Nervositeit op beurzen stijgt

De nervositeit op de aandelenbeurzen stijgt. Als de hogere koersen en de forse economische groei in de VS elkaar hebben versterkt, geldt dat dan ook als de economie daar gas moet terugnemen?

Wie bepaalt of de Amerikaanse economie na ruim zeven jaar onafgebroken, steeds snellere expansie een zachte of harde landing maakt: Alan Greenspan, chef van de Amerikaanse centrale banken, of de beleggers?

Het Internationale Monetaire Fonds wees er deze week op dat het herstel van de wereldeconomie sterk afhangt van de VS. De timing en diepte van een terugval van de Amerikaanse economie is cruciaal. Mochten de VS gas terugnemen, dan moeten Europa en Japan ver genoeg zijn met hun herstel om niet te worden meegesleept.

Het IMF volgde deze week in zijn World Economic Outlook de wetten van de economische logica door niet zozeer te voorspellen dat VS tempo zullen moeten minderen, maar door simpelweg op de noodzaak daarvan te wijzen. Want er lijkt iets grondig mis met de financiering van het Amerikaanse Wonder. Die financiering gebeurde namelijk met geld dat niet van de Amerikanen zelf is. De publieke sector, de overheid, heeft zijn financieringstekort weliswaar zien verdwijnen en omslaan in een begrotingsoverschot, maar Amerikaanse huishoudens geven al jaren meer geld uit dan ze verdienen. Inclusief bedrijfsleven heeft de private sector een financieringstekort opgebouwd dat de 5 procent van het bruto binnenlands product nadert. Het buitenland zuivert het verschil tussen het lichte overschot van de overheid en het gapende tekort van de private sector aan. Het tekort op de Amerikaanse betalingsbalans stijgt dit jaar vermoedelijk tot 4 procent van het bbp.

Dat bedrag is, zeker voor de reusachtige economie van de VS, onhoudbaar hoog. De enige manier om de verhoudingen gezonder te maken is dat de binnenlandse consumptie sterk vermindert. Zo loopt het handelstekort terug, wordt meer gespaard (of, in Amerikaanse termen, minder ontspaard) en kan het financiële beroep van de VS op het buitenland afnemen.

Maar waarom zijn de Amerikanen zo excessief gaan spenderen? De verklaring daarvoor wordt gezocht in het `vermogenseffect': door de enorme koersstijgingen op Wall Street is de papieren rijkdom van consumenten fors toegenomen. Dat heeft hen ertoe gebracht zich zo diep in de schulden te steken. Er is een gedachtenschool die concludeert dat de beurskoersen, die de overconsumptie hebben veroorzaakt, logischerwijs zullen moeten dalen om die overconsumptie af te remmen. Hoewel het IMF het niet expliciet schrijft, lijken de economen van het Fonds tot die school te behoren.

Mocht deze lezing juist zijn, dan is de vraag gerechtvaardigd waarom de aandelenkoersen zo excessief hebben mogen stijgen, om vervolgens te móeten corrigeren. En of Alan Greenspan, de president van de Amerikaanse centrale banken, met zijn soepele monetaire politiek zelf straks in de beklaagdenbank komt. Het IMF besteedt uitgebreid aandacht aan de oorzaak van de enorme koersstijging op Wall Street. Het concludeert dat langdurig lage inflatie logischerwijs gepaard gaat met een hogere waardering van aandelen. De gemiddelde koers-winstverhouding op Wall Street, een belangrijke waarderingsmaatstaf, bewoog zich deze zomer op een absolute recordhoogte.

De inflatie in de VS is, in verhouding met het tempo van de langdurige economische groei, verrassend laag gebleven. En dat heeft Greenspan ervan weerhouden om de rente te verhogen. Daarmee liet hij excessieve groei van de geldhoeveelheid (nu 8 procent op jaarbasis) toe. Een fors deel van dat geld heeft wellicht de koersen extra opgeblazen.

Het IMF kauwt in een bijzin op een omgekeerde verklaring. Heeft het feit dat de stijging van de geldgroei vrijwel volledig naar de beurzen is gegaan ertoe bijgedragen dat de inflatie van goederen en diensten zo laag is gebleven? Dit zou wijzen op een kolossale beoordelingsfout van Greenspan. Dat de inflatiedruk in de VS juist jarenlang is gemaskeerd door stijgende beurskoersen, is een gedachte die even prikkelend als verontrustend is. Wie doorredeneert komt zo vanzelf op een ideaal klimaat voor een klassieke zeepbel. En tot de bijbehorende harde landing, wanneer de inflatie stijgt als de beurs inzakt.

    • Maarten Schinkel