In een Indiase vallei nemen ze afscheid van de wereld

Honderden boeren en vissers in India dreigen zich te laten verdrinken uit protest tegen de ophoging van een stuwdam in de Narmada-rivier. De laatste moesson van de eeuw betekent voor tientallen dorpen in de vallei het afscheid van de wereld.

De oude ogen van Ram Jai zijn rood als hij over zijn geboortegrond uitstaart – de velden, de akkers, de nederzettingen die als kleine stippen tegen de groene heuvels langs de Narmada zijn aangeplakt. ,,Ik probeer het gevoel vast te houden'', zegt hij. ,,Straks is dit allemaal weg, opgeslokt.''

Jalsindhi is niet groter dan een handvol bamboehuizen tussen de rijstvelden van Madhya Pradesh, India's grootste deelstaat. Net als tientallen andere dorpen in de omgeving verdwijnt het binnen enkele dagen, volgens de bewoners hooguit twee weken, onder het oppervlak van de Narmada, een 1.300 kilometer lange rivier in het vruchtbare hart van India. De hevige moessonregens van de laatste weken betekenen het doodvonnis voor de bewoners van de vallei, voornamelijk adivasi-boeren – de tribale, oorspronkelijke bevolking van India. ,,Er zit niet veel anders op dan te verdrinken in onze rivier'', zegt hij.

De eerste akkers en een aantal laag gelegen hutjes heeft de rivier al opgeslokt. Ook in een aantal dorpen in de omgeving, zoals Piplachop, Domkhedi en Sikka, bereikte het water vorige week de eerste huizen terwijl de dorpelingen urenlang tot aan hun middel in het water stonden, om te bidden, te zingen en te protesteren. Zeventig van hen werden opgepakt door de politie om te voorkomen dat zij hun dreigement waarmaken; al jaren geleden kondigden zij aan dat zij liever sterven dan dat ze op de vlucht slaan voor het wassende water van de Narmada, de rivier die hun generaties lang alles gaf wat ze nodig hadden voor hun ongecompliceerde, zelfvoorzienende maatschappij, waar ruilhandel nog steeds de norm is en waar sloppenwijken en luchtverontreiniging hun intrede nog niet hebben gedaan.

De Narmada-vallei loopt langzaam vol. Eén van de talloze dammen in de rivier, de bijna negentig meter hoge Sardar Sarovar bij Kevadia in de deelstaat Gujarat, werd in februari van dit jaar met acht meter opgehoogd nadat het Hooggerechtshof in New Delhi het sein op groen had gezet, alle protesten van bewoners, actiegroepen en de milieubeweging ten spijt. Door de ophoging van de stuwdam stijgt het Narmada-water dit jaar zodanig dat enkele tienduizenden mensen in Gujarat, Maharashtra en Madhya Pradesh hun huizen zullen kwijtraken. Als de dam zijn eindhoogte van 140 meter heeft bereikt loopt het aantal ontheemden op tot ruim vierhonderdduizend.

Het flikkerende schijnsel van toortsen en kaarsen vormt het enige licht in de donkere vallei als tientallen bewoners in een lange stoet over de geitenpaadjes op weg gaan naar de iets hoger gelegen nederzetting Nimgavhan, tegenover Jalsindhi aan de andere kant van de rivier. Net zomin als Jalsindhi heeft Nimgavhan elektriciteit, telefoon of wegen. Medha Patkar, een activiste uit Bombay die al vijftien jaar strijdt voor het behoud van de tribale dorpen langs de Narmada, probeert de dorpelingen moed in te spreken. Tientallen kinderen heffen een lied aan waarin de Narmada wordt bezongen. Daarna probeert Patkar de dorpelingen op het hart te drukken dat alles nog niet verloren is en dat de buitenwereld, de Indiase overheid daargelaten, hun zijde heeft gekozen. Maar als het moet, dan zullen ze sterven. ,,Doobenge par hatenge nahi!', roept ze – we zullen verdrinken, maar we gaan niet weg.

