`Geen gouden bergen voor klagende roker'

Nederland heeft sinds gisteren zijn eigen rookverslaafde die procedeert tegen de tabaksindustrie. Maar goude bergen zoals in de VS hoeft hij niet te verwachten, voorspelt hoogleraar privaatrecht Akkermans.

Wim ter Schegget (55) is op zijn veertiende begonnen met roken. En daar sindsdien nooit meer mee opgehouden. Zelfs toen hij enkele jaren geleden last kreeg van hart- en vaatziekten en longemfyseem stond zijn verslaving niet toe te stoppen met het roken van zware shag.

Zijn ziekte heeft inmiddels de bloedvaten in zijn voeten aangetast. Maandag moet hij hiervoor een zware operatie ondergaan. ,,Het is niet zeker dat hij het haalt'', zegt Ter Scheggets advocaat Martin de Witte. Volgens De Witte voelt Ter Schegget zich `belazerd' door de tabaksindustrie, die twee tot drie keer zo veel teer en nicotine in tabak zou stoppen dan op het pakje staat. ,,Dat is regelrechte misleiding'', aldus De Witte. Maar Ter Schegget voelt zich ook belazerd door de Nederlandse overheid. ,,Die is nalatig geweest.''

De regering had fabrikanten moeten verplichten de exacte samenstelling van hun producten op de verpakking te zetten, vindt De Witte. Hij wil de Staat der Nederlanden daarom eveneens aansprakelijk stellen voor de ziekte van zijn cliënt. Gisteren diende hij al een schadeclaim in tegen de tabaksfabrieken in Nederland van internationale concerns Philip Morris (Marlboro, Chesterfield), British American Tobacco (Lucky Strike, Gladstone) en Imperial Tobacco (Van Nelle), die stuk voor stuk ruime ervaring hebben met schadeclaims in de Verenigde Staten. De tabaksindustrie betaalt deelstaten daar een miljardenschikking om aan verdere rechtsvervolging te voorkomen. Zulke Amerikaanse toestanden hoeven de concerns in Nederland echter niet te verwachten, voorspelt hoogleraar privaatrecht Arno Akkermans van de Vrije Universiteit in Amsterdam.

Waarom niet?

,,De Nederlandse rechter is veel minder snel geneigd een producent aansprakelijk te stellen voor schade als niet een rechtstreeks causaal verband is aangetoond. In het geval van rookverslaving is het moeilijk om te bewijzen dat een bepaalde ziekte uitsluitend door roken is veroorzaakt. Je kunt hooguit vaststellen dat dat eraan heeft bijgedragen. In zo'n geval zou de rechter kunnen vaststellen dat sprake is van proportionele aansprakelijkheid, dat wil zeggen dat de schade voor een bepaald percentage toe te schrijven is aan roken. In het verleden zijn er zaken over asbest geweest, waarbij de rechter heeft bepaald dat gezondheidsklachten voor een deel door aanraking met asbest veroorzaakt zijn. De eiser heeft in zo'n geval recht op een gedeeltelijke schadevergoeding.''

Als zo'n causaal verband is aangetoond, zijn tabaksfabrikanten dan automatisch ook aansprakelijk?

,,Beslist niet. Je moet eerst aantonen dat die fabrikanten willens en wetens iets onrechtmatigs gedaan hebben. Je bent in dit land pas aansprakelijk als je, zoals juristen dat noemen, `gehandeld hebt in strijd met de zorgvuldigheid die in het maatschappelijk verkeer betaamt'. Het is maar de vraag of de tabaksindustrie dingen heeft gedaan die maatschappelijk niet aanvaardbaar zijn. Ze hebben zich immers altijd keurig aan de overheidsvoorschriften gehouden, bijvoorbeeld door op verpakkingen te melden dat roken schadelijk is voor de gezondheid.''

De meeste fabrikanten zijn Amerikaans. Is bewijsmateriaal uit de VS hier ook bruikbaar?

,,Ja, en dat maakt de kans van slagen van zo'n zaak in Nederland ook een stuk groter. Daarmee zou je immers kunnen aantonen dat de tabaksindustrie rokers in het verleden bewust misleid heeft.''

Kan de tabaksindustrie zich verweren door te zeggen dat iedereen kon weten dat roken schadelijk is?

,,De rechter kan dat wel mee laten wegen, bijvoorbeeld door een eis tot schadevergoeding maar gedeeltelijk op te leggen. Hij kan ook beslissen dat de eigen schuld zo zwaar weegt dat de schuld van de fabrikant daarbij nog maar een marginale rol speelt. In dat geval hoeft die helemaal geen schadevergoeding te betalen. Bij sigaretten zou vooral de leeftijd van de eiser een rol kunnen spelen. Wie jong is begonnen met roken, kon de schade die dat aan zijn gezondheid kan toebrengen wellicht niet overzien. Een puber is immers wat gevoeliger voor tabaksreclame dan een volwassene. Ik kan mij voorstellen dat de rechter zegt dat jongeren tegen zichzelf in bescherming moeten worden genomen en dat de tabaksfabrikant in zo'n geval wel aansprakelijk is.''

    • Jochen van Barschot