In Wit-Rusland verdwijnt de oppositie - letterlijk

In Wit-Rusland kampt de oppositie allang met tegenwerking van de kant van het regime. Sinds kort is een nieuwe trend te zien: leiders van de oppositie verdwijnen spoorloos.

Waar is de vroegere voorzitter van de Nationale Bank van Wit-Rusland? Waar bevindt zich de vroegere Wit-Russische minister van Binnenlandse Zaken? Waar is de voorzitter van de onofficiële nationale kiescommissie? In Westerse hoofdsteden vraagt men zich af waar de meest prominente leden van de oppositie in Wit-Rusland blijven – Polen, de VS en de EU hebben inmiddels opheldering gevraagd. De oppositie in Wit-Rusland verdwijnt, letterlijk: het ene kopstuk na het andere.

Van sommige opposanten is de verblijfplaats bekend. Michail Tsjigir, premier tot hij eind 1996 aftrad uit protest tegen het autoritaire optreden van president Aleksandr Loekasjenko, zit in de gevangenis: hij werd in april opgepakt, op de beschuldiging één miljoen dollar te hebben verduisterd.

Ook waar de voorzitter van de Schrijversbond van Wit-Rusland, Vladzimir Njakljajev, is, is bekend: hij vluchtte eerder dit jaar naar Polen omdat hij bang was voor zijn veiligheid. Dat was ook Semjon Sjaretski, de voorzitter van het parlement dat eind 1996 door Loekasjenko werd ontbonden omdat het hem te kritisch was. Ook hij vluchtte dit jaar. De leider van het oppositionele Volksfront, Zenon Pasnjak, had al eerder de wijk genomen naar de VS.

Ballingschap of de gevangenis – dat leek de keus voor leiders van de oppositie in Wit-Rusland. Maar de verdwijning van drie van hen op rij heeft dit jaar aan die twee `bestemmingen' een derde, onbekende, toegevoegd.

Op 8 april verdween Tamara Vinnikova, ex-presidente van de Nationale Bank. Dat was vreemd, want Vinnikova stond toen al anderhalf jaar onder huisarrest, bewaakt door de politie. Na de verdwijning werd gezegd dat Vinnikova was `ontsnapt'. Maar ze is sinds 8 april nooit meer opgedoken.

Op 7 mei verdween Joeri Zacharenko, generaal en oud-minister van Binnenlandse Zaken, in 1996 door Loekasjenko ontslagen toen hij een onafhankelijke politievakbond wilde oprichten. Hij bezocht op die dag een vriend en belde `s avonds zijn vrouw op om aan te kondigen dat hij naar huis kwam. Maar daar kwam hij nooit aan.

De derde die spoorloos verdween was vorige week Viktor Gontsjar, die als voorzitter van de onofficiële kiescommissie eerder dit jaar de ondergrondse presidentsverkiezingen organiseerde. Hij verliet op 16 september met een vriend een badhuis in Minsk. Beiden zijn sindsdien spoorloos.

Die presidentsverkiezingen, waarbij de naar Polen gevluchte Sjaretski werd gekozen, waren een kleine poging van de onderdrukte oppositie om zich te manifesteren. Loekasjenko pleegde in 1996 een coup door het parlement naar huis te sturen, uit zijn aanhangers een nieuw parlement te formeren en de grondwet van 1994 te vervangen door een nieuwe, zelfgeschreven grondwet. Hij verlengde zijn eigen ambtstermijn, die tot dit jaar liep, tot 2001, en liet die maatregel in een frauduleus referendum goedkeuren. Daarom kon de oppositie in mei, na het aflopen van Loekasjenko's ambtstermijn volgens de grondwet van 1994, in Sjaretski een nieuwe president kiezen.

Sinds 1996 is Wit-Rusland snel afgegleden in de richting van een dictatuur. De oppositie wordt vervolgd, demonstreren levert gevaar voor lijf en leden op, onafhankelijke kranten kunnen niet meer verschijnen en het land is internationaal geheel geïsoleerd. Hervormd wordt er allang niet meer: de oude commando-economie is geheel in ere hersteld. Loekasjenko heeft publiekelijk betreurd dat zijn land na 1991 zijn kernwapens heeft afgestaan. Niets mag meer, en alles wordt, als in Sovjet-tijden, tot in de details van boven geregeld. Zelfs de arbeidsdiscipline wordt per decreet afgedwongen, want Loekasjenko vindt dat de magere economische resultaten niet te wijten zijn aan zijn wanbeleid, maar aan de luiheid van de burgers en natuurlijk de `sabotage' van het buitenland. Vorige maand bepaalde Loekasjenko zelfs dat de Wit-Russen voor het plukken van paddestoelen en bessen in de bossen een vergunning nodig hebben en zich aan dagquota moeten houden. Alleen mensen met een hogere opleiding krijgen een vergunning voor onbeperkt plukken. Waarom dat zo is is niet duidelijk gemaakt. Lastig is de bepaling wel, want het plukken is voor menigeen noodzaak om te overleven: 49 procent van de Wit-Russen gaf bij een peiling te kennen niet te kunnen rondkomen.