Iris

De zomer dooft langzaam uit. De wegen zijn nog warm, de bomen zwaar van het groen, maar iedere ochtend liggen er meer noten en bruine bladeren in het gras.

Onderweg beland ik op een kleine paardenmarkt. Overal jagen karren met tweespannen in het rond, showend wat ze kunnen, met daarachter vaak nog een paar veulens. Even verderop worden worsten en gebakken vissen verkocht, en onderbroeken en goedkope horloges en haarspelden voor de vrouw. Een dronken man staat twee magere paarden te slaan, totdat ze de kar door de remmen trekken. De wielen schuiven over het gras, op de paardenflanken springen bloedspoortjes op.

Ik neem een liftster mee, Iris, een kleine vrouw met levendige ogen. Ze was vroeger ingenieur, vertelt ze, maar haar staatsbedrijf ging op de fles, haar man stierf en nu werkt ze in een paardenstal. ,,Het zijn goede wezens, paarden'', zegt ze. ,,Ze troosten je.'' Iris hoorde bij degenen die op 19 augustus 1989 meededen aan de `Pan-Europese Picknick', een bizarre manifestatie aan de grens, waar voor het eerst Hongaren, Oostenrijkers en Oost-Duitsers door het IJzeren Gordijn braken. ,,Het was niet meer dan een houten deur met een schuif, we hadden hem zo open. De grenswachten beseften goddank dat die menigte niet te houden was.''

We proberen de plek terug te vinden, in de glooiende velden achter Sopron. Er staat nu een klein monument en een onbemand slagboompje, voor fietsers en landbouwverkeer. ,,We dachten toen: nu komt alles goed.'' Het is de eerste keer sinds 1989 dat ze hier terug is, ze is wat weemoedig, over haar leven, over de onbarmhartigheid van het lot.

    • Geert Mak