Economisch `ziek' Brazilië besmet regio

De slechte economische situatie in Brazilië, de grootste economie van Latijns-Amerika, breidt zich als een olievlek uit. De problemen zijn in de meeste Zuid-Amerikaanse landen hetzelfde: negatieve groei, stijgende inflatie en een toenemende buitenlandse schuld.

Het gaat economisch niet goed met Zuid-Amerika. Het continent is nog niet volledig failliet, maar hoopvol ziet het er sinds de val van de Braziliaanse munt in januari dit jaar niet uit. Of het nu gaat om de grote Braziliaanse economie zelf, of die van de kleine buren als Paraguay, Equador en Bolivia, sinds januari is het beeld in de hele regio hetzelfde: negatieve groei, stijgende inflatie en een toenemende buitenlandse schuld. Maar de hele regio wordt vooral geplaagd door de hoogste werkloosheid sinds decennia.

Ook voorbeeldland Chili en het bloeiende Argentinië beleven een recessie. Door de devaluatie van de Braziliaanse munt zijn de Argentijnse reserves uitgeput geraakt. Het lukt de Argentijnse economie eenvouding niet meer de eigen (harde) munt te ondersteunen.

De laatste tien jaar is er in Zuid-Amerika uitbundig geliberaliseerd en geprivatiseerd. Overal is de superinflatie bestreden. En in alle landen is, formeel althans, de democratie ingevoerd. Nu stuit Zuid-Amerika op zijn eigen grenzen. Hoe hard er ook gewerkt is aan verbeteringen naar buiten toe. In de politieke en economische basisstructuur is uiteindelijk weinig veranderd.

Chronische corruptie en slecht concurrerende producten vormen nog steeds remmende factoren op de economische ontwikkeling van Zuid-Amerika. Ondanks alle economische hervormingen is Zuid-Amerika vooral een exporteur van grondstoffen en landbouwproducten zoals olie, koper, graan en koffie.

Het zijn veelal producten waarvan de prijs op de wereldmarkt is gekelderd. Wat nog eens extra druk zet op de economieën waar de inkomsten uit export nog steeds niet opwegen tegen de uitgaven voor het importeren van afgewerkte producten.

Door corruptie geven overheden nog steeds meer geld uit dan ze binnen halen, en geen enkel land is het gelukt een stevige buffer aan reserves op te bouwen. Het gevolg is een economisch en monetair systeem dat totaal afhankelijk is van buitenlands kapitaal. Maar buitenlandse investeerders zijn de laatste tijd huiverig geworden in Zuid-Amerika te investeren. Ondanks de astronomisch hoge rentestanden die de centrale banken voorschrijven om buitenlandse investeerders te lokken, becijferde het IMF dat er in Zuid-Amerika op dit moment nauwelijks de helft geïnvesteerd wordt van het kapitaal dat er in 1997 binnenkwam. Mede een gevolg van de Azie-crisis? Zeker. Maar inmiddels leidt de economische situatie in heel Zuid-Amerika tot geheel nieuwe sociale en politieke problemen.

Zo is in Brazilie de populariteit van een verkozen president nog nooit zo laag geweest als die van universiteitsprofessor Fernando Henrique Cardoso op dit moment. Vorig jaar oktober werd de `uitvinder van de monetaire stabiliteit in Brazilie' nog met een overweldigende meerderheid voor een tweede termijn herkozen. Nu staat hij er in de opiniepeilingen nog slechter voor dan playboy-president Fernando Collor op het hoogtepunt van de corruptie-affaire die hem begin jaren negentig de kop kostte.

Ternauwernood houdt president Cardoso zijn kibbelende economische ministers in bedwang. Een paar weken geleden zag hij zich gedwongen zijn intieme vriend, de minister van economische ontwikkeling op staande voet te ontslaan. Tijdens een academische conferentie had minister Clóvis Carvalho het strakke monetaristische beleid van de minister van economische zaken Pedro Malan `laf' en `gevaarlijk' genoemd. Het land zou eerder behoefte hebben aan een voortvarend economisch en sociaal beleid dan aan boekhouders die zich blindstaren op de IMF-richtlijnen. Helemaal ongelijk heeft ex-minister Carvalho niet. Zijn standpunt weerspiegelt in elk geval de steeds luider grommende onvrede over de werkloosheid, de eeuwige corruptie, en onwil van de overheid iets te doen aan zaken als belastingfraude. Van de drie miljoen ondernemers verklaart meer dan de helft minder dan 1000 gulden per maand te verdienen.

Daartegenover staat dat de kloof tussen arm en rijk steeds verder toeneemt. In Brazilie verdienen de rijken gemiddeld dertig keer meer dan de armen, becijferde het Braziliaanse Instituut voor toegepaste economie (Ipea) onlangs. En van de twintig procent van het Bruto Nationaal Product dat naar sociale verzekeringen en voorzieningen toegaat, komt tachtig procent bij de kleine groep rijken terecht, terwijl de armsten het met nul procent moeten doen.

De vakbonden en de linkse oppositie hebben hun geduld verloren, en eisen nu openlijk het aftreden van president Cardoso. Ze willen een radicale wending in het economisch beleid: een breuk met de harde monetaire politiek die het IMF verordonneert.

Extremer ligt het in andere landen van de regio. Om te beginnen is daar de `Bolivariaanse revolutie' van president Hugo Chávez in Venezuela. Een explosieve mengeling tussen populisme en autoritarisme waar in de rest van het continent met heftige gevoelens -zowel pro als contra- op reageert. De pleidooien van Chávez voor een economie die `uitgaat van de armen' laten weinig aan duidelijkheid te wensen over. Tevens is Chávez bezig Venezuela om te bouwen tot een gemilitariseerde staat.

Ook in andere landen zie je zowel de populistische als de autoritaire tendenzen versterkt worden. In Peru probeert de democratische hervormer president Fujimori er dit jaar nog een derde termijn door te drukken. In Paraguay is de strijd tegen de aanhangers van de populistische couppleger generaal Oviedo nog steeds niet uitgewoed. En overal neemt de polarisatie toe. Algeme stakingen in Colombia en Equador. Aanhoudende protesten in Argentinie. En ook in Chili begint de temperatuur te stijgen.

    • Marjon van Royen