Op naar de Ponte Vecchio in Venetië

Het idee is niet nieuw: een bus als symbool van de samenleving en de passagiers die een soort dwarsdoorsnede van de bevolking vormen. Meestal gebeurt er dan een ramp met die bus en krijgt ieder in het verhaal ruimschoots de gelegenheid daar op zijn eigen manier op te reageren. Het reisgezelschap van de Tsjechische schrijver Michal Viewegh is een variatie op dit bijna klassieke thema. Maar Viewegh zou geen postmoderne Tsjechische schrijver zijn als hij daar niet een geheel eigen invulling aan zou geven.

De bus is een moderne touringcar die een gemêleerd gezelschap van Praag naar Italië rijdt voor een tiendaagse vakantie. Hij wordt bevolkt door onder andere twee bejaarde dames, een nogal plat echtpaar met kinderen, een dertigjarige vrouw die haar middelbare ouders op een reisje heeft getrakteerd, een jong parlementslid met vrouw en zoon, twee jonge homo's, twee studentes, een Oekraïense gastarbeider, de chauffeurs, de jonge reisleidster en Max, de schrijver. De gemêleerdheid is voor een Nederlandse lezer een beetje onwaarschijnlijk, bij ons zijn busgezelschappen meestal nogal eenzijdig van samenstelling, alleen bejaarden, of alleen jongeren of alleen platte volkstypes of alleen parlementsleden, maar misschien is dat in het Oosten nog anders.

Anders dan in het genre gebruikelijk laat Viewegh dit gezelschap geen rampen overkomen. De bus rijdt zonder ongevallen naar een Italiaanse badplaats en brengt het gezelschap ook weer thuis zonder dat er iemand dood gaat of zoek raakt. Het reisgezelschap is het relaas van de relaties tussen de passagiers, van de bestaande relaties tussen echtelieden, ouders en kinderen of vrienden en vriendinnen, en natuurlijk van de relaties die er tijdens de reis ontstaan, want bijna niemand is gelukkig met wat hij heeft, bijna iedereen wil iets anders. Het parlementslid Hynek, reeds lang uitgekeken op zijn uitdijende echtgenote, begint een verhouding met een van de studentes, wat weer de jaloezie opwekt van de andere studente die dit smakelijke brok eigenlijk voor zichzelf had bestemd. De alleraardigste dertigjarige Jolana loopt achter de schrijver aan, droomt van ontuchtige handelingen met het elfjarige zoontje van Hynek en komt tenslotte terecht in het bed van de Oekraïener. De twee bejaarde dames laten zich naar Venetië rijden omdat een van hen haar overleden man daar op de Rialto-brug heeft ontmoet, tot het haar te binnen schiet dat het niet de Rialto-brug was, maar de Ponte Vecchio, waarna het langzaam bij hen begint te dagen dat deze zich niet in Venetië, maar in Florence bevindt. En dan is er natuurlijk de schrijver, Max, die zo gebiologeerd is door de D-cup van de tuttige, maar knappe reisleidster Pamela, dat de avances van de veel intelligentere Jolana en de andere studente nauwelijks tot hem doordringen.

Viewegh heeft een goed oog voor de kleine ongemakken die de pret van seksuele escapades kunnen vergallen. En zelden is de tristitia post coitum fraaier beschreven dan in de scène waar Max het eindelijk met zijn Pamela mag doen, 's nachts op het strand. Als de lusten zijn bevredigd blijft nog slechts de nachtelijke kilte, het zout in zijn ogen en het zand over.

Het reisgezelschap is een geestige en vlot geschreven zedenschildering van het moderne toerisme en het postcommunistische Tsjechië. Soms speelt die vlotheid de auteur wel eens parten en vervalt hij in te gemakkelijke humor, zoals bij de flauwe running gag van de zeurende chauffeurs, of wanneer hij iemand bij het zien van de zeer gedecolleteerde reisleidster laat denken: `dat is geen decolleté maar de etalage van een slagerswinkel.' Viewegh moet het duidelijk niet hebben van de scherpte van zijn formuleringen, maar van het lichte absurdisme van een overigens sec beschreven situatie.

Dit boek heeft echter nog een andere kant. Max is niet zo maar schrijver, hij is de schrijver die dit boek schrijft, die figuren en gebeurtenissen zonodig naar zijn hand zet, of probeert te zetten, want de stof, de werkelijkheid is weerbarstig. Wanneer hij verneemt dat er behalve de passagiers die in Praag zijn ingestapt er ook nog dertien mensen in een andere stad moeten worden opgehaald, grijpt hij in. Zoveel personen kan hij in zijn boek niet kwijt, er wordt besloten om die extra passagiers te laten staan. De werkelijkheid moet zich maar aan de literatuur aanpassen. Het aardige is dat dit elders vaak op problemen stuit. Het reisgezelschap wil een illustratie zijn van de moeizame relatie tussen literatuur en werkelijkheid. Nu eens is de literatuur de werkelijkheid de baas, maar nog veel vaker is het omgekeerde het geval. Er is een ouder stel waarop hij geen greep kan krijgen en die slechts spreken in citaten uit literairwetenschappelijke verhandelingen of uit het oeuvre van Kundera, maar ook zijn eigen onbedwingbare geilheid voor de reisleidster onttrekt zich aan zijn literaire controle. En op de terugreis bedenkt hij dat hij verzuimd heeft een van de oude dames dood te laten gaan. Literair gezien zou dat drama hebben toegevoegd, maar het is nu eenmaal niet zo gebeurd.

Zolang Viewegh zijn literair wetenschappelijke uitstapjes binnen de perken houdt – en dat is gelukkig het grootste deel van het boek het geval – geven zij een amusante extra dimensie aan zijn boek. Zonder dat het boek nadrukkelijk postmodern is, wordt de lezer toch terloops gewezen op het fictieve karakter van elke beschrijving van de werkelijkheid. Waar deze filosofieën een te grote plaats gaan innemen, ontaarden ze soms in het berijden van Tsjechische stokpaardjes en polemieken met Tsjechische critici die voor de Nederlandse lezer niet zo interessant zijn.

Laat dit echter voor niemand een reden zijn dit boek niet te lezen. Dit bezwaar betreft slechts enkele passages en het boek is zo opgezet dat de lezer gemakkelijk passages kan overslaan die hem niet aanstaan zonder de draad van het geheel kwijt te raken. Over het geheel is Het reisgezelschap namelijk een perfect nazomerboek, geestig en afwisselend geschreven, licht verteerbaar maar bepaald niet oppervlakkig.

Michal Viewegh: Het reisgezelschap. Uit het Tsjechisch vertaald door Edgar de Bruin. Wereldbibliotheek, 350 blz. ƒ39,50