Iedereen profiteert van minimabeleid

Elke Nederlander profiteert in guldens evenveel van de maatregelen die het kabinet wil nemen om mensen met een laag inkomen en kinderen erop vooruit te laten gaan. De minima krijgen dus niets extra's extra na de algemene politieke beschouwingen 1999. Tweederde van de 600 miljoen `gerichte' inkomenssteun zal niet bij de minima terecht komen.

Het probleem waar een kabinet dat geld uit te delen heeft voor specifieke groepen altijd voor staat is: hoe bereik ik de doelgroep (nu: minima met kinderen) en alléén die doelgroep?

Gisteren maakte premier Kok duidelijk 440 miljoen gulden extra te willen besteden aan inkomensondersteuning voor mensen met een laag inkomen en 170 miljoen aan een extra verhoging van de kinderbijslag, die niet met 50 gulden, maar met 110 gulden per jaar per kind omhoog zou moeten gaan.

Het kabinet slaagt er echter niet in, zo bleek gisteren, de vraag `generiek of specifiek' adequaat te beantwoorden. De manier waarop de 610 miljoen gulden wordt verdeeld, zorgt ervoor dat hoge inkomens in guldens er net zoveel op vooruit gaan als lage inkomens. Procentueel profiteren de maxima uiteraard minder dan de minima.

Kok gaf aan dat hij de laagste inkomens tegemoet wil komen door een aanpassing van de eerste belastingschijf.

De wijziging van de eerste belastingschijf bestaat uit twee delen. Van deel 1A is het tarief 35,75 procent, dat over maximaal 15.000 gulden (de lengte van de schijf) moet worden betaald. Deel 1B heeft als tarief 37,05 procent en heeft een lengte 33.175 gulden. Kok wil het tarief van schijf 1A verlagen en van 1B verhogen. Maar: ,,Het lagere tarief gaat natuurlijk meer omlaag dan het hogere omhoog.'' Per saldo resteert een belastingverlaging van de eerste belastingschijf.

Omdat het de eerste is, valt iedere belastingbetaler in die belastingschijf. Stel dat het percentage van 1A met 4 procent daalt en van 1B met 1 procent stijgt, dan krijgt iedereen die meer dan 60.000 gulden verdient zo'n 270 gulden erbij. Weliswaar is dit interessanter voor iemand met een uitkering dan voor een miljonair, maar de 270 gulden voor de laatste kan niet meer gebruikt worden om de bijstandsmoeder te ondersteunen.

Van de bijna 7 miljoen huishoudens in Nederland hebben er ongeveer 2 miljoen een inkomen dat tot een laag inkomen mag worden gerekend. Ruim 70 procent van de huishoudens hebben de inkomensondersteuning die het kabinet gericht wil inzetten, niet nodig.

Ook de kinderbijslag wordt als inkomensondersteuning voor de lagere inkomens gezien. Maar ook mensen die een ton verdienen hebben kinderen. De extra verhoging van de kinderbijslag die het kabinet onder druk van de Kamer heeft toegezegd, komt met evenveel guldens terecht bij de laagste uitkeringen als bij de hoogste inkomens.

Wil een kabinet dat geld over heeft de minima echt bereiken, dan kan het bijna niet anders dan inkomensafhankelijke regelingen gebruiken of verzinnen. Zo kan de premisse zijn dat vooral mensen met een laag inkomen huren en daarmee recht kunnen hebben op huursubsidie. Van een verhoging daarvan profiteert geen enkele miljonair, maar de bijeffecten daarvan zijn volgens politici veel ongewenster dan dat hogere inkomens van een belastingverlaging van de onderste schijf profiteren.

Een verbetering van een regeling die afhangt van het inkomen houdt mensen namelijk in dat inkomen `gevangen'. De prikkel ontbreekt om het inkomen te verbeteren door bijvoorbeeld van een uitkering naar een baan te gaan. Het kabinet vindt dat die prikkel zo groot mogelijk moet zijn, zo blijkt uit de gekozen maatregelen. Belangrijker dan dat een één- of tweetonner er net zoveel guldens bijkrijgt als een bijstandsmoeder.