De herfst is het einde

Jan Wolkers bezong in het Cultureel Supplement zijn liefde voor de winter en zijn afkeer van de zomer. Nu op 23 september de herfst is aangebroken schreef hij drie gedichten bij dat jaargetijde. Wolkers' zonen Bob en Tom maakten de illustraties.

I

De herfst is het einde.

Het afgewerkte augustuslicht

Verduistert in een doos van rag.

De broze russula verbrokkelt

Tot rimpelkousen van teer vlees.

De incest van de zelfbestuiving,

Ligt bloot in vruchteloosheid.

De eekhoorn van de uitverkiezing,

Werpt eikels op mijn vaders kruin.

De kachel wordt in mineur opgepoetst

Een helhond met een bek vol vuur,

Het rooster schudt de lust tot as.

Grasklokjes verbleken tot doorzichtigheid,

Een blauwe zomerjurk in een te heet program.

II

De herfst is het einde.

De bomen verwelken tot granaat.

Geef mij toch ook wat van dat rode daar,

De soep wordt snel verorberd tot bedrog.

De morsetekens van het slakkenspoor

Glinsteren als tranenvegen op de stoep.

De poppenwagen schimmelt in de schuur,

Een wang van celluloid is nooit tevreden.

De vaas van mensenvlees wordt goed gevuld,

En volgt het bloedspoor van de vliegenzwammen.

Wie vangt het laatste gele blad?

De dode wesp zit in de kous gevangen,

De nerven kleuren in het weefsel zwart,

We wisten niet dat doodgaan kon gebeuren.

III

De herfst is het einde.

Alles kruipt weg in turf en modderbad,

Men kan geen veren van een kikker scheuren,

Een engel heeft zijn vleugels snel verbrand.

De takken geven alle nesten bloot,

Ik wist niet dat ik ze als borsthaar had.

De wederopstanding wordt toegedekt

Met humus die geen kind kan openkrabben,

Al gaat hij hangen aan een kruis van goud,

God sterft met spiegelbeeld en al.

Het abattoir verslindt het vale paard,

Een laatste ademtocht kan lichtjaren bestrijken.

De wrange beet blijft in de appel steken,

De winter komt, die ik heb liefgehad.