De collectieve zelfmoorddreiging van de boeren en vissers uit de Narmada-vallei is het laatste, wanhopige protest tegen de plannen van de Indiase overheid voor de bouw van 3.300 stuwdammen in het stroomgebied van de Narmada. Het kolossale dammenstelsel is ontworpen om de stroomvoorziening voor de snel groeiende industriesteden aan de kust veilig te stellen en drink- en irrigatiewater te garanderen voor ruim achtduizend dorpen en steden in het droge westen van het land.

,,De overheid heeft geen idee wat ze aan het doen is'', zegt Medha Patkar, die de afgelopen jaren is uitgegroeid tot India's bekendste activiste en die zich heeft gevestigd in Jalsindhi en Domkhedi, twee centrale dorpen aan weerszijden van de rivier waar milieu-activisten uit alle windstreken een doorlopende wake houden. ,,De Narmada heeft een zeer fragiel ecosysteem en wat de gevolgen van al deze dammen zijn voor het milieu is niet bekend.''

Bovendien blijkt dat de Indiase overheid tekort is geschoten bij de compensatie voor de bewoners die uit hun dorpen worden verdreven. Sommige bewoners zijn vertrokken naar dorpen die speciaal zijn ingericht voor de Narmada-slachtoffers, maar de meesten klagen over onvuchtbare grond en gebrek aan voorzieningen. Zoals in het dorpje Vadaj in de buurt van de miljoenenstad Baroda, waar tweeënveertig families van de Vasava-stam werden geplaatst.

,,Hier groeit helemaal niks'', zegt de jonge vader Shamu bij het betonnen schooltje van Vadaj dat wordt gebruikt als opslag- en afvalplaats. Cynisch genoeg kunnen de boeren uit de Narmada-vallei die deze plek kregen toegewezen vrijwel niets verbouwen op het land omdat het de hele zomer onder water staat. ,,Langs de Narmada hadden we alles'', zegt Shamu. ,,Ze zeggen dat het de meest vruchtbare vallei van India is. Hier werken we als dagloners op het land van de Patels, de rijke katoenboeren.'' Hij wil nog iets zeggen. ,,Er komen hier allemaal journalisten vragen stellen, maar er verandert niks.'' Hij heeft gedronken, waarschuwt een oudere man. ,,Steeds meer Narmada-vluchtelingen grijpen naar de drank'', zegt hij. ,,We willen het liefst terug naar de vallei, maar ons dorp is jaren geleden al verdwenen.''

,,Zij hebben nog geluk gehad'', zegt de jonge activist Joe Athialy in het bedreigde dorpje Domkhedi. ,,Voor veel adivasi's is helemaal niets geregeld omdat ze niet zijn geregistreerd. Er zijn al tienduizenden mensen in de sloppenwijken van de steden terecht gekomen. De Indiase overheid gaat ervan uit dat de boeren vanzelf wel op de vlucht slaan als het water stijgt.''

Voor het Hooggerechtshof in New Delhi was de storm van protesten over de bouw van de dam in 1995 een reden om het project stil te leggen totdat de opvang van de Narmada-bewoners elders in India beter was geregeld. De Wereldbank, die het project jarenlang financieel ondersteunde, had al eerder nattigheid gevoeld en zich teruggetrokken.

De Indiase overheid houdt vol dat de dammen nodig zijn om op de lange termijn te voorzien in de groeiende waterbehoeften. ,,Dit project zal het gezicht van westelijk India veranderen en de kwaliteit van het leven in deze regio aanzienlijk verbeteren'', stelt Keshubhai Patel, de eerste minister van Gujarat. Volgens hem profiteren straks de bewoners van 8.500 dorpen en steden in Gujarat en Rajasthan van het drinkwater dat de dam zal vasthouden. ,,Veel mensen hebben geprobeerd de bouw van de Sardar Sarovar Dam tegen te houden door een campagne van disinformatie en misleidende propaganda. Maar er is voldoende onderzoek gedaan naar de milieugevolgen en voor de bewoners van de vallei hebben we alles gedaan om voldoende compensatie te geven, inclusief een stuk grond voor elke familie.''