Optimisme

Op het Kabelcongres in de Amsterdamse RAI mocht ik een paar bijeenkomsten leiden en ook woonde ik een aantal presentaties bij van bedrijven als KPN, Microsoft en CNN. Zo kun je tegenwoordig via een beeldschermpje op je mobiele telefoontje het laatste CNN-nieuws zien, gepresenteerd in een soort videoclips van twintig, dertig seconden. Een aardbeving in Taiwan heeft nog geen huis omvergeworpen of je kunt de beelden al aanknippen, compleet met het donderend geluid van instortend beton. Of zoiets mijn leven vooruit helpt weet ik niet, maar indrukwekkend was het wel. Verder leerde ik veel over de kabelmodems en satelliettechnologieën, over breedband en digitale ether, maar vooral ook over het nieuwste toverwoord: e-commerce. Dat is de handel die zich afspeelt via het Internet. Volgens Roel Pieper, die bij Philips nog even de kroonprins van Cor Boonstra is geweest, kan elk bedrijf dat niet meedoet zichzelf net zo goed opheffen.

Het was allemaal erg verhelderend, maar wat mij het meeste opviel was het grenzeloos optimisme dat heerste. Overal zinderde het van de nieuwe ontwikkelingen die superinvesteringen vragen. Op een miljardje meer of minder werd niet gekeken, want stel je voor dat wij de afslag naar de toekomst zouden missen. Wij kregen de schitterendste toekomstbeelden voorgehouden met groeicijfers van meer dan duizenden procenten. De heerlijkheden van het Internet houden iedereen in de greep en voor veel mensen is het de grootste revolutie die zij in hun leven hebben meegemaakt.

Normaal gesproken staat bij elke nieuwe technologie een onheilsprofeet op om op de gevaren te wijzen. De Paul Rosenmöller van de vorige eeuw voorspelde dat de mens zou bezwijken onder de hoge snelheden van de stoomtrein, maar in de nieuwe RAI heb ik dat soort sombere geluiden nergens gehoord.

Er is nog een andere ontwikkeling die mij als onafwendbaar treft en die ik misschien het best kan illustreren aan de hand van het berichtje dat de gemeente Haarlem het kabelnet voor 150 miljoen heeft verkocht aan UCP. De kabelleverancier betaalt 2300 gulden per kabelaansluiting en dat is volgens de Volkskrant het hoogste bedrag dat ooit in Nederland daarvoor is betaald. Zo'n investering moet natuurlijk worden terugverdiend en degenen die daarvoor moeten zorgen zijn natuurlijk diezelfde burgers voor wie de gemeente die 2300 gulden heeft gevangen.

Daar zit iets paradoxaals in, want je kunt dat kabelnet ook bijna voor niets weggeven, zodat jouw burgers die kabeldiensten zo goedkoop mogelijk geleverd krijgen. Het kan zijn dat ik het helemaal verkeerd zie, maar naar mijn gevoel is de verkoop van de gemeente Haarlem praktisch een eindpunt van een ontwikkeling die al lang aan de gang is. Toen men pas begon met de bekabeling van Nederland werd de exploitatie beschouwd als een nutsbedrijf, zoals de waterleiding en de elektriciteitsvoorziening. De laatste decennia zijn die nutsbedrijven één voor één opgeheven, ook met instemming van partijen waarvan je het, gezien hun sociale verleden, niet onmiddellijk zou verwachten. Steeds vaker trekt de overheid zich terug uit wat ik nu maar even de markt van het algemeen belang noem. Sterker nog: de overheid is ook een handelende partij geworden die niet alleen meer deals afsluit voor de publieke zaak, maar voornamelijk ook voor zichzelf. In dat klimaat is het niet vreemd dat provincies risicovol beleggen en dat de Amsterdamse politie in een juichstemming verkeert wanneer het rendement van de liggende gelden tot boven de tien procent is gestegen. Ik kan dat niet anders zien dan als een mentaal eindpunt, dat vreemd genoeg in Nederland tot stand is gekomen onder een regering met sociaal-democraten.

Ik bedoel dit: toen ik als jongetje van zes naar de lagere school ging, bezaten de Nederlandse huishoudens nog geen televisie. Nu heeft mijn dochter op haar kamer een eigen toestel met 25 netten en dat is nog maar een schijntje van het aantal dat technisch mogelijk te ontvangen is. Mijn dochter kan zich nauwelijks voorstellen dat er ooit een televisieloos tijdperk is geweest. Zal ik haar nog kunnen uitleggen hoe de sociaal-democratie is begonnen met een eigen krantje, dat door partijgenoten huis aan huis werd rondgebracht?