`Dus je hebt altijd wallen onder je ogen?'

Uit onderzoek van FNV Bondgenoten onder tweeduizend leden, blijkt dat 39 procent van de werknemers de sfeer op het werk onaangenaam vindt, vijf procent voelt zich zelfs bedreigd.

Ze vonden haar te lelijk. Dat was het probleem, zegt Patricia Veldman, 35 jaar, uit Almere. Anderhalf jaar lang werkte ze als receptioniste bij een groothandel voor keukenapparatuur in de buurt van Amsterdam. ,,Slecht geslapen?'', vraagt mijn baas op de eerste ochtend dat ik daar werkte. Nee hoor, heerlijk geslapen, zeg ik nog onschuldig. ,,O, dus je hebt altijd van die wallen onder je ogen,'' zegt de chef, en hij loopt door.

De opmerkingen begonnen als speldeprikjes, na een half jaar voelden ze als dolksteken. Gebruik je geen make-up, zou je niet eens naar de kapper gaan, is die jurk tweedehands? Eerst was het alleen de chef die haar uiterlijk becommentarieerde, het liefst waar klanten bijstonden. Later deden haar directe collega's mee.

De receptiebalie stond pal bij de ingang, bij de open deur naar het parkeerterrein. Het was oktober, en ijskoud. ,,Ik droeg een bloesje van het bedrijf, en bibberde van de kou.'' Er waren wel winteruniformen, een extra trui en een bodywarmer in de bedrijfskleuren, alleen haar uniform was nog niet klaar. ,,Ze zeiden steeds: morgen krijg je je trui. Dat duurde drie maanden. Ik zat ondertussen wit weggetrokken van de kou, met een rode neus bij de ingang. En daar kwam dan weer commentaar op.''

Veldman is jaren secretaresse geweest, op een makelaarskantoor, bij een aannemersbedrijf, bij een andere groothandel. ,,Ik heb altijd met mannen gewerkt, nog nooit problemen gehad. Een geintje kan ik best hebben.'' Nu bijna twee jaar geleden schreef Veldman een open sollicitatie naar de groothandel. ,,Ik kon op gesprek komen. Ik wilde het liefst iets administratiefs doen, zij hadden per direct een receptioniste nodig. Dus dat ging ik doen.''

Wat haar meteen opviel toen ze binnenkwam, waren de camera's. ,,Ze hingen overal. Boven de kassa's, boven de balie, in de lift, zelfs in de kleedkamer. Als je naar je kluisje liep, moest je door een detectiepoort. Als het licht op groen stond, mocht je doorlopen. Meestal stond het op rood en dan moest je al je zakken leeg halen. Alsof je een keuken kunt stelen.''

De hoogste baas, zegt Veldman, was een etter van een kerel. ,,Een pittbull.'' En, zegt ze, iedereen was bang. ,,Kwam mijn eigen chef naar me toe. Hij was ook als de dood. Er lag een papiertje op het parkeerterrein, of ik dat even snel wilde weghalen. Ik zeg: dat papiertje waait wel weg, daar zal de baas echt niet over struikelen. Dat was in de tijd dat ik nog iets durfde te zeggen.''

De klant was koning, zegt Veldman. Een goeie klant mocht het personeel verrot schelden. Had je een knap koppie, dan wilde de baas het nog wel eens voor je opnemen. Was je te lelijk, dan werd je genegeerd. En dat leidde weer tot een heel aparte tafelindeling in de kantine. ,,De lievelingen bij elkaar, de mindere goden apart. ,,Op een gegeven moment durfde ik niet eens meer op te staan om bestek te pakken.''

Veldman is inmiddels ontslagen en zit nu al twee maanden thuis. Solliciteren durft ze voorlopig niet meer. De officiële reden voor haar ontslag: haar functie is opgeheven. ,,Op mijn plek zit nu de beste vriendin van de secretaresse van de baas. Lange benen, slank figuurtje, blond haar.''