Claim

Mijn gebit is ook niet meer wat het geweest is.

Soms blijft er spontaan een vulling in de biefstuk achter, knapt een brug als een lucifershoutje doormidden of begint er een geheimzinnige verzwering onder een kroon, die een zenuwbehandeling vereist waar alle andere zenuwen volledig van overstuur raken.

Hoe komt dat nu?

Mijn tandarts haalt zijn schouders op. Wil hij zijn vroegere collega's niet afvallen? Nee, want die waren zeer capabel, op een enkele uitzondering na, een pas afgestudeerde arts wiens vullingen al na twee dagen als kleine, kostbare gouden broodjes op mijn tong lagen.

Inmiddels heeft het nodige overleg met enkele prominente letselschadeadvocaten mij de weg gewezen. `Die tandartsen, dat is een te amorfe groep', zeiden ze, nadat ze mij hun eigen uurtarief hadden berekend (daar zou een modale tandarts goed van rond kunnen komen). `Voor een claim moeten we een ander, concreter doelwit kiezen. Wat heb je de afgelopen decennia zoal gegeten?'

Een opsomming dreigde algauw te ver te voeren, en dus beperkten we ons gemakshalve tot de categorie `zoetwaren'. Had ik veel chocolade verslonden? Nee, niet bijster veel, moest ik toegeven, afgezien van een dagelijkse boterham met hagelslag. Mijn advocaten wikten en wogen. `Kunnen we dit een verslaving noemen?' vroeg een van hen. `Had je misschien minder hagelslag gegeten als je geweten had dat ze bij Venz en De Ruijter allerlei suikers gebruiken die je in de richting van een bepaald eetpatroon conditioneren?'

`Al sla je me dood', zei ik naar waarheid, `ik vond het gewoon lekker zoet. En niet alleen de hagelslag, maar ook de vruchtenhagel – daar was ik als kind het meest dol op –, de anijshagel en de gestampte muisjes.' `En de blauwe en witte muisjes?' vroegen mijn advocaten. `Oh nee', kon ik met oprechte afschuw uitroepen, `die smaken altijd naar karton.'

Dat was geen antwoord waar ze jarenlang rechten voor hadden gestudeerd. `We moeten iets hebben waar je je hele leven lang obsessioneel van hebt gegeten', zeiden ze, `anders beginnen we er niet aan.'

Ik sloeg me voor het hoofd. Opeens wist ik het. Waarom had ik er niet eerder aan gedacht? Het moest verdringing zijn. `Engelse drop', zei ik met bevende knieën, `daar ben ik niet tegen bestand. Zet mij een zak Engelse drop voor, en die zak moet en zal achter elkaar leeggeschrokt worden.'

`Zeker al jong mee begonnen?' vroegen mijn advocaten gretig.

`Jong genoeg om er nooit meer vanaf te komen.'

`We hebben een case', zeiden ze in koor. `We zullen nagaan wie de Engelse dropfabrikanten in Nederland zijn. Of zijn er ook Nederlandse Engelse dropfabrikanten? Enfin, we zien wel.'

Ook mijn vrouw was erg tevreden over het resultaat van de besprekingen. `Maar nu we het er toch over hebben', zei ze opeens, `heb jij enig idee wie ik aansprakelijk kan stellen voor mijn al jaren durende maagklachten?'