste hoofdstukje opgeeft, laat zich vrij eenvoudig oplossen. De novelle eindigt met het huwelijk van Jetta met – ja met wie eigenlijk? Met David? Met Moustafa? In het vliegtuig heeft zij de een voor de ander aangezien en op grond van haar onwankelbaar geloof in de horoscoop besluit zij dat David toch de ware voor haar is. Maar met wie zij daadwerkelijk trouwt, blijft in het midden. Om formele redenen kan dat niettemin alleen Moustafa zijn. De politie heeft haar vergissing tenslotte ingezien: David wordt in vrijheid gesteld en Moustafa wordt bij terugkeer van zijn verblijf in het `paradijs' gearresteerd. Toch lezen we dat hun advocaat erin is geslaagd beiden vrij te krijgen, en dat kan alleen wanneer Moustafa's illegaliteit door een aanstaand huwelijk zou worden opgeheven. David moet zo liefdevol zijn geweest om zíjn plaats naast Jetta af te staan aan zijn Marokkaanse dubbelganger.

David heeft inderdaad geleerd om `buiten zichzelf' te leven. De persoonsverwisseling heeft een ander mens van hem gemaakt. Dat is heel mooi, zij het eerder in moreel dan in literair opzicht. Asscher heeft zijn morele en politiek zeer correcte boodschap slim vermomd als een literair raadsel. Maar heb je dat raadsel opgelost, dan rest slechts de – op zichzelf triviale – boodschap en kun je het verhaal als een overbodig geworden verpakking weggooien. Daar zijn verhalen, zeker als ze met zoveel stilistische zorg worden verteld, toch niet voor bedoeld.

Maarten Asscher: De verstekeling. Meulenhoff, 102 blz. ƒ24,90

    • Arnold Heumakers